



Via de mail hoort schrijver Lize Spit dat haar moeder ongeneeslijk ziek is. Dat ze deze mededeling onverwacht in haar inbox krijgt, zegt veel over de verhoudingen onderling. Hun relatie is nogal woelig. Er is contact, maar de worstelingen van haar moeder – met overmatig drankgebruik, eindeloze dutjes op de bank en somberheid als ze eindelijk ontwaakte – tekenden de jeugd van Spit.
Schitterend omschrijft ze de gebrekkige hechting en de gevolgen daarvan. Hoe ze als kind zonder wortels in de bodem onbewust luchtwortels ontwikkelt, die zich vastgrijpen aan alles buiten het gezin. Aan mensen, dieren, natuur en spullen.
In Autobiografie van mijn lichaam laveert ze prachtig tussen luchtigheid en ernst. Bijvoorbeeld in de scène waarin ze met haar geliefde – schrijver Rob van Essen - voor een modeltreinwinkel staat en het bericht leest over haar moeders ziekte. Hoe ze vervolgens besluit om alles wat daar in de etalage staat, bewust op te nemen en te fotograferen om dit moment later nauwkeurig te kunnen beschrijven. Zo switcht ze van dochter naar schrijver en andersom.
Net als bij Het Smelt en Ik ben er niet doet het soms bijna pijn om verder te lezen. Bijvoorbeeld als ze vertelt dat de kleine Lize zonder succes probeerde haar moeder blij te maken, maar dat ze jaren later door een nieuwe liefde opeens wel opleeft. Maar ook over hoe ze als puber prutst aan haar nagels, worstelt met haar lichaam en diabetes, terwijl het thuis stormt. Haar taal is altijd dicht op de huid en beeldend. Dat maakt Autobiografie van mijn lichaam een hartverscheurend relaas over opgroeien en afscheid nemen. •
Autobiografie van mijn lichaam
Lize Spit
Das Mag
Dat haar 88-jarige vader steeds meer stukjes vergeet, is voor de Belgische schrijfster Evelien de Vlieger wel zichtbaar. Maar wat haar moeder precies bedoelt met de horrornachten waar ze zo vaak over appt, wordt pas duidelijk als ze samen een paar nachten weggaan naar een vakantiehuis in de Vlaamse Ardennen. In de nacht is haar vader angstig, loopt hij onrustig heen en weer en opent ramen met de intentie om te springen.
Het verhaal van hun laatste trip samen knipt Evelien de Vlieger op in korte stukjes over de trip, de relatie met haar vader en jeugdherinneringen. Met aandacht voor het mooie, zoals even samen op het terras in de zon zitten, én voor de pijnlijke momenten. Bijvoorbeeld de periodes waarin hij zijn vrouw niet herkent en hoe ze hem midden in de nacht liefdevol moet overtuigen niet te springen. Een paar dagen na de trip laten ze hem gaan, al is de weg naar euthanasie geen gemakkelijke geweest.
In een interview met De Standaard vertelde De Vlieger hoeveel moeite het kostte, ondanks zijn euthanasieverzoek. Ze had zich niet gerealiseerd dat deze wilsverklaring in België enkel bruikbaar is als je op onomkeerbare wijze het bewustzijn verliest. Het hielp daarbij niet dat hun huisarts negatief reageerde op de vraag wat er mogelijk was rondom euthanasie. Pas na lang zoeken vonden ze artsen die wel open stonden voor hun vragen.
In dit boek richt ze zich niet op dat ingewikkelde proces, maar kijkt ze vooral naar de dagen die ze nog samen hebben. Beschouwend en liefdevol. Met een mooie rol voor haar moeder die als mantelzorger nog maar net overeind blijft staan. Op sommige momenten is het aftakelen zacht, zoals al die keren dat haar moeder hem liefdevol ‘ventje’ noemt en hij tot rust komt in hun aanwezigheid. Soms is het spijkerhard als hij onbereikbaar lijkt en de paniek in zijn ogen staat. In korte stukjes neemt De Vlieger de lezer stap voor stap mee tijdens de trip die ze samen maken én tegelijk door haar proces van afscheidnemen. Een ontroerende ode aan haar bijzondere vader. *
De nacht is voorbij
Evelien de Vlieger
Pelckmans
Sarah Tarlow is een Britse archeoloog en vrijwel dagelijks bezig met de dood. Ze onderzoekt hoe mensen lang geleden begraven werden en op welke manieren men afscheid nam. Praten over de dood gaat voor haar bijna vanzelf. Over de hele wereld heeft ze lezingen gegeven over de geschiedenis van begraafplaatsen, de toename van crematies en de rituelen die horen bij een herbegrafenis. Maar als haar man Mark ernstig ziek wordt door een neurologische aandoening, kan ze zelf maar moeilijk haar vorm vinden.
