Bij VPTZ Nederland zijn ruim tweehonderd lid-organisaties aangesloten. Van de circa dertienduizend vrijwilligers die voor deze organisaties werken, bieden er ongeveer drieduizend palliatieve terminale zorg thuis. De anderen doen dat in hospices en soms in een zorginstelling om zo familie, vrienden en andere mantelzorgers te ondersteunen bij het sterfbed van hun dierbare; kortdurend en altijd in overleg. VPTZ-vrijwilligers nemen voor een aantal uren, ’s nachts of overdag, de zorgtaak over, maar vervangen niet de professionele zorg. Ze helpen bij de persoonlijke verzorging van de stervende, bieden een luisterend oor en een wakend oog. Alle vrijwilligers van VPTZ hebben minimaal een basiscursus gevolgd en worden professioneel begeleid. Ondersteuning thuis is kosteloos; in een hospice kan een eigen bijdrage gevraagd worden. Meer informatie: www.vptz.nl

Hanko Binnendijk (52), Rotterdam:

Gonnie Laverman (66), Rijnsburg:

Jolanda van den Oever (53), Valkenburg (ZH):

FOTO'S: JOSJE DEEKENS

‘Onze zorg voor de achterblijvers geeft stervenden rust’ 
‘Mensen sterven het liefst in hun eigen omgeving’
‘Als het einde nadert, zijn mensen op hun puurst’
Vrijwilligers waken bij een sterfbed

In Nederland zijn zo’n drieduizend vrijwilligers actief die thuis komen waken bij iemand die gaat sterven. Dankzij hun steun kunnen familie, vrienden en andere mantelzorgers een paar uur per week op adem komen. Wat beweegt iemand om als vrijwilliger voor deze rol te kiezen? • Teus Lebbing

‘Ik ben blij dat ik twee jaar geleden dit werk vond. Ook vanwege de vrijwilligersgroep, het zijn allemaal fijne, betrokken collega’s. Ik heb graag mensen om me heen met wie ik echt contact kan hebben, dat je er voor elkaar kunt zijn. Na 45 jaar in de gehandicaptenzorg kwam ik in 2023 in de ziektewet terecht. Ik heb verschillende vormen van kanker gehad, maar ben er gelukkig telkens op tijd bij. Zelf ben ik niet bang voor de dood. Ik ben katholiek en geloof dat het hierna alleen maar beter wordt. Maar dat is mijn overtuiging, ik realiseer me goed dat anderen daar anders over kunnen denken. Als iemand kiest voor euthanasie dan snap ik dat ook. Het lijden kan ook genoeg zijn. Ik zou wensen dat over die persoonlijke keuze niet zo moeilijk werd gedaan.’ 

‘Ik hoop ook dat er iemand naast mij zit als ik ga. Het liefst wens ik me een sterfbed als dat van mijn moeder. Ze was 91 en tevreden, haar leven was volbracht. De laatste dag lag ze er zo rustig bij, met al haar dochters rondom het bed. We haalden herinneringen op, omringden haar met zorg. Verdriet en plezier wisselden elkaar af, de sfeer was er een van samenzijn en liefdevol. Zulke laatste momenten gun ik iedereen.’ •

‘Maar voor dit vrijwilligerswerk heb ik het nooit te druk. Ik vind het een eer om er de laatste uren voor iemand te zijn en om hun dierbaren voor een paar uur te ontlasten. Ik zie zulke mooie mensen aan het bed, variërend van de categorie ‘botte boer’ tot de meest ingetogen karakters. Ze biechten van alles op, ook over hun misstappen of worstelingen. En er zijn vaak vragen, bijvoorbeeld of ik weet waar ze naartoe gaan. Ik ben altijd eerlijk en zeg dat ik niks kan garanderen; in deze fase zit niemand te wachten op leugentjes om bestwil. Ik tref ook wel mensen die familie en vrienden van zich hebben vervreemd. Laatst was ik nog bij een vrouw die zei: “Ik ben geen leuk mens geweest”. Ik reageerde: “maar ik ben er nu voor je”. Later vertelde ze dat het voor haar voelde alsof ze voor het eerst een vriendin had.’

