Huisarts Wybenga pleit voor vaker gebruik van methode hulp bij zelfdoding

‘Injectie geeft een super onnatuurlijk gevoel’

FOTO: RENE TEN BROEKE • illustratie: RHONALD BLOMMESTIJN

Terwijl een stevige winterstorm de dakpanelen van het torentje van praktijkgebouw Velius Hoed laat klepperen, vertelt Wybenga in de vergaderruimte over zijn voorkeur om patiënten die een euthanasiewens hebben, te helpen met zelfdoding. Nee, hij vindt niet dat hij deze methode promoot en hij ziet zichzelf al helemaal niet als voorvechter. Toch weet hij veel patiënten te overtuigen. ‘In de afgelopen vier jaar heb ik zo’n tien keer euthanasie verleend en in acht gevallen gebeurde dat door hulp bij zelfdoding. Soms omdat mensen dat zelf wilden. Maar ik weet zeker dat er ook patiënten zijn geweest die dat voor mij hebben gedaan, omdat zij snapten dat deze methode voor mij minder belastend is.’

Wybenga schuift over zijn stoel, legt zijn handen op tafel en vertelt bevlogen hoeveel mooier hij een euthanasie vindt als zijn patiënt overlijdt door het drinken van een drankje met pentobarbital dan wanneer hij een patiënt intraveneus euthanasie verleent. ‘Als ik iemand met drie injecties de dood injaag, gaat dat ongelofelijk snel. Dat geeft mij een super onnatuurlijk gevoel. Zo’n drankje is natuurlijk ook zeer onnatuurlijk, maar de dood verloopt zoveel eleganter. Veel rustiger. De patiënt kan nog eventjes met zijn dierbaren praten en ik kan mij terugtrekken in een hoekje. Mijzelf een beetje onzichtbaar maken. Ik zit niet, zoals bij de intraveneuze methode, aan bed tussen alle familie en naasten met mijn batterij aan spuiten omdat ik tussen die drie verschillende injecties het infuus ook nog even moet doorspuiten met fysiologisch zout water. Hulp bij zelfdoding is simpeler. Minder medisch.’

‘Daarnaast vind ik hulp bij zelfdoding voor mijzelf een veel prettigere methode. Ik heb het idee dat de patiënt het helemaal zelf doet, zelf de regie neemt. Ik vind het onaangenaam om gif in een patiënt te spuiten. En het is niet alleen dat gif, maar eerst verdoof je iemand en daarna geef je een zwaar narcosemiddel. Vaak zie je iemand halverwege dat narcosemiddel al bleek wegtrekken en stopt de ademhaling, maar vervolgens moet je vanwege het protocol alsnog een middel inspuiten dat de hartspier platlegt. Ook al is iemand eigenlijk al overleden. Ik vind dat helemaal niet fijn.’

Wybenga verhaalt over zijn eerste euthanasie, ook toen al hulp bij zelfdoding. ‘Dat was in 1995. Niet met een drankje, maar met een poedertje dat ik door de gele vla moest roeren. Ik weet het nog als de dag van gisteren. Die man zat op bed en schraapte met een soort van gretigheid dat bakje helemaal leeg. Je zag dat hij echt blij was dat er een einde aan zijn lijden zou komen. Die gretigheid vond ik heel indrukwekkend.’

Op mijn vraag of mensen die kiezen voor hulp bij zelfdoding andere types zijn dan mensen die via een injectie euthanasie krijgen, denkt Wybenga even na. ‘Over het algemeen zijn mensen die een euthanasieverzoek doen, gewend de regie te hebben, eigen keuzes te maken en zelfstandig te opereren. Soms op het onaangename af. Mensen die kiezen voor hulp bij zelfdoding zijn de leukste uit die categorie. Zij spannen mij niet voor hun karretje. Zij begrijpen mijn overwegingen en hebben daar respect voor.’ •

GOED ALTERNATIEF

Hulp bij zelfdoding is ook minder moreel en psychisch belastend voor de arts, zo concludeerden emeritus-hoogleraar toegepaste psychologie Pieter Jan Stallen en voormalig huisarts Michiel Marlet in 2018 nadat zij ruim tweehonderd voorbeelden van hulp bij zelfdoding met een drankje onderzochten. Op basis van hun onderzoek stellen zij dat het drankje een goed alternatief is voor de injecties. Bij zes op de zeven mensen leidt het drankje binnen een halfuur tot de dood, vrijwel zonder complicaties. Dat komt doordat de richtlijnen van de KNMP en de KNMG al jaren geleden zijn aangepast. Zo is de dosering pentobarbital tegenwoordig veel hoger, wordt er voor de zekerheid altijd een infuus aangebracht en krijgen patiënten zo’n twaalf uur voor zij het drankje innemen een antibraakmiddel.