Ze verliest steeds meer stukjes van Mark, tot hij onverwacht voor zijn overlijden kiest.
Wat De archeologie van het verlies zo bijzonder maakt, is dat Sarah Tarlow open durft te zijn over de moeite die ze had met Marks aftakeling, haar rol als mantelzorger en hun gebrek aan verbinding. Waar veel schrijvers de neiging hebben om hun overleden geliefde op een voetstuk te plaatsen, doet zij dat niet. Mark was een ingewikkelde man die niet om kon gaan met zijn achteruitgang. Voor zichzelf zorgen lukte steeds minder goed en uiteindelijk kon hij bijna alleen nog op bed liggen. Zijn frustratie reageerde hij vaak af op zijn vrouw en de kinderen. Sarah kwam na een tijdje minder graag thuis, zocht naar luchtigheid buiten de deur, ontweek Mark soms en voelde zich daar dan weer schuldig over. Dat niemand wist wat er aan de hand was en wat zijn levensverwachting zou kunnen zijn, maakte het extra zwaar.
Hun intense verhaal, het verdriet van levend verlies en de uiteindelijke rouw, koppelt ze in dit boek aan kennis over rituelen rondom afscheid nemen en de dood die ze in al haar jaren als archeoloog en onderzoeker vergaard heeft. Ook gaat ze uitgebreid in op hoe pijnlijk het is dat euthanasie in Engeland verboden is. Mark bestelde stiekem het middel pentobarbital en hield dat verborgen voor zijn naasten. Als Sarah er immers van geweten had, was ze medeplichtig geweest. Achteraf vraagt ze zich af: waren we aardiger tegen elkaar geweest als we hadden geweten dat er een einddatum was? De archeologie van het verlies is een zinderend opgeschreven vertelling en biedt troost aan iedereen die worstelt met mantelzorgen, afscheidnemen en rouwen. •
De archeologie van het verlies
Sarah Tarlow
Van Oorschot
Stel je voor dat er op je 84ste een brief op de deurmat valt, waarin een datum staat waarop je verplicht wordt je leven te beëindigen. De overheid heeft een dodelijke injectie voor je klaarliggen. Als oudere mag je aan het einde van je leven je steentje bijdragen door te stoppen met leven, om zo de economische lasten voor de samenleving een beetje te verlichten. Uiteraard tegen een prettige vergoeding voor de achterblijvers.
Dat is het fascinerende uitgangspunt van de roman De Staatsinjectie van Tinie Kardol. Kardol heeft ruime kennis van wetten en politiek. Hij werkte jarenlang voor het ministerie van VWS aan de kwaliteit van zorg in de Nederlandse verpleeghuissector en in die hoedanigheid weet hij veel van de vergrijzing en de angst voor steeds hogere zorgkosten. In zijn roman speelt hij met dat gegeven.
Hoofdpersoon Ad Stevens nadert de 85 en is niet enthousiast over de ‘Wet verplichte levensbeëindiging’. Hij voelt zich nog goed en wil er onderuit, maar opvallend weinig mensen zijn dat met hem eens. Niet alleen politici zijn enthousiast over de wet, ook onder het volk is er maar weinig protest. Gedetailleerd beschrijft Kardol de scènes in de Tweede Kamer rondom het aannemen van de wet, waarin politiek gewin vaak voor ethiek gaat. Soms ligt de nadruk in deze roman iets te veel op al die wetten en regels, terwijl je als lezer graag meer over Ad en zijn levenslust wil weten. Tegelijk is het een fascinerend verhaal en laat het je nadenken over hoe we met elkaar moeten en willen leven. •
De Staatsinjectie
Tinie Kardol
Blauwburgwal


Rianne van der Molen
Via de mail hoort schrijver Lize Spit dat haar moeder ongeneeslijk ziek is. Dat ze deze mededeling onverwacht in haar inbox krijgt, zegt veel over de verhoudingen onderling. Hun relatie is nogal woelig. Er is contact, maar de worstelingen van haar moeder – met overmatig drankgebruik, eindeloze dutjes op de bank en somberheid als ze eindelijk ontwaakte – tekenden de jeugd van Spit.
