Bij de NVVE werken zo’n 140 vrijwilligers. Ze doen presentaties, helpen bij bijeenkomsten, leggen huisbezoeken af en ondersteunen leden bij al hun vragen rond het levenseinde. Om beurten beschrijven vrijwilligers in Relevant een ervaring uit de praktijk. Deze keer: Jos Baptist, lid van de Ledenadviesraad en mede-initiator van het STIP-project.

Dat noem ik ‘verschrikkelijk’, ‘huiveringwekkend’ en ‘verwerpelijk’.

De psychiatrie heeft veel en grote problemen op te lossen naast de vraag of jongvolwassenen al dan niet een euthanasieverzoek gehonoreerd kunnen krijgen, maar daar mag de beroepsgroep zich niet achter verschuilen. Ik noem grote maatschappij-verstorende elementen zoals de 1.862 zelfdodingen in 2023, de gigantische wachtlijsten, hun verdienmodel (inspanningsgericht en niet of te weinig resultaatgericht), de geslotenheid van de beroepsgroep en daardoor een mogelijk gebrek aan zelfreflectie. Ik durf daarnaast de vraag te stellen of psychiaters een euthanasieverzoek van een patiënt ervaren als falen van hun behandelingen, van hun professie?

Neem één ding van mij aan: die duizenden patiënten en probleemgevallen die in de psychiatrie zijn terechtgekomen, zijn nog geen lid van de NVVE. Daar zijn ze meestal nog veel te jong voor en ze zagen die situatie echt niet aankomen.

Wat dat betreft is een somatische aandoening minder complex, veel duidelijker te diagnosticeren en eenvoudiger te prognosticeren wat betreft behandelmogelijkheden. Maar dat mag nooit leiden tot een problematische terug­houdendheid als het gaat om euthanasie in de psychiatrie.

Juist de tweede STIP-ambitie voor de NVVE is ‘zorgdragen voor goede en humane levenseindezorg’. Vandaar dat deze ontwikkelingen en discussies zo belangrijk zijn. Voor alle betrokkenen, voor onze samenleving en zeker ook voor onszelf. •

Want wat zijn juist in de psychiatrie de argumenten vóór euthanasie?

Laten we voorop stellen dat je instemming op een euthanasieverzoek niet zomaar cadeau krijgt. Zeker niet in de psychiatrie en al bijna helemaal niet bij jeugdigen. Maar in de psychiatrie géén euthanasie krijgen, betekent dat er nog jaren van lijden, pijn en verdriet worden toegevoegd aan een leven dat toch al miserabel is. Niet alleen voor de patiënt, maar ook voor de naasten. Bovendien is de kans dat een psychiatrisch patiënt na een niet ingewilligd euthanasieverzoek alsnog zelf het leven beëindigt, uiterst realistisch. Ook al zijn hier geen statistieken van, de ervaringen en getuigenissen van de beroepsgroep zelf zijn er wel.

Jos Baptist

EEN STIP OP DE HORIZON

Het afgelopen jaar hebben de NVVE en de Ledenadviesraad samen bijeenkomsten gehouden om een toekomstperspectief te verkennen: een stip op de horizon. In alle bijeenkomsten voor dit STIP-project kwam psychisch lijden naar voren als een belangrijk maar tegelijkertijd ook moeilijk te beoordelen onderwerp in relatie tot euthanasie. Van mensen die euthanasie afwijzen, hoor ik eigenlijk nooit rationele argumenten anders dan hun geloof of religie. Meestal komen er juist irrationele en emotionele uitspraken naar voren als ‘verschrikkelijk’, ‘huiveringwekkend’, ‘verwerpelijk’, maar nooit echte tegenargumenten.

Maar wat wel erg is, is dat realistische argumenten om vóór euthanasie te zijn te weinig gehoord worden. Veel mensen komen euthanasie als middel om te mogen sterven pas op latere leeftijd tegen, bijvoorbeeld wanneer ouders ziek worden en hun einde voelen naderen. Het besef dat er meerdere wegen bestaan om het sterven te beïnvloeden, begint dan langzaam door te dringen.

Dat besef en die realiteitszin ontbraken in de publieke discussies over euthanasie bij psychisch lijden en dan vooral bij jongeren. Idealiter wil niemand dat jonge mensen zo erg met zichzelf overhoop liggen dat zij niet meer door de psychiatrie te helpen zijn en dat zij niet verder willen leven. Helaas ziet de realiteit er anders uit, al willen wij dat liever niet zien.