Aan tafel in de Hoornse vergaderruimte vertelt Erik Wybenga dat het drankje bitter en zeepachtig schijnt te smaken. ‘Bij mijn laatste patiënt die ik hielp, vertelde ik hem daags tevoren dat het drankje vrij smerig zou zijn. Zittend op bed dronk hij het bekertje leeg en merkte toen grijnzend op dat het drankje lang niet zo slecht smaakte, als ik hem had doen geloven.’ Lachend: ‘Dus misschien valt het toch wel mee.’

Wybenga en zijn jongere collega hadden een intraveneuze noodset bij zich. Dat is een gebruikelijk protocol bij hulp bij zelfdoding. Net zoals het gewoon is dat er voor de zekerheid een infuusnaald is geprikt. In de praktijk wordt zo’n noodset zelden gebruikt. Uit cijfers van de RTE blijkt dat deze in 2023 bij 18 mensen moest worden ingezet; 0,2 procent van alle euthanasiemeldingen. Vijf jaar eerder ging dat om 16 mensen; 0,3 procent van alle meldingen. ‘Bij de patiënt van mijn jongere collega die ik assisteerde, zijn we na twintig minuten alle spuiten klaar gaan maken om alsnog op een intraveneuze manier euthanasie te kunnen verlenen. Maar voor we klaar waren, stierf de man alsnog’, vertelt Wybenga.

Hij benadrukt dat het van groot belang is dat de familie en de naasten weten dat het eventjes kan duren voor iemand overlijdt door hulp bij zelfdoding. ‘Het is niet zoals bij de intraveneuze methode dat je zeker weet dat iemand binnen tien minuten is overleden. Ik vind dat juist ook het mooie. Deze rustigere methode geeft iedereen de kans om nog even met elkaar te praten. Zodat het afscheid net iets minder abrupt is.’

OUDE RICHTLIJNEN

Wybenga is een van de weinige artsen die enthousiast zijn over hulp bij zelfdoding. Het merendeel van zijn collega’s kiest bij euthanasie voor de dodelijke injecties. In 2023 was er in 97,7 procent van alle euthanasiemeldingen bij de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie (RTE) sprake van levensbeëindiging op verzoek. Slechts in 2,1 procent van alle meldingen ging het om hulp bij zelfdoding; een nóg lager percentage dan vijf jaar eerder. In 2018 ging het om 3,4 procent van alle meldingen. De impopulariteit heeft vermoedelijk te maken met oude euthanasierichtlijnen van apothekersorganisatie KNMP en artsenorganisatie KNMG. Zij schreven in 2012 dat de euthanasie-methode met het drankje ‘niet de voorkeur heeft’ omdat het verloop van het overlijden onvoorspelbaar zou zijn. Patiënten braakten het drankje soms uit en soms duurde het uren voor de dood intrad.

‘Veel van mijn collega’s vinden hulp bij zelfdoding eng. Zij hebben het gevoel dat ze geen regie hebben, omdat je vooraf niet precies weet hoelang het gaat duren voor iemand dood is’, weet Wybenga. Hij verhaalt over een jonge collega die hem ‘in paniek’ belde. ‘Zij had gehoord dat ik veel ervaring heb met hulp bij zelfdoding. Ik heb toen aangeboden met haar mee te gaan. Dat vond zij heel prettig. Ik ben gewend dat mensen binnen tien tot twintig minuten overlijden nadat zij het drankje hebben gedronken. Maar waarachtig, bij haar patiënt duurder het meer dan een halfuur. En zeker, dan duurt zo’n halfuur heel erg lang.’

