YVONNE MORSELT IN DE REGIESTOEL
LEEFTIJD 73
WOONPLAATS GRONINGEN
Werk VRIJWILLIGER VOOR AARDBEVINGGEDUPEERDEN
PRIVÉ SAMEN MET HARRY, TWEE DOCHTERS, TWEE KLEINKINDEREN
LID VAN DE NVVE SINDS DE OPRICHTING
TEKST: TEUS LEBBING | FOTO’S: MAURITS GIESEN
IN ÉÉN KLAP
‘De dood was al vroeg in mijn leven dichtbij, mijn vader overleed toen ik 17 was. Hij ging ’s ochtends gewoon vrolijk naar zijn werk, maar keerde niet meer terug. Midden op de dag kreeg hij een hartaanval. Deze dood paste bij hem, hij was niet iemand van lijden of een lang ziekbed. We bleven verslagen achter in een groot gezin met tien kinderen. De eerste vijf waren al volwassen. Ik ben de oudste van het tweede rijtje van vijf dat nog thuis woonde. Ik weet dat ik in één klap een grote verantwoordelijkheid voelde. Die is er nooit meer uitgegaan, ik ben altijd blijven omkijken naar mensen.’
TOETJE
Mijn moeder overleed in 1999. Tot haar tachtigste leidde zij een zelfstandig en vervullend leven. Daarna begon ze te kwakkelen, eerst fysiek en later ook mentaal. Dat toetje op haar leven had niet gehoeven. De kwaliteit was zoek. Na een moeilijk jaar is ook zij aan een hartaanval overleden. Toen de klachten begonnen ben ik met haar gaan zitten. Ze had tien kinderen, ik wilde het ons besparen dat we met z’n allen over haar levenseinde zouden moeten besluiten. Beter was het als ze haar wensen zelf kenbaar maakte. Ze was katholiek en wilde beslist geen actieve euthanasie. Wel heeft ze een behandelverbod getekend, haar leven en lijden hoefden beslist niet te worden verlengd.’
EIGEN KEUZES
Geloofsovertuiging speelt bij mijn kijk op leven en dood geen rol. Op mijn zestiende zei ik al tegen mijn vader: “Ik vind de kerk mooi en gezellig, maar geloven kan ik niet.” “Weet je zeker dat je dat durft?”, vroeg hij toen; zelf putte hij namelijk veel houvast uit het geloof. Maar doordat hij me vrij liet, durfde ik het inderdaad aan om mijn eigen weg te gaan. Ik ben nog steeds dankbaar voor zijn reactie destijds. Eigen regie past bij mij en dat wil ik graag zo lang mogelijk volhouden.’
EXTRA GECOMPLICEERD
‘Als achttienjarige begon ik mijn loopbaan in de longzorgondersteuning. Daar zag ik patiënten in mijn ogen nodeloos en langdurig lijden. Dat moet anders kunnen, realiseerde ik me. Ik heb me meteen ingeschreven bij de NVVE en later ook bij de CLW. Ik ben een groot voorstander van waardig sterven, bij voorkeur via de autonome route. Wie beter dan ikzelf kan bepalen wanneer ik ondraaglijk lijd en wanneer mijn leven voltooid is? Ik vind het een lastig idee dat een arts dat voor mij zou beslissen. Met de euthanasiewet hebben we het levenseinde in eigen regie extra gecompliceerd gemaakt. De rol van artsen is te groot. Vroeger was er sprake van een nauwe arts-patiëntrelatie, van kennen en gekend worden. Vaak werd er na een sterfgeval ‘algeheel verval van krachten’ als doodsoorzaak opgetekend. In intieme kring werd soms besloten tot euthanasie, zonder algemene, onpersoonlijke regels. Met de wet van nu denk ik soms: wiens zorgvuldigheid dienen we eigenlijk, die van de wetgever of van het individu?’
