illustratie: peter de wit
In de rubriek Opinie leveren auteurs een bijdrage aan de discussie over euthanasie en het levenseinde. Dat doen zij op persoonlijke titel. Nico van Rooijen is natuurwetenschapper en schrijver.
De zin van het leven is dat het eindig is (Franz Kafka). Hoewel Kafka hier misschien niet direct aan Charles Darwin heeft gedacht – al was het maar omdat Kafka een jaar na de dood van Darwin werd geboren, in een tijd waarin de communicatie nog niet zo snel verliep als tegenwoordig – is de bevestiging van dit citaat juist in de evolutietheorie van Darwin te vinden. Zonder de dood was de mens nooit op aarde verschenen. Dan zou de macht van de sterksten op onze planeet ook nooit ondergeschikt kunnen zijn geworden aan de ideeën van de beste denkers onder hen.
Al met al een voorlopige zegen voor de mens, maar tegelijk een ramp voor de overige dieren. Die ramp zal zich ook uitbreiden naar de mens als die niet nog beter gaat nadenken over de betekenis van de veranderingen in het klimaat op zijn planeet de aarde, waar die mens zelf de voornaamste oorzaak van vormt.
Een absolute voorwaarde om een bijna-doodervaring te kunnen hebben, is dat je zelf de dood al eerder hebt ervaren. Hoe weet je anders dat je daar zo dichtbij was? Bijna-doodervaringen te duiden als kennis wat er komt na het leven is onzinnig. Ze duiden alleen op de merkwaardige schakelingen in de hersenen bij een zuurstoftekort. Bijna dood betekent per definitie dus dat je het niet meer na kunt vertellen. Anders is het nep-dood, wat wel nep is maar geen dood. In het programma De Wereld Draait Door vertelde een komiek ooit over een bijna-doodervaring: ‘Een man springt van het dak van een brandend huis en heeft een bijna-doodervaring. Direct daarna is hij dood’. Dat kan dus wel! Alleen had hij die ervaring dus nooit met iemand kunnen delen. Je kunt natuurlijk beweren dat we allemaal al dood waren voordat we werden geboren, maar ook dat was nep-dood.
Je kunt pas dood zijn als je eerst hebt geleefd. Dat geldt volgens een schatting van het Amerikaanse Population Reference Bureau voor 107 miljard mensen (van wie 6.5 procent nog leefde toen ik dat opzocht). Maar het aantal mensen dat dood is, is hoe dan ook veel groter dan het aantal klagende mensen dat nu nog leeft en niemand heeft ooit klachten gehoord van een dode, dus nogmaals: zo erg kan de dood niet zijn! •
GOEDE GRAPPEN
Je kunt daarom ook beter aandacht schenken aan de levenden dan aan de doden. Al was het maar omdat de levenden die aandacht wel zullen waarderen, terwijl het de doden - zowel letterlijk als figuurlijk - koud laat. Een mooier einde dan je doodlachen is niet denkbaar, en omdat degene die de grap vertelt ook niet strafbaar is, zouden artsen die betrokken zijn bij euthanasie er dan ook goed aan doen een groot aantal zeer goede grappen paraat te hebben.
Het is de vraag hoeveel mensen - en hoe lang ook - die het eerste deel van hun leven als positief hebben ervaren, het laatste deel van dat leven niet meer als een leven leiden maar als een leven lijden, dus negatief, hebben ervaren. Dat vooral omdat zij, toen zij dat wilden, geen toestemming kregen om dat leven na die omslag te beëindigen via euthanasie en die daarom uiteindelijk bijvoorbeeld van een toren of onder een aanstormende trein sprongen. Die mensen betreuren het dus dat zij niet al in het verleden waren overleden.