‘Hoe bekend ik inmiddels ook met dit werk ben, ik vind het altijd weer spannend om voor het eerst bij iemand thuis te komen. En zo hoort het ook, vind ik. Bij dit werk past bescheidenheid. Stervensbegeleiding is bovenal: gaan zitten en luisteren. Aan het bed laat je alle oordelen los, niets is wat het lijkt, leer ik telkens weer. We weten niet wat er achter ieders voordeur speelt. Ik vind dat niemand alleen mag sterven. Mijn geloof is daarin een belangrijke drijfveer. Ik gun het mensen om op een humane manier die voor hen het beste voelt, de aarde los te laten. Daarin ga ik best ver, want ondanks de risico’s ben ik ook in coronatijd bij mensen thuis gaan waken.’

‘Ik sta anders in het leven door dit werk, nog meer dan vroeger geniet ik van elke dag. “Maar je bent zo vrolijk”, reageren mensen als ik vertel dat ik stervensbegeleider ben. Ja, juist dáárom, zeg ik dan. Wie wil er nou een chagrijn aan zijn sterfbed?’ •

‘Sinds een jaar kom ik bij mensen thuis, dat gaat om zo’n drie uur per week, maximaal drie maanden achter elkaar. Soms wordt de periode verlengd, maar we bieden geen structurele hulp, daar zijn andere partijen voor. Zodra ik binnenstap, gaat mijn telefoon uit, ik laat mijn privébesognes achter me en ben er helemaal voor de cliënten en hun mantelzorgers. Tot nu toe merk ik dat vooral mijn luisterend oor uitkomst biedt.’ 

‘Behalve waardevol vind ik het ook leerzaam om van dichtbij het overlijdensproces te aanschouwen. Er is geen standaard recept voor doodgaan, het is een traject van zoeken en aanpassen richting overgave aan het onvermijdelijke. Op het laatst zie ik stervenden zich vooral zorgen maken om degenen die achterblijven. Het is hard en wrang wat ze meemaken, maar ik merk dat het hen rust geeft dat ik er voor de partners en kinderen kan zijn.’

'Drie jaar geleden kreeg ik een hartstilstand tijdens het padellen. Gelukkig had ik goede mensen om me heen die me konden reanimeren en de eerste hulp was dichtbij. Vijf minuten ben ik buiten bewustzijn geweest. Volgens artsen was het pure pech, want verder ben ik fit en gezond. Na een voorspoedig herstel ben ik vrij snel weer aan het werk gegaan als zelfstandige in het onderwijs. Mijn kijk op het leven is niet veranderd, ik leef voluit en wil me niet laten gijzelen door angst.’ 

‘Wel drong toen goed tot me door hoezeer ik mijn partner alleen zou achterlaten, dat idee vond ik het allerergst. Al langer was ik op zoek naar vrijwilligerswerk waarin ik iets wezenlijks voor een ander kan betekenen. Deze ervaring maakte dat ik in de hoek van het levenseinde ging kijken. Via via kwam ik anderhalf jaar geleden in contact met VPTZ. Het idee om dierbaren van stervenden te ondersteunen, sprak me aan.’ 

‘Ik heb eerst vijf scholingsbijeenkomsten gevolgd. Daarin werden we met een groep vrijwilligers wegwijs gemaakt in de palliatieve en terminale zorg, in wat we aan een sterfbed kunnen verwachten. Boeiend en leerzaam vond ik dat. Daarnaast vind ik het fijn dat er per inzet wordt gevraagd of ik beschikbaar ben of dat ik liever een pauze wil. Daardoor houd ik de regie over mijn agenda en kan ik me bewust committeren. Ik wil geen belofte doen die ik niet kan nakomen.’ 

'Ik kom uit een groot gezin in een klein dorp, mijn vader was er begrafenisondernemer. Over de dood werd open gepraat, als een vanzelfsprekend onderdeel van het leven. “Op het graf ben je te laat”, zei mijn vader altijd. Dan kun je niks meer uitspreken of goedmaken. Ik heb dat in mijn oren geknoopt, hoe belangrijk het is dat je goed sterft. Daar draag ik graag aan bij.’

‘Ik ben blij dat er in Nederland zoveel vrijwilligers zijn die mensen thuis ondersteunen bij het sterfbed. Plekken in het hospice liggen nu eenmaal niet voor het oprapen en in mijn ervaring sterven mensen het liefst in hun vertrouwde omgeving. Ik vind waken rustgevend en mooi en voel me altijd welkom. Het is mijn rol om de familie te ondersteunen, zodat zij even hun handen vrij hebben en kunnen bijkomen. Ik ben er voor een praatje, lees wat voor of we kijken samen naar iets. Niks zeggen is vaak ook goed.’ 

