

Schrijver en theatermaker Joost Oomen:
FOTO'S: FRANK RUITER

HET IS ER, ALTIJD EN OVERAL
Joost hoopt dat zijn roman mensen ertoe aanzet na te denken over euthanasie bij voltooid leven en het maatschappelijke debat daarover te voeren. ‘En dat gaat over meer dan een bepaalde leeftijd hebben bereikt, of vinden dat je alles wel hebt gedaan in je leven. Het gaat er voor mij ook om dat je leven tot dan toe mooi is geweest en dat het dus ook mooi mag blijven tot het einde.’
Wanneer zou Joost zijn eigen leven eigenlijk als voltooid beschouwen? ‘Daar denk ik nog helemaal niet over na’, is zijn aanvankelijke antwoord. Maar na een tijdje: ‘Als ik denk: natuurlijk zit er nog schoonheid in het leven, maar ik heb het ook al wel vaker gezien, en nog een keer, en nog een keer. En dat ik daar dan op een gegeven moment over uitverteld raak.’ Of zoals Gerrit het verwoordt: ‘die schoonheid is er ook wel als ik er niet meer ben. Het is er, altijd en overal. Je moet het alleen wel willen zien. Ook in de dood.’ •
HUNKERING
Toch draait het in Het paradijs van slapen niet alleen maar om mooie dingen. Omdat ik me goed kan inleven in de sfeer die Joost creëert – ik groeide op in dezelfde hoek van Friesland en zie alle plekken die hij beschrijft levendig voor me – ontkom ik er niet aan dat ik tijdens het lezen ga nadenken over mijn eigen equivalenten van Douwe en Saartje. En dat brengt mijn gedachten niet alleen op alles wat mooi was (en nog steeds is) in mijn leven, maar zorgt toch ook voor een gevoel van melancholie. Over alles wat is geweest. Is dat – gezien de lichtheid die Joost graag voorstaat – een bedoeld effect van de schrijver? ‘Je mag je best melancholisch voelen’, antwoordt Joost. ‘Het is ook een verdrietig verhaal. Gerrit blijft zijn hele leven lang verliefd op Saartje, een verliefdheid die in zekere zin wel, maar toch ook weer niet wordt beantwoord. Het lukt Gerrit allemaal net niet. Toch blijft zijn hunkering naar schoonheid bestaan, tot aan het einde van zijn leven.’
Want ook dan ziet Gerrit nog mooie dingen. Twee jongens in overall die door het weiland achter zijn huis lopen. Iemand die langsfietst met een grote bos bloemen in de hand. Euthanasiearts Theo is niet langer in staat dat te zien, maar toch is Gerrit degene die dood wil. Theo vraagt zichzelf dan ook af: ‘Is het zomaar toegestaan je leven te grabbel te gooien, niet omdat je pijn hebt, maar omdat je je genoeg hebt volgevreten aan het moois dat de wereld te bieden heeft?’
De Gerrit in de gedachten van Theo antwoordt daarop: ‘Ik zeg ook helemaal niet dat schoonheid het enige doel van elk mensenleven is, maar het is wel het doel van míjn mensenleven. (...) Zo’n doel zomaar te grabbel gooien aan ziektes, kanker of alzheimer of wat dan ook, getuigt pas van weinig eerbied voor een mensenleven. Niet andersom.’
GIRAF VAN BOTERHAMZAKJES
Gerrit is daar een voorbeeld van. Hij heeft een mooi leven gehad, maar vindt het wel goed zo. In het boek vertelt hij over zijn jeugd in Sneek in de jaren zeventig, over zijn beste vriend Douwe die veel te vroeg overlijdt en over de onbereikbare liefde van zijn leven: de Terschellingse Saartje Schaap. Gerrit lardeert zijn verhaal met beschrijvingen van wat hij mooi vindt. De geur van gras en koeienmest die altijd over nachtelijk Friesland hangt, een giraf die over het strand van Terschelling de branding tegemoet loopt en de schoonheid van zijn grote liefde Saartje: ‘Een langzaam bewegend onderwaterlammetje in het donker, dat was zij. Ze rende niet eens, ze stapte voorzichtig over alle plantjes, sprong soepel als een giraf van boterhamzakjes over de drooggevallen sloot. Een giraf van boterhamzakjes. Als je het me nu zou vragen, is dat het mooiste wat ik in mijn leven heb gezien.’ Het staat in schril contrast met de dagelijkse beslommeringen van Theo, die zich voor je gevoel van euthanasie naar euthanasie sleept en verder weinig voldoening uit het leven lijkt te halen.