In Relevant 1 van dit jaar pleitte cabaretier en schrijver Joost Oomen ervoor dat we de schoonheid van de dood omarmen. ‘De dood kan best mooi zijn’, zei hij. In het laatste nummer van dit jaar is Nico van Rooijen het met hem eens. Vreemd dat de dood vaak als een probleem wordt gezien, maar het leven niet, schrijft hij.
Opinie
Ik ben niet bang voor de dood. Als ik er ben, is de dood er niet en als de dood er is, ben ik er niet (vrij naar Epicurus, 341 - 270 v. C). Als ik nu soms aan deze uitspraak van Epicurus denk, die meer dan twee millennia geleden werd gelanceerd, denk ik vaak: Wat zijn wij sinds die tijd eigenlijk verdomd weinig opgeschoten in ons rationele denken. Hoewel steeds meer mensen in Nederland niet langer in goden geloven (volgens het onderzoek dat daar om de tien jaar naar wordt gedaan en waarvan uitkomsten dan worden gepubliceerd in een boekje God in Nederland), is dat niettemin in grote delen van de wereld nog lang niet het geval. Sterker nog, godsdiensten vormen op veel plaatsen nog steeds een belangrijke reden voor veel mensen om anderen, die in andere of soms zelfs in dezelfde goden geloven maar dan op een andere manier, af te maken.
Vreemd is het ook dat de dood vaak als een probleem wordt gezien, maar het leven niet. Zonder het leven zou de dood echter geen probleem zijn, maar zonder de dood zou het leven juist wel een groot probleem worden. Het leven is mooi, maar je wordt er op den duur toch wel moe van. Levensmoe noemt men dat. Van levensmoe word je op den duur zelfs doodmoe, en die vermoeidheid verdwijnt pas als de dood eenmaal is ingetreden. De dood zelf is dus niet het probleem bij doodgaan, maar ‘het gaan’ kan dat wel zijn en valt in dat geval bepaald niet onder ‘welzijn’. Ik zal om mijn eigen dood dan ook geen traan laten en ik denk dat dat voor iedereen geldt. Dus zo erg kan de dood dan ook niet zijn.
In de rubriek Opinie leveren auteurs een bijdrage aan de discussie over euthanasie en het levenseinde. Dat doen zij op persoonlijke titel. Nico van Rooijen is natuurwetenschapper en schrijver.
illustratie: peter de wit
Opinie
De zin van het leven is dat het eindig is (Franz Kafka). Hoewel Kafka hier misschien niet direct aan Charles Darwin heeft gedacht – al was het maar omdat Kafka een jaar na de dood van Darwin werd geboren, in een tijd waarin de communicatie nog niet zo snel verliep als tegenwoordig – is de bevestiging van dit citaat juist in de evolutietheorie van Darwin te vinden. Zonder de dood was de mens nooit op aarde verschenen. Dan zou de macht van de sterksten op onze planeet ook nooit ondergeschikt kunnen zijn geworden aan de ideeën van de beste denkers onder hen.
Al met al een voorlopige zegen voor de mens, maar tegelijk een ramp voor de overige dieren. Die ramp zal zich ook uitbreiden naar de mens als die niet nog beter gaat nadenken over de betekenis van de veranderingen in het klimaat op zijn planeet de aarde, waar die mens zelf de voornaamste oorzaak van vormt.
Ik ben niet bang voor de dood. Als ik er ben, is de dood er niet en als de dood er is, ben ik er niet (vrij naar Epicurus, 341 - 270 v. C). Als ik nu soms aan deze uitspraak van Epicurus denk, die meer dan twee millennia geleden werd gelanceerd, denk ik vaak: Wat zijn wij sinds die tijd eigenlijk verdomd weinig opgeschoten in ons rationele denken. Hoewel steeds meer mensen in Nederland niet langer in goden geloven (volgens het onderzoek dat daar om de tien jaar naar wordt gedaan en waarvan uitkomsten dan worden gepubliceerd in een boekje God in Nederland), is dat niettemin in grote delen van de wereld nog lang niet het geval. Sterker nog, godsdiensten vormen op veel plaatsen nog steeds een belangrijke reden voor veel mensen om anderen, die in andere of soms zelfs in dezelfde goden geloven maar dan op een andere manier, af te maken.
