Ervarings‑
deskundige
denkt mee
met cliënt

Hulpverleenster Froukje kampt zelf met suïcidale gedachten

FOTO: PETER DE JONG

EUTHANASIEDEBAT

Froukje laat zich verder liever niet uit over het huidige euthanasiedebat bij psychische problematiek. ‘Ik heb niet per se het gevoel dat mijn visie daarop iets bijdraagt aan het debat. Wel vind ik dat de complexiteit van het onderwerp te weinig ruimte krijgt. Een euthanasieaanvraag is zo persoonlijk, daar kun je geen generaliserende opmerkingen over maken. Ik zet me nu voornamelijk in voor suïcidepreventie. Dat past bij me. Ik kom net van een bijeenkomst van Prorail. Ik weet wat het is om langs het spoor te staan, ik weet hoe het is om daardoor met de politie in aanraking te komen. Ik weet hoe het is om te herstellen en om hulpverlener te zijn. Maar ik weet niet hoe het is om iemand van het spoor te moeten rapen. Ik hecht er veel waarde aan, alles van verschillende kanten te bekijken, daarom besloot ik via een contactformulier mijn verhaal te delen met Prorail. Nu ben ik ambassadeur suïcidepreventie daar en bij de NS. Mijn verhaal kan de medewerkers weer helpen. Medewerkers leren er mogelijk bepaald gedrag door te herkennen. En het zorgt ook voor begrip. Ik leg uit dat iemand die aan het spoor staat, niet in staat is om na te denken over de consequentie van die keuze voor andere mensen. Ze zitten in een totale tunnelvisie. Dat is geen egoïsme, wel egocentrisme, maar voornamelijk een wanhopig verlangen naar rust.’

Bij alles wat ze doet, probeert Froukje zich te verplaatsen in de verschillende perspectieven en daarmee alle partijen vooruit te helpen. Ze gelooft niet dat ze ooit helemaal van haar eigen verlangen naar de dood af zal komen, het heet niet voor niets chronische suïcidaliteit, maar de balans is wel veranderd. ‘Ik kan echt genieten van dingen, zoals op vakantie zijn met mijn vriend en onze hond. Maar ook van anderen helpen. Ik probeer mijn ervaring om te zetten in iets positiefs.’ •

HERTELPROCES

Froukje heeft een training ontwikkeld waarin ze alle betrokkenen – van beleidsmedewerkers tot hulpverleners – meeneemt in herstel ondersteunend werken. Daarbij staat het herstelproces centraal, niet de behandeling. ‘Iemand moet zélf herstellen. Hulpverleners kunnen daarbij uiteraard wel helpen, ze kunnen naast iemand gaan staan. Maar ze zijn soms geneigd de verantwoordelijkheid van een cliënt over te nemen. Er is in mijn ogen sprake van een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Ik geloof dat het belangrijk is dat een hulpverlener het aangeeft als hij of zij het ook even niet meer weet. Hulpverleners zijn ook gewoon mensen en ze kunnen niet alles weten en al helemaal niet alles oplossen.’ 

Het besef dat haar acties ook impact hadden op haar hulpverleners, heeft Froukje erg geholpen in haar eigen proces. ‘Ik gebruik dat nu ook in mijn werk. Het kan helpend zijn een cliënt te confronteren met het effect dat zijn of haar gedrag heeft op de interactie met een hulpverlener. Tegelijkertijd geloof ik dat het belangrijk is dat een hulpverlener leert gewoon te luisteren en er te zijn. Veel hulpverleners hebben als doel dat jij je beter voelt en schieten dan meteen in de actiemodus. Dat is niet altijd wat er nodig is. Juist het bespreekbaar maken van iemands doodswens kan iemand soms alweer de ruimte geven om de dag door te komen.’ Daarmee bedoelt Froukje nadrukkelijk niet dat een hulpverlener de mogelijkheid voor euthanasie aan moet snijden. ‘Want dan bestaat de kans dat iemand denkt: ik ben dus écht niet te helpen. Ik bedoel alleen dat alles, maar dan ook echt alles, bespreekbaar zou moeten zijn. Dus als een cliënt erover begint, is het ‘t beste daar echt naar te luisteren.’