‘Ik kom soms twee à drie weken over de vloer bij mensen en kan in die korte tijd het verschil maken. Zo waakte ik een tijdje terug bij een jongere man. Zijn vrouw ging dan met hun kind naar zwemles. Voordat hij stierf, was het zwemdiploma behaald, dat was zo’n bijzonder moment, het gaf hem rust. Maar het gaat ook weleens anders. Ik herinner me een vrouw die zich hevig verzette tegen haar overlijden. “Als je maar niet denkt dat ik vandaag doodga”, zei ze bij mijn binnenkomst. Voor de partner was dat best lastig, haar naderende einde bleef onbespreekbaar. Dat is voor de omstanders dan echt een kwestie van accepteren.’

'Kun je mijn hand even vasthouden? Ik zou nog zo graag even gezellig een cappuccino drinken. Wil je me voorlezen? De vragen van een stervende zijn altijd helder. Als het einde nadert, hebben mensen geen tijd meer voor dingen die er niet toe doen, alle ruis valt weg. Ze zijn helemaal mens, op hun puurst. Nabijheid is eigenlijk het enige dat ze zich nog wensen. Soms help ik iemand even naar de wc of ik maak de koelkast schoon, ook geen probleem. Medische handelingen hoef ik niet te verrichten, dat is aan de huisarts en de thuiszorg.’ 

‘In het leven van alledag hebben we het zelden over de dood. We houden het bij onszelf vandaan, zo lijkt het, daardoor worden we er steeds banger voor. Ik vind doodgaan en achterlaten wat je lief is ook een slecht idee, maar ik merk: hoe verder ik het van me wegduw, hoe enger het wordt. Ik heb besloten om het aan te gaan. Sinds zes jaar coördineer ik de poule met vrijwillige stervensbegeleiders in onze omgeving en zelf ben ik ook inzetbaar. Daarnaast werk ik als team-assistent bij een revalidatiecentrum en heb ik een actief gezin.’

Hanko Binnendijk (52), Rotterdam:

‘Als het einde nadert, zijn mensen op hun puurst’

Jolanda van den Oever (53), Valkenburg (ZH):

In Nederland zijn zo’n drieduizend vrijwilligers actief die thuis komen waken bij iemand die gaat sterven. Dankzij hun steun kunnen familie, vrienden en andere mantelzorgers een paar uur per week op adem komen. Wat beweegt iemand om als vrijwilliger voor deze rol te kiezen? • Teus Lebbing

FOTO'S: JOSJE DEEKENS

‘Onze zorg voor de achterblijvers geeft stervenden rust’
‘Mensen sterven het liefst in hun eigen omgeving’

Gonnie Laverman (66), Rijnsburg:

Bij VPTZ Nederland zijn ruim tweehonderd lid-organisaties aangesloten. Van de circa dertienduizend vrijwilligers die voor deze organisaties werken, bieden er ongeveer drieduizend palliatieve terminale zorg thuis. De anderen doen dat in hospices en soms in een zorginstelling om zo familie, vrienden en andere mantelzorgers te ondersteunen bij het sterfbed van hun dierbare; kortdurend en altijd in overleg. VPTZ-vrijwilligers nemen voor een aantal uren, ’s nachts of overdag, de zorgtaak over, maar vervangen niet de professionele zorg. Ze helpen bij de persoonlijke verzorging van de stervende, bieden een luisterend oor en een wakend oog. Alle vrijwilligers van VPTZ hebben minimaal een basiscursus gevolgd en worden professioneel begeleid. Ondersteuning thuis is kosteloos; in een hospice kan een eigen bijdrage gevraagd worden. Meer informatie: www.vptz.nl

‘Drie jaar geleden kreeg ik een hartstilstand tijdens het padellen. Gelukkig had ik goede mensen om me heen die me konden reanimeren en de eerste hulp was dichtbij. Vijf minuten ben ik buiten bewustzijn geweest. Volgens artsen was het pure pech, want verder ben ik fit en gezond. Na een voorspoedig herstel ben ik vrij snel weer aan het werk gegaan als zelfstandige in het onderwijs. Mijn kijk op het leven is niet veranderd, ik leef voluit en wil me niet laten gijzelen door angst.’ 