Vreemd is het ook dat de dood vaak als een probleem wordt gezien, maar het leven niet. Zonder het leven zou de dood echter geen probleem zijn, maar zonder de dood zou het leven juist wel een groot probleem worden. Het leven is mooi, maar je wordt er op den duur toch wel moe van. Levensmoe noemt men dat. Van levensmoe word je op den duur zelfs doodmoe, en die vermoeidheid verdwijnt pas als de dood eenmaal is ingetreden. De dood zelf is dus niet het probleem bij doodgaan, maar ‘het gaan’ kan dat wel zijn en valt in dat geval bepaald niet onder ‘welzijn’. Ik zal om mijn eigen dood dan ook geen traan laten en ik denk dat dat voor iedereen geldt. Dus zo erg kan de dood dan ook niet zijn.
GOEDE GRAPPEN
Je kunt daarom ook beter aandacht schenken aan de levenden dan aan de doden. Al was het maar omdat de levenden die aandacht wel zullen waarderen, terwijl het de doden - zowel letterlijk als figuurlijk - koud laat. Een mooier einde dan je doodlachen is niet denkbaar, en omdat degene die de grap vertelt ook niet strafbaar is, zouden artsen die betrokken zijn bij euthanasie er dan ook goed aan doen een groot aantal zeer goede grappen paraat te hebben.
Het is de vraag hoeveel mensen - en hoe lang ook - die het eerste deel van hun leven als positief hebben ervaren, het laatste deel van dat leven niet meer als een leven leiden maar als een leven lijden, dus negatief, hebben ervaren. Dat vooral omdat zij, toen zij dat wilden, geen toestemming kregen om dat leven na die omslag te beëindigen via euthanasie en die daarom uiteindelijk bijvoorbeeld van een toren of onder een aanstormende trein sprongen. Die mensen betreuren het dus dat zij niet al in het verleden waren overleden.
Een absolute voorwaarde om een bijna-doodervaring te kunnen hebben, is dat je zelf de dood al eerder hebt ervaren. Hoe weet je anders dat je daar zo dichtbij was? Bijna-doodervaringen te duiden als kennis wat er komt na het leven is onzinnig. Ze duiden alleen op de merkwaardige schakelingen in de hersenen bij een zuurstoftekort. Bijna dood betekent per definitie dus dat je het niet meer na kunt vertellen. Anders is het nep-dood, wat wel nep is maar geen dood. In het programma De Wereld Draait Door vertelde een komiek ooit over een bijna-doodervaring: ‘Een man springt van het dak van een brandend huis en heeft een bijna-doodervaring. Direct daarna is hij dood’. Dat kan dus wel! Alleen had hij die ervaring dus nooit met iemand kunnen delen. Je kunt natuurlijk beweren dat we allemaal al dood waren voordat we werden geboren, maar ook dat was nep-dood.
Je kunt pas dood zijn als je eerst hebt geleefd. Dat geldt volgens een schatting van het Amerikaanse Population Reference Bureau voor 107 miljard mensen (van wie 6.5 procent nog leefde toen ik dat opzocht). Maar het aantal mensen dat dood is, is hoe dan ook veel groter dan het aantal klagende mensen dat nu nog leeft en niemand heeft ooit klachten gehoord van een dode, dus nogmaals: zo erg kan de dood niet zijn! •
In Relevant 1 van dit jaar pleitte cabaretier en schrijver Joost Oomen ervoor dat we de schoonheid van de dood omarmen. ‘De dood kan best mooi zijn’, zei hij. In het laatste nummer van dit jaar is Nico van Rooijen het met hem eens. Vreemd dat de dood vaak als een probleem wordt gezien, maar het leven niet, schrijft hij.