De zorg voor mensen die suïcidale gedachten hebben, kan beter. Dat vindt Froukje van der Meer. En zij weet zelf wat het is. Ze leeft namelijk met chronische suïcidaliteit. ‘Ik heb nog steeds last van die gedachtes, ik weet er alleen inmiddels op een andere manier mee om te gaan.’ Ze zet haar ervaring tegenwoordig in als coördinator herstel & ervaringsdeskundigheid bij jeugdzorginstelling Accare. • Martien Versteegh

De eerste keer dat Froukje de moed had aan iemand te laten weten dat ze aan suïcide dacht, was bij de maatschappelijk werker op de middelbare school. ‘Zijn reactie was: nee, dat wil je niet. Waarop ik me afvroeg of ik dan maar moest bewijzen dat het wel degelijk zo was.’ Hoewel Froukje terugkijkend kan begrijpen dat het een schrikreactie was, is ze er ook van overtuigd dat er veel winst te behalen valt in het omgaan met mensen met suïcidale gedachten.

Froukje wilde haar eigen ervaring graag nuttig inzetten en besloot daarvoor een opleiding te doen. Vervolgens kon ze aan de slag in de psychiatrie met cliënten met multiproblematiek. Daarna werkte  ze mee aan wetenschappelijk onderzoek van het Child Study Center, de wetenschappelijke tak van Accare. ‘Mijn taak daar was het online begeleiden van jongeren die hersteld waren van angst- en/of stemmingsklachten. Het ging om terugvalpreventie, waar ik als ervaringsdeskundige aan meewerkte.’ Het bestuur van Accare wilde binnen de eigen organisatie graag iets doen met ervaringsdeskundigheid en vroeg Froukje in 2020 of ze erover na wilde denken hoe ze dat vorm zou kunnen geven. Nu werkt ze op de afdeling Kwaliteit & Zorgontwikkeling als adviseur. ‘Ik heb ook contact gehad met cliënten, maar ik kon dat qua tijd niet goed combineren.’ Het is wel belangrijk dat ze haar eigen grenzen bewaakt. ‘Ik kan nog steeds snel getriggerd raken. Het werkt zo in je brein dat als je één keer een suïcidepoging hebt gedaan, het neurologische pad dat je dan hebt bewandeld makkelijker toegankelijk is geworden. Je gedachten hebben een volgende keer dus de neiging dat pad, dat ze inmiddels kennen, wéér in te slaan. En ik ben dat pad vaak ingeslagen. Ik heb nu alleen ook opties voor het kiezen van een andere route.’

FOTO: PETER DE JONG

Hulpverleenster Froukje kampt zelf met suïcidale gedachten

Ervarings‑
deskundige
denkt mee
met cliënt

De zorg voor mensen die suïcidale gedachten hebben, kan beter. Dat vindt Froukje van der Meer. En zij weet zelf wat het is. Ze leeft namelijk met chronische suïcidaliteit. ‘Ik heb nog steeds last van die gedachtes, ik weet er alleen inmiddels op een andere manier mee om te gaan.’ Ze zet haar ervaring tegenwoordig in als coördinator herstel & ervaringsdeskundigheid bij jeugdzorginstelling Accare. • Martien Versteegh

De eerste keer dat Froukje de moed had aan iemand te laten weten dat ze aan suïcide dacht, was bij de maatschappelijk werker op de middelbare school. ‘Zijn reactie was: nee, dat wil je niet. Waarop ik me afvroeg of ik dan maar moest bewijzen dat het wel degelijk zo was.’ Hoewel Froukje terugkijkend kan begrijpen dat het een schrikreactie was, is ze er ook van overtuigd dat er veel winst te behalen valt in het omgaan met mensen met suïcidale gedachten.

Froukje wilde haar eigen ervaring graag nuttig inzetten en besloot daarvoor een opleiding te doen. Vervolgens kon ze aan de slag in de psychiatrie met cliënten met multiproblematiek. Daarna werkte  ze mee aan wetenschappelijk onderzoek van het Child Study Center, de wetenschappelijke tak van Accare. ‘Mijn taak daar was het online begeleiden van jongeren die hersteld waren van angst- en/of stemmingsklachten. Het ging om terugvalpreventie, waar ik als ervaringsdeskundige aan meewerkte.’ Het bestuur van Accare wilde binnen de eigen organisatie graag iets doen met ervaringsdeskundigheid en vroeg Froukje in 2020 of ze erover na wilde denken hoe ze dat vorm zou kunnen geven. Nu werkt ze op de afdeling Kwaliteit & Zorgontwikkeling als adviseur. ‘Ik heb ook contact gehad met cliënten, maar ik kon dat qua tijd niet goed combineren.’ Het is wel belangrijk dat ze haar eigen grenzen bewaakt. ‘Ik kan nog steeds snel getriggerd raken. Het werkt zo in je brein dat als je één keer een suïcidepoging hebt gedaan, het neurologische pad dat je dan hebt bewandeld makkelijker toegankelijk is geworden. Je gedachten hebben een volgende keer dus de neiging dat pad, dat ze inmiddels kennen, wéér in te slaan. En ik ben dat pad vaak ingeslagen. Ik heb nu alleen ook opties voor het kiezen van een andere route.’