GEEN GARANTIE
‘Vijf jaar geleden werd ik ernstig ziek; mijn man en kinderen kennen mijn wensen en grenzen, daar konden we het over hebben. Gelukkig ben ik hersteld, maar mijn wilsverklaring vernieuw ik regelmatig en ik neem me voor om trouw de laatste versie naar onze huisartspraktijk te brengen. Ik besef dat het hier om een papieren werkelijkheid gaat die geen garantie biedt. Je kunt nooit helemaal voorspellen hoe het loopt en hoe je reageert. Ondertussen leef ik bij de dag en zie niet op tegen de dood, ik heb het nooit als iets lelijks gezien, het hoort bij het leven. En stiekem koester ik de hoop dat ik net als mijn ouders en zus overlijd aan een acute hartstilstand. Ik gun mijzelf zo’n mild einde in de hoop dat dit voor mijn nabestaanden draaglijk zal zijn.’ •
LEEFTIJD 73
WOONPLAATS GRONINGEN
Werk VRIJWILLIGER VOOR AARDBEVINGGEDUPEERDEN
PRIVÉ SAMEN MET HARRY, TWEE DOCHTERS, TWEE KLEINKINDEREN
LID VAN DE NVVE SINDS DE OPRICHTING
YVONNE MORSELT IN DE REGIESTOEL

TEKST: TEUS LEBBING | FOTO’S: MAURITS GIESEN
IN ÉÉN KLAP
‘De dood was al vroeg in mijn leven dichtbij, mijn vader overleed toen ik 17 was. Hij ging ’s ochtends gewoon vrolijk naar zijn werk, maar keerde niet meer terug. Midden op de dag kreeg hij een hartaanval. Deze dood paste bij hem, hij was niet iemand van lijden of een lang ziekbed. We bleven verslagen achter in een groot gezin met tien kinderen. De eerste vijf waren al volwassen. Ik ben de oudste van het tweede rijtje van vijf dat nog thuis woonde. Ik weet dat ik in één klap een grote verantwoordelijkheid voelde. Die is er nooit meer uitgegaan, ik ben altijd blijven omkijken naar mensen.’
TOETJE
Mijn moeder overleed in 1999. Tot haar tachtigste leidde zij een zelfstandig en vervullend leven. Daarna begon ze te kwakkelen, eerst fysiek en later ook mentaal. Dat toetje op haar leven had niet gehoeven. De kwaliteit was zoek. Na een moeilijk jaar is ook zij aan een hartaanval overleden. Toen de klachten begonnen ben ik met haar gaan zitten. Ze had tien kinderen, ik wilde het ons besparen dat we met z’n allen over haar levenseinde zouden moeten besluiten. Beter was het als ze haar wensen zelf kenbaar maakte. Ze was katholiek en wilde beslist geen actieve euthanasie. Wel heeft ze een behandelverbod getekend, haar leven en lijden hoefden beslist niet te worden verlengd.’
EIGEN KEUZES
Geloofsovertuiging speelt bij mijn kijk op leven en dood geen rol. Op mijn zestiende zei ik al tegen mijn vader: “Ik vind de kerk mooi en gezellig, maar geloven kan ik niet.” “Weet je zeker dat je dat durft?”, vroeg hij toen; zelf putte hij namelijk veel houvast uit het geloof. Maar doordat hij me vrij liet, durfde ik het inderdaad aan om mijn eigen weg te gaan. Ik ben nog steeds dankbaar voor zijn reactie destijds. Eigen regie past bij mij en dat wil ik graag zo lang mogelijk volhouden.’
EXTRA GECOMPLICEERD
‘Als achttienjarige begon ik mijn loopbaan in de longzorgondersteuning. Daar zag ik patiënten in mijn ogen nodeloos en langdurig lijden. Dat moet anders kunnen, realiseerde ik me. Ik heb me meteen ingeschreven bij de NVVE en later ook bij de CLW. Ik ben een groot voorstander van waardig sterven, bij voorkeur via de autonome route. Wie beter dan ikzelf kan bepalen wanneer ik ondraaglijk lijd en wanneer mijn leven voltooid is? Ik vind het een lastig idee dat een arts dat voor mij zou beslissen. Met de euthanasiewet hebben we het levenseinde in eigen regie extra gecompliceerd gemaakt. De rol van artsen is te groot. Vroeger was er sprake van een nauwe arts-patiëntrelatie, van kennen en gekend worden. Vaak werd er na een sterfgeval ‘algeheel verval van krachten’ als doodsoorzaak opgetekend. In intieme kring werd soms besloten tot euthanasie, zonder algemene, onpersoonlijke regels. Met de wet van nu denk ik soms: wiens zorgvuldigheid dienen we eigenlijk, die van de wetgever of van het individu?’
GEEN GARANTIE
‘Vijf jaar geleden werd ik ernstig ziek; mijn man en kinderen kennen mijn wensen en grenzen, daar konden we het over hebben. Gelukkig ben ik hersteld, maar mijn wilsverklaring vernieuw ik regelmatig en ik neem me voor om trouw de laatste versie naar onze huisartspraktijk te brengen. Ik besef dat het hier om een papieren werkelijkheid gaat die geen garantie biedt. Je kunt nooit helemaal voorspellen hoe het loopt en hoe je reageert. Ondertussen leef ik bij de dag en zie niet op tegen de dood, ik heb het nooit als iets lelijks gezien, het hoort bij het leven. En stiekem koester ik de hoop dat ik net als mijn ouders en zus overlijd aan een acute hartstilstand. Ik gun mijzelf zo’n mild einde in de hoop dat dit voor mijn nabestaanden draaglijk zal zijn.’ •