‘Wel drong toen goed tot me door hoezeer ik mijn partner alleen zou achterlaten, dat idee vond ik het allerergst. Al langer was ik op zoek naar vrijwilligerswerk waarin ik iets wezenlijks voor een ander kan betekenen. Deze ervaring maakte dat ik in de hoek van het levenseinde ging kijken. Via via kwam ik anderhalf jaar geleden in contact met VPTZ. Het idee om dierbaren van stervenden te ondersteunen, sprak me aan.’ 

‘Ik heb eerst vijf scholingsbijeenkomsten gevolgd. Daarin werden we met een groep vrijwilligers wegwijs gemaakt in de palliatieve en terminale zorg, in wat we aan een sterfbed kunnen verwachten. Boeiend en leerzaam vond ik dat. Daarnaast vind ik het fijn dat er per inzet wordt gevraagd of ik beschikbaar ben of dat ik liever een pauze wil. Daardoor houd ik de regie over mijn agenda en kan ik me bewust committeren. Ik wil geen belofte doen die ik niet kan nakomen.’ 

‘Sinds een jaar kom ik bij mensen thuis, dat gaat om zo’n drie uur per week, maximaal drie maanden achter elkaar. Soms wordt de periode verlengd, maar we bieden geen structurele hulp, daar zijn andere partijen voor. Zodra ik binnenstap, gaat mijn telefoon uit, ik laat mijn privébesognes achter me en ben er helemaal voor de cliënten en hun mantelzorgers. Tot nu toe merk ik dat vooral mijn luisterend oor uitkomst biedt.’ 

‘Behalve waardevol vind ik het ook leerzaam om van dichtbij het overlijdensproces te aanschouwen. Er is geen standaard recept voor doodgaan, het is een traject van zoeken en aanpassen richting overgave aan het onvermijdelijke. Op het laatst zie ik stervenden zich vooral zorgen maken om degenen die achterblijven. Het is hard en wrang wat ze meemaken, maar ik merk dat het hen rust geeft dat ik er voor de partners en kinderen kan zijn.’

‘Ik kom uit een groot gezin in een klein dorp, mijn vader was er begrafenis­ondernemer. Over de dood werd open gepraat, als een vanzelfsprekend onderdeel van het leven. “Op het graf ben je te laat”, zei mijn vader altijd. Dan kun je niks meer uitspreken of goedmaken. Ik heb dat in mijn oren geknoopt, hoe belangrijk het is dat je goed sterft. Daar draag ik graag aan bij.’

‘Ik ben blij dat er in Nederland zoveel vrijwilligers zijn die mensen thuis onder­steunen bij het sterfbed. Plekken in het hospice liggen nu eenmaal niet voor het oprapen en in mijn ervaring sterven mensen het liefst in hun vertrouwde omgeving. Ik vind waken rustgevend en mooi en voel me altijd welkom. Het is mijn rol om de familie te ondersteunen, zodat zij even hun handen vrij hebben en kunnen bijkomen. Ik ben er voor een praatje, lees wat voor of we kijken samen naar iets. Niks zeggen is vaak ook goed.’ 

‘Ik kom soms twee à drie weken over de vloer bij mensen en kan in die korte tijd het verschil maken. Zo waakte ik een tijdje terug bij een jongere man. Zijn vrouw ging dan met hun kind naar zwemles. Voordat hij stierf, was het zwemdiploma behaald, dat was zo’n bijzonder moment, het gaf hem rust. Maar het gaat ook weleens anders. Ik herinner me een vrouw die zich hevig verzette tegen haar overlijden. “Als je maar niet denkt dat ik vandaag doodga”, zei ze bij mijn binnenkomst. Voor de partner was dat best lastig, haar naderende einde bleef onbespreekbaar. Dat is voor de omstanders dan echt een kwestie van accepteren.’