Hoewel steeds meer mensen euthanasie krijgen, ruim 9000 in 2023, daalt het aantal mensen dat kiest voor hulp bij zelfdoding, door het euthanaticum zelf op te drinken in plaats van de dodelijke injectie te nemen. De Hoornse huisarts Erik Wybenga vindt dat meer dan jammer. ‘Het is eleganter, de patiënt houdt de regie en voor mij persoonlijk voelt het ook heel anders.’ • Marloes Elings

Huisarts Wybenga pleit voor vaker gebruik van methode hulp bij zelfdoding

‘Injectie geeft een super onnatuurlijk gevoel’

Hoewel steeds meer mensen euthanasie krijgen, ruim 9000 in 2023, daalt het aantal mensen dat kiest voor hulp bij zelfdoding, door het euthanaticum zelf op te drinken in plaats van de dodelijke injectie te nemen. De Hoornse huisarts Erik Wybenga vindt dat meer dan jammer. ‘Het is eleganter, de patiënt houdt de regie en voor mij persoonlijk voelt het ook heel anders.’ • Marloes Elings

FOTO: RENE TEN BROEKE
illustratie: RHONALD BLOMMESTIJN

OUDE RICHTLIJNEN

Wybenga is een van de weinige artsen die enthousiast zijn over hulp bij zelfdoding. Het merendeel van zijn collega’s kiest bij euthanasie voor de dodelijke injecties. In 2023 was er in 97,7 procent van alle euthanasiemeldingen bij de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie (RTE) sprake van levensbeëindiging op verzoek. Slechts in 2,1 procent van alle meldingen ging het om hulp bij zelfdoding; een nóg lager percentage dan vijf jaar eerder. In 2018 ging het om 3,4 procent van alle meldingen. De impopulariteit heeft vermoedelijk te maken met oude euthanasierichtlijnen van apothekers-organisatie KNMP en artsenorganisatie KNMG. Zij schreven in 2012 dat de euthanasie-methode met het drankje ‘niet de voorkeur heeft’ omdat het verloop van het overlijden onvoorspelbaar zou zijn. Patiënten braakten het drankje soms uit en soms duurde het uren voor de dood intrad.

‘Veel van mijn collega’s vinden hulp bij zelfdoding eng. Zij hebben het gevoel dat ze geen regie hebben, omdat je vooraf niet precies weet hoelang het gaat duren voor iemand dood is’, weet Wybenga. Hij verhaalt over een jonge collega die hem ‘in paniek’ belde. ‘Zij had gehoord dat ik veel ervaring heb met hulp bij zelfdoding. Ik heb toen aangeboden met haar mee te gaan. Dat vond zij heel prettig. Ik ben gewend dat mensen binnen tien tot twintig minuten overlijden nadat zij het drankje hebben gedronken. Maar waarachtig, bij haar patiënt duurder het meer dan een halfuur. En zeker, dan duurt zo’n halfuur heel erg lang.’

Wybenga en zijn jongere collega hadden een intraveneuze noodset bij zich. Dat is een gebruikelijk protocol bij hulp bij zelfdoding. Net zoals het gewoon is dat er voor de zekerheid een infuusnaald is geprikt. In de praktijk wordt zo’n noodset zelden gebruikt. Uit cijfers van de RTE blijkt dat deze in 2023 bij 18 mensen moest worden ingezet; 0,2 procent van alle euthanasiemeldingen. Vijf jaar eerder ging dat om 16 mensen; 0,3 procent van alle meldingen. ‘Bij de patiënt van mijn jongere collega die ik assisteerde, zijn we na twintig minuten alle spuiten klaar gaan maken om alsnog op een intraveneuze manier euthanasie te kunnen verlenen. Maar voor we klaar waren, stierf de man alsnog’, vertelt Wybenga.

Hij benadrukt dat het van groot belang is dat de familie en de naasten weten dat het eventjes kan duren voor iemand overlijdt door hulp bij zelfdoding. ‘Het is niet zoals bij de intraveneuze methode dat je zeker weet dat iemand binnen tien minuten is overleden. Ik vind dat juist ook het mooie. Deze rustigere methode geeft iedereen de kans om nog even met elkaar te praten. Zodat het afscheid net iets minder abrupt is.’

GOED ALTERNATIEF

Hulp bij zelfdoding is ook minder moreel en psychisch belastend voor de arts, zo concludeerden emeritus-hoogleraar toegepaste psychologie Pieter Jan Stallen en voormalig huisarts Michiel Marlet in 2018 nadat zij ruim tweehonderd voorbeelden van hulp bij zelfdoding met een drankje onderzochten. Op basis van hun onderzoek stellen zij dat het drankje een goed alternatief is voor de injecties. Bij zes op de zeven mensen leidt het drankje binnen een halfuur tot de dood, vrijwel zonder complicaties. Dat komt doordat de richtlijnen van de KNMP en de KNMG al jaren geleden zijn aangepast. Zo is de dosering pentobarbital tegenwoordig veel hoger, wordt er voor de zekerheid altijd een infuus aangebracht en krijgen patiënten zo’n twaalf uur voor zij het drankje innemen een antibraakmiddel.