Het afgelopen jaar hebben de NVVE en de Ledenadviesraad samen bijeenkomsten gehouden om een toekomstperspectief te verkennen: een stip op de horizon. In alle bijeenkomsten voor dit STIP-project kwam psychisch lijden naar voren als een belangrijk maar tegelijkertijd ook moeilijk te beoordelen onderwerp in relatie tot euthanasie. Van mensen die euthanasie afwijzen, hoor ik eigenlijk nooit rationele argumenten anders dan hun geloof of religie. Meestal komen er juist irrationele en emotionele uitspraken naar voren als ‘verschrikkelijk’, ‘huiveringwekkend’, ‘verwerpelijk’, maar nooit echte tegenargumenten.

Maar wat wel erg is, is dat realistische argumenten om vóór euthanasie te zijn te weinig gehoord worden. Veel mensen komen euthanasie als middel om te mogen sterven pas op latere leeftijd tegen, bijvoorbeeld wanneer ouders ziek worden en hun einde voelen naderen. Het besef dat er meerdere wegen bestaan om het sterven te beïnvloeden, begint dan langzaam door te dringen.

Dat besef en die realiteitszin ontbraken in de publieke discussies over euthanasie bij psychisch lijden en dan vooral bij jongeren. Idealiter wil niemand dat jonge mensen zo erg met zichzelf overhoop liggen dat zij niet meer door de psychiatrie te helpen zijn en dat zij niet verder willen leven. Helaas ziet de realiteit er anders uit, al willen wij dat liever niet zien.

Want wat zijn juist in de psychiatrie de argumenten vóór euthanasie?

Laten we voorop stellen dat je instemming op een euthanasieverzoek niet zomaar cadeau krijgt. Zeker niet in de psychiatrie en al bijna helemaal niet bij jeugdigen. Maar in de psychiatrie géén euthanasie krijgen, betekent dat er nog jaren van lijden, pijn en verdriet worden toegevoegd aan een leven dat toch al miserabel is. Niet alleen voor de patiënt, maar ook voor de naasten. Bovendien is de kans dat een psychiatrisch patiënt na een niet ingewilligd euthanasieverzoek alsnog zelf het leven beëindigt, uiterst realistisch. Ook al zijn hier geen statistieken van, de ervaringen en getuigenissen van de beroepsgroep zelf zijn er wel.

Dat noem ik ‘verschrikkelijk’, ‘huiveringwekkend’ en ‘verwerpelijk’.

De psychiatrie heeft veel en grote problemen op te lossen naast de vraag of jongvolwassenen al dan niet een euthanasieverzoek gehonoreerd kunnen krijgen, maar daar mag de beroepsgroep zich niet achter verschuilen. Ik noem grote maatschappij-verstorende elementen zoals de 1.862 zelfdodingen in 2023, de gigantische wachtlijsten, hun verdienmodel (inspanningsgericht en niet of te weinig resultaatgericht), de geslotenheid van de beroepsgroep en daardoor een mogelijk gebrek aan zelfreflectie. Ik durf daarnaast de vraag te stellen of psychiaters een euthanasieverzoek van een patiënt ervaren als falen van hun behandelingen, van hun professie?

Neem één ding van mij aan: die duizenden patiënten en probleem-gevallen die in de psychiatrie zijn terechtgekomen, zijn nog geen lid van de NVVE. Daar zijn ze meestal nog veel te jong voor en ze zagen die situatie echt niet aankomen.

Wat dat betreft is een somatische aandoening minder complex, veel duidelijker te diagnosticeren en eenvoudiger te prognosticeren wat betreft behandelmogelijkheden. Maar dat mag nooit leiden tot een problematische terug­houdendheid als het gaat om euthanasie in de psychiatrie.

Juist de tweede STIP-ambitie voor de NVVE is ‘zorgdragen voor goede en humane levenseindezorg’. Vandaar dat deze ontwikkelingen en discussies zo belangrijk zijn. Voor alle betrokkenen, voor onze samenleving en zeker ook voor onszelf. •

Bij de NVVE werken zo’n 140 vrijwilligers. Ze doen presentaties, helpen bij bijeenkomsten, leggen huisbezoeken af en ondersteunen leden bij al hun vragen rond het levenseinde. Om beurten beschrijven vrijwilligers in Relevant een ervaring uit de praktijk. Deze keer: Jos Baptist, lid van de Ledenadviesraad en mede-initiator van het STIP-project.

Jos Baptist

EEN STIP OP DE HORIZON