Schitterend omschrijft ze de gebrekkige hechting en de gevolgen daarvan. Hoe ze als kind zonder wortels in de bodem onbewust luchtwortels ontwikkelt, die zich vastgrijpen aan alles buiten het gezin. Aan mensen, dieren, natuur en spullen.
In Autobiografie van mijn lichaam laveert ze prachtig tussen luchtigheid en ernst. Bijvoorbeeld in de scène waarin ze met haar geliefde – schrijver Rob van Essen - voor een modeltreinwinkel staat en het bericht leest over haar moeders ziekte. Hoe ze vervolgens besluit om alles wat daar in de etalage staat, bewust op te nemen en te fotograferen om dit moment later nauwkeurig te kunnen beschrijven. Zo switcht ze van dochter naar schrijver en andersom.
Net als bij Het Smelt en Ik ben er niet doet het soms bijna pijn om verder te lezen. Bijvoorbeeld als ze vertelt dat de kleine Lize zonder succes probeerde haar moeder blij te maken, maar dat ze jaren later door een nieuwe liefde opeens wel opleeft. Maar ook over hoe ze als puber prutst aan haar nagels, worstelt met haar lichaam en diabetes, terwijl het thuis stormt. Haar taal is altijd dicht op de huid en beeldend. Dat maakt Autobiografie van mijn lichaam een hartverscheurend relaas over opgroeien en afscheid nemen. •
Autobiografie van mijn lichaam
Lize Spit
Das Mag

Dat haar 88-jarige vader steeds meer stukjes vergeet, is voor de Belgische schrijfster Evelien de Vlieger wel zichtbaar. Maar wat haar moeder precies bedoelt met de horrornachten waar ze zo vaak over appt, wordt pas duidelijk als ze samen een paar nachten weggaan naar een vakantiehuis in de Vlaamse Ardennen. In de nacht is haar vader angstig, loopt hij onrustig heen en weer en opent ramen met de intentie om te springen.
Het verhaal van hun laatste trip samen knipt Evelien de Vlieger op in korte stukjes over de trip, de relatie met haar vader en jeugdherinneringen. Met aandacht voor het mooie, zoals even samen op het terras in de zon zitten, én voor de pijnlijke momenten. Bijvoorbeeld de periodes waarin hij zijn vrouw niet herkent en hoe ze hem midden in de nacht liefdevol moet overtuigen niet te springen. Een paar dagen na de trip laten ze hem gaan, al is de weg naar euthanasie geen gemakkelijke geweest.
In een interview met De Standaard vertelde De Vlieger hoeveel moeite het kostte, ondanks zijn euthanasieverzoek. Ze had zich niet gerealiseerd dat deze wilsverklaring in België enkel bruikbaar is als je op onomkeerbare wijze het bewustzijn verliest. Het hielp daarbij niet dat hun huisarts negatief reageerde op de vraag wat er mogelijk was rondom euthanasie. Pas na lang zoeken vonden ze artsen die wel open stonden voor hun vragen.
In dit boek richt ze zich niet op dat ingewikkelde proces, maar kijkt ze vooral naar de dagen die ze nog samen hebben. Beschouwend en liefdevol. Met een mooie rol voor haar moeder die als mantelzorger nog maar net overeind blijft staan. Op sommige momenten is het aftakelen zacht, zoals al die keren dat haar moeder hem liefdevol ‘ventje’ noemt en hij tot rust komt in hun aanwezigheid. Soms is het spijkerhard als hij onbereikbaar lijkt en de paniek in zijn ogen staat. In korte stukjes neemt De Vlieger de lezer stap voor stap mee tijdens de trip die ze samen maken én tegelijk door haar proces van afscheidnemen. Een ontroerende ode aan haar bijzondere vader. *

De nacht is voorbij
Evelien de Vlieger
Pelckmans
Sarah Tarlow is een Britse archeoloog en vrijwel dagelijks bezig met de dood. Ze onderzoekt hoe mensen lang geleden begraven werden en op welke manieren men afscheid nam. Praten over de dood gaat voor haar bijna vanzelf. Over de hele wereld heeft ze lezingen gegeven over de geschiedenis van begraafplaatsen, de toename van crematies en de rituelen die horen bij een herbegrafenis. Maar als haar man Mark ernstig ziek wordt door een neurologische aandoening, kan ze zelf maar moeilijk haar vorm vinden.