‘Ik ben blij dat ik twee jaar geleden dit werk vond. Ook vanwege de vrijwilligersgroep, het zijn allemaal fijne, betrokken collega’s. Ik heb graag mensen om me heen met wie ik echt contact kan hebben, dat je er voor elkaar kunt zijn. Na 45 jaar in de gehandicaptenzorg kwam ik in 2023 in de ziektewet terecht. Ik heb verschillende vormen van kanker gehad, maar ben er gelukkig telkens op tijd bij. Zelf ben ik niet bang voor de dood. Ik ben katholiek en geloof dat het hierna alleen maar beter wordt. Maar dat is mijn overtuiging, ik realiseer me goed dat anderen daar anders over kunnen denken. Als iemand kiest voor euthanasie dan snap ik dat ook. Het lijden kan ook genoeg zijn. Ik zou wensen dat over die persoonlijke keuze niet zo moeilijk werd gedaan.’ 

‘Ik hoop ook dat er iemand naast mij zit als ik ga. Het liefst wens ik me een sterfbed als dat van mijn moeder. Ze was 91 en tevreden, haar leven was volbracht. De laatste dag lag ze er zo rustig bij, met al haar dochters rondom het bed. We haalden herinneringen op, omringden haar met zorg. Verdriet en plezier wisselden elkaar af, de sfeer was er een van samenzijn en liefdevol. Zulke laatste momenten gun ik iedereen.’ •

‘Kun je mijn hand even vasthouden? Ik zou nog zo graag even gezellig een cappuccino drinken. Wil je me voorlezen? De vragen van een stervende zijn altijd helder. Als het einde nadert, hebben mensen geen tijd meer voor dingen die er niet toe doen, alle ruis valt weg. Ze zijn helemaal mens, op hun puurst. Nabijheid is eigenlijk het enige dat ze zich nog wensen. Soms help ik iemand even naar de wc of ik maak de koelkast schoon, ook geen probleem. Medische handelingen hoef ik niet te verrichten, dat is aan de huisarts en de thuiszorg.’ 

‘In het leven van alledag hebben we het zelden over de dood. We houden het bij onszelf vandaan, zo lijkt het, daardoor worden we er steeds banger voor. Ik vind doodgaan en achterlaten wat je lief is ook een slecht idee, maar ik merk: hoe verder ik het van me wegduw, hoe enger het wordt. Ik heb besloten om het aan te gaan. Sinds zes jaar coördineer ik de poule met vrijwillige stervensbegeleiders in onze omgeving en zelf ben ik ook inzetbaar. Daarnaast werk ik als team-assistent bij een revalidatiecentrum en heb ik een actief gezin.’

‘Maar voor dit vrijwilligerswerk heb ik het nooit te druk. Ik vind het een eer om er de laatste uren voor iemand te zijn en om hun dierbaren voor een paar uur te ontlasten. Ik zie zulke mooie mensen aan het bed, variërend van de categorie ‘botte boer’ tot de meest ingetogen karakters. Ze biechten van alles op, ook over hun misstappen of worstelingen. En er zijn vaak vragen, bijvoorbeeld of ik weet waar ze naartoe gaan. Ik ben altijd eerlijk en zeg dat ik niks kan garanderen; in deze fase zit niemand te wachten op leugentjes om bestwil. Ik tref ook wel mensen die familie en vrienden van zich hebben vervreemd. Laatst was ik nog bij een vrouw die zei: “Ik ben geen leuk mens geweest”. Ik reageerde: “maar ik ben er nu voor je”. Later vertelde ze dat het voor haar voelde alsof ze voor het eerst een vriendin had.’

‘Hoe bekend ik inmiddels ook met dit werk ben, ik vind het altijd weer spannend om voor het eerst bij iemand thuis te komen. En zo hoort het ook, vind ik. Bij dit werk past bescheidenheid. Stervensbegeleiding is bovenal: gaan zitten en luisteren. Aan het bed laat je alle oordelen los, niets is wat het lijkt, leer ik telkens weer. We weten niet wat er achter ieders voordeur speelt. Ik vind dat niemand alleen mag sterven. Mijn geloof is daarin een belangrijke drijfveer. Ik gun het mensen om op een humane manier die voor hen het beste voelt, de aarde los te laten. Daarin ga ik best ver, want ondanks de risico’s ben ik ook in coronatijd bij mensen thuis gaan waken.’

‘Ik sta anders in het leven door dit werk, nog meer dan vroeger geniet ik van elke dag. “Maar je bent zo vrolijk”, reageren mensen als ik vertel dat ik stervens-begeleider ben. Ja, juist dáárom, zeg ik dan. Wie wil er nou een chagrijn aan zijn sterfbed?’ •

Vrijwilligers waken bij een sterfbed