Aan tafel in de Hoornse vergaderruimte vertelt Erik Wybenga dat het drankje bitter en zeepachtig schijnt te smaken. ‘Bij mijn laatste patiënt die ik hielp, vertelde ik hem daags tevoren dat het drankje vrij smerig zou zijn. Zittend op bed dronk hij het bekertje leeg en merkte toen grijnzend op dat het drankje lang niet zo slecht smaakte, als ik hem had doen geloven.’ Lachend: ‘Dus misschien valt het toch wel mee.’

Wybenga verhaalt over zijn eerste euthanasie, ook toen al hulp bij zelfdoding. ‘Dat was in 1995. Niet met een drankje, maar met een poedertje dat ik door de gele vla moest roeren. Ik weet het nog als de dag van gisteren. Die man zat op bed en schraapte met een soort van gretigheid dat bakje helemaal leeg. Je zag dat hij echt blij was dat er een einde aan zijn lijden zou komen. Die gretigheid vond ik heel indrukwekkend.’

Op mijn vraag of mensen die kiezen voor hulp bij zelfdoding andere types zijn dan mensen die via een injectie euthanasie krijgen, denkt Wybenga even na. ‘Over het algemeen zijn mensen die een euthanasieverzoek doen, gewend de regie te hebben, eigen keuzes te maken en zelfstandig te opereren. Soms op het onaangename af. Mensen die kiezen voor hulp bij zelfdoding zijn de leukste uit die categorie. Zij spannen mij niet voor hun karretje. Zij begrijpen mijn overwegingen en hebben daar respect voor.’ •

Terwijl een stevige winterstorm de dakpanelen van het torentje van praktijkgebouw Velius Hoed laat klepperen, vertelt Wybenga in de vergaderruimte over zijn voorkeur om patiënten die een euthanasiewens hebben, te helpen met zelfdoding. Nee, hij vindt niet dat hij deze methode promoot en hij ziet zichzelf al helemaal niet als voorvechter. Toch weet hij veel patiënten te overtuigen. ‘In de afgelopen vier jaar heb ik zo’n tien keer euthanasie verleend en in acht gevallen gebeurde dat door hulp bij zelfdoding. Soms omdat mensen dat zelf wilden. Maar ik weet zeker dat er ook patiënten zijn geweest die dat voor mij hebben gedaan, omdat zij snapten dat deze methode voor mij minder belastend is.’

Wybenga schuift over zijn stoel, legt zijn handen op tafel en vertelt bevlogen hoeveel mooier hij een euthanasie vindt als zijn patiënt overlijdt door het drinken van een drankje met pentobarbital dan wanneer hij een patiënt intraveneus euthanasie verleent. ‘Als ik iemand met drie injecties de dood injaag, gaat dat ongelofelijk snel. Dat geeft mij een super onnatuurlijk gevoel. Zo’n drankje is natuurlijk ook zeer onnatuurlijk, maar de dood verloopt zoveel eleganter. Veel rustiger. De patiënt kan nog eventjes met zijn dierbaren praten en ik kan mij terugtrekken in een hoekje. Mijzelf een beetje onzichtbaar maken. Ik zit niet, zoals bij de intraveneuze methode, aan bed tussen alle familie en naasten met mijn batterij aan spuiten omdat ik tussen die drie verschillende injecties het infuus ook nog even moet doorspuiten met fysiologisch zout water. Hulp bij zelfdoding is simpeler. Minder medisch.’

‘Daarnaast vind ik hulp bij zelfdoding voor mijzelf een veel prettigere methode. Ik heb het idee dat de patiënt het helemaal zelf doet, zelf de regie neemt. Ik vind het onaangenaam om gif in een patiënt te spuiten. En het is niet alleen dat gif, maar eerst verdoof je iemand en daarna geef je een zwaar narcosemiddel. Vaak zie je iemand halverwege dat narcosemiddel al bleek wegtrekken en stopt de ademhaling, maar vervolgens moet je vanwege het protocol alsnog een middel inspuiten dat de hartspier platlegt. Ook al is iemand eigenlijk al overleden. Ik vind dat helemaal niet fijn.’