Wat is het mooiste dat je in je leven hebt gezien? Te weinig mensen stellen zichzelf die vraag, vindt Joost. ‘Ik vind het jammer dat de meeste mensen dan direct beginnen te schermen met: “Ja, maar het ís niet allemaal mooi in het echte leven”. Ik denk dan: oké, dat is misschien wel waar, maar we kunnen bijvoorbeeld in de literatuur iets proberen te maken waarin die schoonheid wél bestaat, en dan vervolgens gaan nadenken of we dat op de een of andere manier ook buiten de kaders van die roman kunnen brengen. Om te kijken of die schoonheid in het echte leven ook beklijft. Veel schrijvers hebben het alleen maar over ellende en zwaarte, over het gebrek aan schoonheid. Ik zou graag mijn hele leven lang de mooie dingen willen blijven zien. Ik wil niet dat er aan het einde van mijn leven nog een staartje komt waarin dat niet meer lukt. En ik begrijp ook niet waarom dat zou moeten.’
Voor veel mensen is het misschien een rare gedachte, dat de dood ook best mooi mag zijn. ‘Niet alleen de dood. Alles in het leven mag mooi zijn’, zegt Joost. Het lijkt hem wel wat als die zoektocht naar schoonheid een plek zou krijgen in het traject van euthanasie bij voltooid leven. ‘Dus dat de levenseindebegeleider je vraagt naar wat er allemaal mooi was in jouw leven. In het initiatiefwetsvoorstel is namelijk een verplichte bedenktijd van zes maanden opgenomen. Hoe vet zou het zijn als mensen dan zes maanden lang gaan nadenken over wat het mooiste was dat ze in hun leven hebben gezien, en daar hele lijsten van gaan aanleggen?’ Eigenlijk zou dat laatste voor iedereen best een goed idee zijn, ook als je je leven nog helemaal niet voltooid vindt.
SCHOONHEID
Het werk van Joost kenmerkt zich eigenlijk altijd door een zekere lichtheid. Waarom een boek over euthanasie bij voltooid leven? Het onderwerp fascineert hem, antwoordt Joost. Voor een artikel in De Groene Amsterdammer in 2023 besloot hij zijn vader te interviewen, een cardioloog die na zijn pensioen euthanasiearts werd in Friesland, ‘om zijn leeftijdsgenoten naar de andere kant te helpen’, zoals Joost het verwoordt. Waar zijn vader als cardioloog mensenlevens probeerde te redden, probeert hij als euthanasiearts zijn patiënten die uitzichtloos en ondraaglijk lijden een waardig einde te geven. ‘Door de gesprekken met mijn vader realiseerde ik me dat het in Nederland niet goed geregeld is voor mensen die dat uitzichtloze en ondraaglijke lijden aan het einde van hun leven juist willen voorkomen. Voor mij gaat euthanasie bij voltooid leven over dat je de schoonheid in het leven probeert te bewaren. Daar gaat het in al mijn werk over. Ik vind dat je op een gegeven moment moet kunnen zeggen: mijn leven is mooi geweest en nu wil ik ook mooi sterven. Maar dat mag niet in Nederland en dat vind ik stom. Je moet toch zelf kunnen bepalen wat schoonheid betekent in jouw leven? En als dit inhoudt dat je je leven niet wil volhouden tot het bittere eind, dan zou dat oké moeten zijn. Volgens mij kan deze beslissing heel goed bestaan tussen patiënt en arts, daar hoeft de staat niet ook nog een zegje in te krijgen.’
Maar vooralsnog is euthanasie bij voltooid leven niet toegestaan. Hoewel ruim 80 procent van de Nederlanders er voorstander van is, ontbreekt de politieke steun voor het initiatiefwetsvoorstel van D66, dat zegt dat mensen van 75 jaar en ouder hulp bij zelfdoding kunnen krijgen als zij lijden aan een leven dat voor hen te lang is geworden.