Ze verliest steeds meer stukjes van Mark, tot hij onverwacht voor zijn overlijden kiest.
Wat De archeologie van het verlies zo bijzonder maakt, is dat Sarah Tarlow open durft te zijn over de moeite die ze had met Marks aftakeling, haar rol als mantelzorger en hun gebrek aan verbinding. Waar veel schrijvers de neiging hebben om hun overleden geliefde op een voetstuk te plaatsen, doet zij dat niet. Mark was een ingewikkelde man die niet om kon gaan met zijn achteruitgang. Voor zichzelf zorgen lukte steeds minder goed en uiteindelijk kon hij bijna alleen nog op bed liggen. Zijn frustratie reageerde hij vaak af op zijn vrouw en de kinderen. Sarah kwam na een tijdje minder graag thuis, zocht naar luchtigheid buiten de deur, ontweek Mark soms en voelde zich daar dan weer schuldig over. Dat niemand wist wat er aan de hand was en wat zijn levensverwachting zou kunnen zijn, maakte het extra zwaar.
Hun intense verhaal, het verdriet van levend verlies en de uiteindelijke rouw, koppelt ze in dit boek aan kennis over rituelen rondom afscheid nemen en de dood die ze in al haar jaren als archeoloog en onderzoeker vergaard heeft. Ook gaat ze uitgebreid in op hoe pijnlijk het is dat euthanasie in Engeland verboden is. Mark bestelde stiekem het middel pentobarbital en hield dat verborgen voor zijn naasten. Als Sarah er immers van geweten had, was ze medeplichtig geweest. Achteraf vraagt ze zich af: waren we aardiger tegen elkaar geweest als we hadden geweten dat er een einddatum was? De archeologie van het verlies is een zinderend opgeschreven vertelling en biedt troost aan iedereen die worstelt met mantelzorgen, afscheidnemen en rouwen. •

De archeologie van het verlies
Sarah Tarlow
Van Oorschot
Stel je voor dat er op je 84ste een brief op de deurmat valt, waarin een datum staat waarop je verplicht wordt je leven te beëindigen. De overheid heeft een dodelijke injectie voor je klaarliggen. Als oudere mag je aan het einde van je leven je steentje bijdragen door te stoppen met leven, om zo de economische lasten voor de samenleving een beetje te verlichten. Uiteraard tegen een prettige vergoeding voor de achterblijvers.
Dat is het fascinerende uitgangspunt van de roman De Staatsinjectie van Tinie Kardol. Kardol heeft ruime kennis van wetten en politiek. Hij werkte jarenlang voor het ministerie van VWS aan de kwaliteit van zorg in de Nederlandse verpleeghuissector en in die hoedanigheid weet hij veel van de vergrijzing en de angst voor steeds hogere zorgkosten. In zijn roman speelt hij met dat gegeven.
Hoofdpersoon Ad Stevens nadert de 85 en is niet enthousiast over de ‘Wet verplichte levensbeëindiging’. Hij voelt zich nog goed en wil er onderuit, maar opvallend weinig mensen zijn dat met hem eens. Niet alleen politici zijn enthousiast over de wet, ook onder het volk is er maar weinig protest. Gedetailleerd beschrijft Kardol de scènes in de Tweede Kamer rondom het aannemen van de wet, waarin politiek gewin vaak voor ethiek gaat. Soms ligt de nadruk in deze roman iets te veel op al die wetten en regels, terwijl je als lezer graag meer over Ad en zijn levenslust wil weten. Tegelijk is het een fascinerend verhaal en laat het je nadenken over hoe we met elkaar moeten en willen leven. •

De Staatsinjectie
Tinie Kardol
Blauwburgwal
Rianne van der Molen