HERSTELPROCES

Froukje heeft een training ontwikkeld waarin ze alle betrokkenen – van beleidsmedewerkers tot hulpverleners – meeneemt in herstel ondersteunend werken. Daarbij staat het herstelproces centraal, niet de behandeling. ‘Iemand moet zélf herstellen. Hulpverleners kunnen daarbij uiteraard wel helpen, ze kunnen naast iemand gaan staan. Maar ze zijn soms geneigd de verantwoordelijkheid van een cliënt over te nemen. Er is in mijn ogen sprake van een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Ik geloof dat het belangrijk is dat een hulpverlener het aangeeft als hij of zij het ook even niet meer weet. Hulpverleners zijn ook gewoon mensen en ze kunnen niet alles weten en al helemaal niet alles oplossen.’ 

Het besef dat haar acties ook impact hadden op haar hulpverleners, heeft Froukje erg geholpen in haar eigen proces. ‘Ik gebruik dat nu ook in mijn werk. Het kan helpend zijn een cliënt te confronteren met het effect dat zijn of haar gedrag heeft op de interactie met een hulpverlener. Tegelijkertijd geloof ik dat het belangrijk is dat een hulpverlener leert gewoon te luisteren en er te zijn. Veel hulpverleners hebben als doel dat jij je beter voelt en schieten dan meteen in de actiemodus. Dat is niet altijd wat er nodig is. Juist het bespreekbaar maken van iemands doodswens kan iemand soms alweer de ruimte geven om de dag door te komen.’ Daarmee bedoelt Froukje nadrukkelijk niet dat een hulpverlener de mogelijkheid voor euthanasie aan moet snijden. ‘Want dan bestaat de kans dat iemand denkt: ik ben dus écht niet te helpen. Ik bedoel alleen dat alles, maar dan ook echt alles, bespreekbaar zou moeten zijn. Dus als een cliënt erover begint, is het ‘t beste daar echt naar te luisteren.’

EUTHANASIEDEBAT

Froukje laat zich verder liever niet uit over het huidige euthanasiedebat bij psychische problematiek. ‘Ik heb niet per se het gevoel dat mijn visie daarop iets bijdraagt aan het debat. Wel vind ik dat de complexiteit van het onderwerp te weinig ruimte krijgt. Een euthanasieaanvraag is zo persoonlijk, daar kun je geen generaliserende opmerkingen over maken. Ik zet me nu voornamelijk in voor suïcidepreventie. Dat past bij me. Ik kom net van een bijeenkomst van Prorail. Ik weet wat het is om langs het spoor te staan, ik weet hoe het is om daardoor met de politie in aanraking te komen. Ik weet hoe het is om te herstellen en om hulpverlener te zijn. Maar ik weet niet hoe het is om iemand van het spoor te moeten rapen. Ik hecht er veel waarde aan, alles van verschillende kanten te bekijken, daarom besloot ik via een contactformulier mijn verhaal te delen met Prorail. Nu ben ik ambassadeur suïcidepreventie daar en bij de NS. Mijn verhaal kan de medewerkers weer helpen. Medewerkers leren er mogelijk bepaald gedrag door te herkennen. En het zorgt ook voor begrip. Ik leg uit dat iemand die aan het spoor staat, niet in staat is om na te denken over de consequentie van die keuze voor andere mensen. Ze zitten in een totale tunnelvisie. Dat is geen egoïsme, wel egocentrisme, maar voornamelijk een wanhopig verlangen naar rust.’

Bij alles wat ze doet, probeert Froukje zich te verplaatsen in de verschillende perspectieven en daarmee alle partijen vooruit te helpen. Ze gelooft niet dat ze ooit helemaal van haar eigen verlangen naar de dood af zal komen, het heet niet voor niets chronische suïcidaliteit, maar de balans is wel veranderd. ‘Ik kan echt genieten van dingen, zoals op vakantie zijn met mijn vriend en onze hond. Maar ook van anderen helpen. Ik probeer mijn ervaring om te zetten in iets positiefs.’ •