‘die schoonheid is er ook wel als ik er niet meer ben. Het is er, altijd en overal. Je moet het alleen wel willen zien. Ook in de dood’
In Het paradijs van slapen maak je kennis met Theo Engel, euthanasiearts in Friesland. Hij is een einzelgänger, die door zijn voortdurende contact met patiënten die ondraaglijk en uitzichtloos lijden zijn geloof in schoonheid is verloren. Op een dag ontvangt Theo een brief van voormalig theatermaker Gerrit Blauw, die hem op het spoor is gekomen via Expertisecentrum Euthanasie. Gerrit is niet ziek, heeft geen pijn, maar beschouwt zijn leven als voltooid. ‘Ik ben mijn hele leven met mooie dingen bezig geweest, ik heb mijn hele leven van mooie dingen genoten en ik wil dus ook het liefst mooi dood kunnen gaan’, schrijft Gerrit in zijn brief aan Theo. Maar weet hij de euthanasiearts ervan te overtuigen om hem daarbij te helpen? Theo overtreedt immers de wet als hij euthanasie zou verlenen. Waarop Gerrit antwoordt: ‘Dat weet ik, maar ik vind dat de wet zich met twee dingen niet te bemoeien heeft: op wie je verliefd wordt en hoe je dood wilt gaan. Die dingen zijn persoonlijk. Uitsluitend persoonlijk.’ Tijdens het gesprek met Joost wordt al snel duidelijk dat het een uitspraak is die hij zelf ook onderschrijft.
Schoonheid. Het loopt als een rode draad door alles wat schrijver, dichter en theatermaker Joost Oomen (34) maakt en doet. In zijn nieuwste roman Het paradijs van slapen laat hij het los op een onderwerp dat velen niet zo snel zullen associëren met schoonheid: de dood. Want die mag óók mooi zijn, vindt Joost. •
Dieuwke de Boer
‘De dood mag óók mooi zijn’

HET IS ER, ALTIJD EN OVERAL
Joost hoopt dat zijn roman mensen ertoe aanzet na te denken over euthanasie bij voltooid leven en het maatschappelijke debat daarover te voeren. ‘En dat gaat over meer dan een bepaalde leeftijd hebben bereikt, of vinden dat je alles wel hebt gedaan in je leven. Het gaat er voor mij ook om dat je leven tot dan toe mooi is geweest en dat het dus ook mooi mag blijven tot het einde.’
Wanneer zou Joost zijn eigen leven eigenlijk als voltooid beschouwen? ‘Daar denk ik nog helemaal niet over na’, is zijn aanvankelijke antwoord. Maar na een tijdje: ‘Als ik denk: natuurlijk zit er nog schoonheid in het leven, maar ik heb het ook al wel vaker gezien, en nog een keer, en nog een keer. En dat ik daar dan op een gegeven moment over uitverteld raak.’ Of zoals Gerrit het verwoordt: ‘die schoonheid is er ook wel als ik er niet meer ben. Het is er, altijd en overal. Je moet het alleen wel willen zien. Ook in de dood.’ •

‘die schoonheid is er ook wel als ik er niet meer ben. Het is er, altijd en overal. Je moet het alleen wel willen zien. Ook in de dood’
GIRAF VAN BOTERHAMZAKJES
Gerrit is daar een voorbeeld van. Hij heeft een mooi leven gehad, maar vindt het wel goed zo. In het boek vertelt hij over zijn jeugd in Sneek in de jaren zeventig, over zijn beste vriend Douwe die veel te vroeg overlijdt en over de onbereikbare liefde van zijn leven: de Terschellingse Saartje Schaap. Gerrit lardeert zijn verhaal met beschrijvingen van wat hij mooi vindt. De geur van gras en koeienmest die altijd over nachtelijk Friesland hangt, een giraf die over het strand van Terschelling de branding tegemoet loopt en de schoonheid van zijn grote liefde Saartje: ‘Een langzaam bewegend onderwaterlammetje in het donker, dat was zij. Ze rende niet eens, ze stapte voorzichtig over alle plantjes, sprong soepel als een giraf van boterhamzakjes over de drooggevallen sloot. Een giraf van boterhamzakjes. Als je het me nu zou vragen, is dat het mooiste wat ik in mijn leven heb gezien.’ Het staat in schril contrast met de dagelijkse beslommeringen van Theo, die zich voor je gevoel van euthanasie naar euthanasie sleept en verder weinig voldoening uit het leven lijkt te halen.
Wat is het mooiste dat je in je leven hebt gezien? Te weinig mensen stellen zichzelf die vraag, vindt Joost. ‘Ik vind het jammer dat de meeste mensen dan direct beginnen te schermen met: “Ja, maar het ís niet allemaal mooi in het echte leven”. Ik denk dan: oké, dat is misschien wel waar, maar we kunnen bijvoorbeeld in de literatuur iets proberen te maken waarin die schoonheid wél bestaat, en dan vervolgens gaan nadenken of we dat op de een of andere manier ook buiten de kaders van die roman kunnen brengen. Om te kijken of die schoonheid in het echte leven ook beklijft. Veel schrijvers hebben het alleen maar over ellende en zwaarte, over het gebrek aan schoonheid. Ik zou graag mijn hele leven lang de mooie dingen willen blijven zien. Ik wil niet dat er aan het einde van mijn leven nog een staartje komt waarin dat niet meer lukt. En ik begrijp ook niet waarom dat zou moeten.’
Voor veel mensen is het misschien een rare gedachte, dat de dood ook best mooi mag zijn. ‘Niet alleen de dood. Alles in het leven mag mooi zijn’, zegt Joost. Het lijkt hem wel wat als die zoektocht naar schoonheid een plek zou krijgen in het traject van euthanasie bij voltooid leven. ‘Dus dat de levenseindebegeleider je vraagt naar wat er allemaal mooi was in jouw leven. In het initiatiefwetsvoorstel is namelijk een verplichte bedenktijd van zes maanden opgenomen. Hoe vet zou het zijn als mensen dan zes maanden lang gaan nadenken over wat het mooiste was dat ze in hun leven hebben gezien, en daar hele lijsten van gaan aanleggen?’ Eigenlijk zou dat laatste voor iedereen best een goed idee zijn, ook als je je leven nog helemaal niet voltooid vindt.
HUNKERING
Toch draait het in Het paradijs van slapen niet alleen maar om mooie dingen. Omdat ik me goed kan inleven in de sfeer die Joost creëert – ik groeide op in dezelfde hoek van Friesland en zie alle plekken die hij beschrijft levendig voor me – ontkom ik er niet aan dat ik tijdens het lezen ga nadenken over mijn eigen equivalenten van Douwe en Saartje. En dat brengt mijn gedachten niet alleen op alles wat mooi was (en nog steeds is) in mijn leven, maar zorgt toch ook voor een gevoel van melancholie. Over alles wat is geweest. Is dat – gezien de lichtheid die Joost graag voorstaat – een bedoeld effect van de schrijver? ‘Je mag je best melancholisch voelen’, antwoordt Joost. ‘Het is ook een verdrietig verhaal. Gerrit blijft zijn hele leven lang verliefd op Saartje, een verliefdheid die in zekere zin wel, maar toch ook weer niet wordt beantwoord. Het lukt Gerrit allemaal net niet. Toch blijft zijn hunkering naar schoonheid bestaan, tot aan het einde van zijn leven.’
Want ook dan ziet Gerrit nog mooie dingen. Twee jongens in overall die door het weiland achter zijn huis lopen. Iemand die langsfietst met een grote bos bloemen in de hand. Euthanasiearts Theo is niet langer in staat dat te zien, maar toch is Gerrit degene die dood wil. Theo vraagt zichzelf dan ook af: ‘Is het zomaar toegestaan je leven te grabbel te gooien, niet omdat je pijn hebt, maar omdat je je genoeg hebt volgevreten aan het moois dat de wereld te bieden heeft?’
De Gerrit in de gedachten van Theo antwoordt daarop: ‘Ik zeg ook helemaal niet dat schoonheid het enige doel van elk mensenleven is, maar het is wel het doel van míjn mensenleven. (...) Zo’n doel zomaar te grabbel gooien aan ziektes, kanker of alzheimer of wat dan ook, getuigt pas van weinig eerbied voor een mensenleven. Niet andersom.’

FOTO: FRANK RUITER
SCHOONHEID
Het werk van Joost kenmerkt zich eigenlijk altijd door een zekere lichtheid. Waarom een boek over euthanasie bij voltooid leven? Het onderwerp fascineert hem, antwoordt Joost. Voor een artikel in De Groene Amsterdammer in 2023 besloot hij zijn vader te interviewen, een cardioloog die na zijn pensioen euthanasiearts werd in Friesland, ‘om zijn leeftijdsgenoten naar de andere kant te helpen’, zoals Joost het verwoordt. Waar zijn vader als cardioloog mensenlevens probeerde te redden, probeert hij als euthanasiearts zijn patiënten die uitzichtloos en ondraaglijk lijden een waardig einde te geven. ‘Door de gesprekken met mijn vader realiseerde ik me dat het in Nederland niet goed geregeld is voor mensen die dat uitzichtloze en ondraaglijke lijden aan het einde van hun leven juist willen voorkomen. Voor mij gaat euthanasie bij voltooid leven over dat je de schoonheid in het leven probeert te bewaren. Daar gaat het in al mijn werk over. Ik vind dat je op een gegeven moment moet kunnen zeggen: mijn leven is mooi geweest en nu wil ik ook mooi sterven. Maar dat mag niet in Nederland en dat vind ik stom. Je moet toch zelf kunnen bepalen wat schoonheid betekent in jouw leven? En als dit inhoudt dat je je leven niet wil volhouden tot het bittere eind, dan zou dat oké moeten zijn. Volgens mij kan deze beslissing heel goed bestaan tussen patiënt en arts, daar hoeft de staat niet ook nog een zegje in te krijgen.’
Maar vooralsnog is euthanasie bij voltooid leven niet toegestaan. Hoewel ruim 80 procent van de Nederlanders er voorstander van is, ontbreekt de politieke steun voor het initiatiefwetsvoorstel van D66, dat zegt dat mensen van 75 jaar en ouder hulp bij zelfdoding kunnen krijgen als zij lijden aan een leven dat voor hen te lang is geworden.
In Het paradijs van slapen maak je kennis met Theo Engel, euthanasiearts in Friesland. Hij is een einzelgänger, die door zijn voortdurende contact met patiënten die ondraaglijk en uitzichtloos lijden zijn geloof in schoonheid is verloren. Op een dag ontvangt Theo een brief van voormalig theatermaker Gerrit Blauw, die hem op het spoor is gekomen via Expertisecentrum Euthanasie. Gerrit is niet ziek, heeft geen pijn, maar beschouwt zijn leven als voltooid. ‘Ik ben mijn hele leven met mooie dingen bezig geweest, ik heb mijn hele leven van mooie dingen genoten en ik wil dus ook het liefst mooi dood kunnen gaan’, schrijft Gerrit in zijn brief aan Theo. Maar weet hij de euthanasiearts ervan te overtuigen om hem daarbij te helpen? Theo overtreedt immers de wet als hij euthanasie zou verlenen. Waarop Gerrit antwoordt: ‘Dat weet ik, maar ik vind dat de wet zich met twee dingen niet te bemoeien heeft: op wie je verliefd wordt en hoe je dood wilt gaan. Die dingen zijn persoonlijk. Uitsluitend persoonlijk.’ Tijdens het gesprek met Joost wordt al snel duidelijk dat het een uitspraak is die hij zelf ook onderschrijft.
Schoonheid. Het loopt als een rode draad door alles wat schrijver, dichter en theater-maker Joost Oomen (34) maakt en doet. In zijn nieuwste roman Het paradijs van slapen laat hij het los op een onderwerp dat velen niet zo snel zullen associëren met schoonheid: de dood. Want die mag óók mooi zijn, vindt Joost. •
Dieuwke de Boer
‘De dood mag óók mooi zijn’
Schrijver en theatermaker Joost Oomen: