Floor van Welie trok haar euthanasiewens in
FOTO’ s: VINCENT VAN DEN HOOGEN
‘Ik voelde dat er heel veel van mij werd gehouden. Ik voelde me gezien. Gehoord. Misschien is dat wel een deel van de reden dat ik nog leef’
Op mijn vraag of haar zus ook geholpen was geweest met een reis naar India of, net zoals zij, een uitdaging was aangegaan die zij in haar eentje had moeten klaren, zegt Van Welie dat haar zusje dat nooit had gedurfd. ‘Wij hadden heel andere karakters. Ons ziektegedrag was ook heel anders. Jozien had een borderline persoonlijkheidsstoornis. Echt een serieus psychiatrische ziekte.’
‘Ik heb altijd geweten dat die anorexia niet mijn echte probleem was. Er zat iets heel anders onder. Ik was eigenlijk bang om volwassen te worden. Bang om te leven. Ik was een slim meisje en er werd veel van mij verwacht. Doordat ik niet at en steeds magerder werd, ging iedereen voor mij zorgen en hoefde ik niet uit te vinden wie ik wilde worden. Zo hoefde ik niet aan al die hoge verwachtingen te voldoen. Ziek zijn voelde veilig. Hulpverleners en behandelaars hadden al veel eerder en vaker gesuggereerd dat mijn eetstoornis een overlevingsmechanisme was. Maar blijkbaar was ik heel lang niet klaar voor die boodschap.’ Ze trekt haar benen onder haar lijf en peinst: ‘Dat is iets heel anders dan Jozien. Voor haar was de dood een verlossing.’
Op mijn vraag wat zij met haar kennis en ervaring kan betekenen voor haar cliënten, reageert Van Welie heel nuchter. ‘Mijn rol als hulpverlener is vrij marginaal. Het helpt volgens mij geen steek als ik zeg dat ik het zonde vind als iemand voor de dood kiest. Daarom houd ik vaak mijn mond. Zodat ik mensen letterlijk de ruimte geef om te praten over hun doodswens. Het heeft mij indertijd gesterkt dat ik werd gehoord. Werd gezien. Maar ik heb niet de illusie dat ik alle problemen van de mensen die ik begeleid, kan verhelpen.’ •
ONZEKERE TOEKOMST
Na twaalf weken komt Van Welie terug naar Nederland en pakt zo goed en zo kwaad als mogelijk het leven weer op. Door veel over de dood te denken en te praten, realiseert ze zich dat de dood heel definitief is en dat ze liever, hoe eng ook, voor een onzekere toekomst kiest. ‘Zonder iemand iets te vertellen, want ik wilde absoluut geen pressure, stopte ik met braken en kon ik mijzelf toestaan zwaarder te worden. Omdat ik meer gewicht kreeg, gingen mijn hersenen weer normaal werken. Vanaf mijn 30ste werd ik langzaam maar zeker weer gelukkiger en begon ik het leven overwegend als positief te ervaren.’
Met haar zusje gaat het in die tijd steeds minder goed. Ze blijkt een borderline persoonlijkheidsstoornis te hebben. Jozien wordt vaak opgenomen in psychiatrische klinieken en volgt tal van therapieën. Maar niets helpt. Na jaren medisch modderen wil ze niet meer leven en vraagt ze euthanasie aan. ‘Ik hoopte eigenlijk dat ze het niet zou durven. Jozien was een heel bang mens. Ze had heel veel angsten’, vertelt Van Welie.
Je zou verwachten dat ze veel met haar zusje heeft gesproken over het euthanasieverzoek. Maar dat blijkt helemaal niet zo te zijn. ‘We waren heel close, maar over haar doodswens was zij heel gesloten. Omdat ze al honderden moeilijke gesprekken met artsen en hulpverleners moest voeren, wilde ik geen moeilijke vragen stellen. Ik wilde gewoon haar zus zijn en gekke spelletjes doen. Achteraf gezien was het beter geweest als we meer gedeeld hadden met elkaar. Opener waren geweest. Nu heb ik nog heel veel vragen omdat ik ze toen niet durfde te stellen.’
Ook krijgt ze tijdens het gesprek het gevoel dat haar verzoek zal worden afgewezen, omdat de slimme twintiger ondanks haar ziekte nog veel potentie heeft. ‘De naakte waarheid is dat ik bang was dat ik afgewezen zou worden. Daarom heb ik mijn euthanasieverzoek ingetrokken.’ Iedereen is verbouwereerd. Helemaal omdat ze niet lang daarna haar rugzak pakt en naar India vertrekt. ‘Mijn vader dacht dat ik van plan was nooit meer terug te komen. Maar dat plan had ik helemaal niet. Ik wilde gewoon weg. Ik zat zo in de knoei. Vertrekken was de enige optie.’
Lachend: ‘En nee, dat werd geen Eat Pray Love, zoals het boek van Elizabeth Gilbert. Ik vond de reis vooral heel zwaar. Ik vervloekte het land zo nu en dan. Maar mijn wereld werd letterlijk een stuk groter. Mijn problemen werden in perspectief gezet. Als ik in India was geboren, was ik allang dood geweest. Of totaal niet begrepen en opgesloten in een inrichting. Ik realiseerde mij opeens dat ik een mazzelaar ben. Bovendien moest ik daar voor mijzelf zorgen. Initiatief nemen. En omdat dat lukte, kwam er een soort omslag. Een soort van vertrouwen.’
NIEUWE START
De eetstoornis van Van Welie neemt steeds gevaarlijkere vormen aan. Zo wordt ze vanaf haar 17de meermaals langdurig opgenomen in ziekenhuizen en klinieken. Ondertussen haalt ze wel haar vwo-diploma en besluit ze geneeskunde te gaan studeren in Utrecht. ‘Ik hoopte daar een nieuwe start te maken, maar dat ging helemaal mis. Het is een wonder dat mijn huisgenoten het volhielden met mij, want eigenlijk was ik doodziek. Ik had eetbuien en braakte alles weer uit. En ik deed een zelfmoordpoging. Het ging steeds slechter. Mijn psychiater zorgde er uiteindelijk voor dat ik in een beschermde woonsetting terechtkon.’
Op die plek verliest Van Welie alle moed om te leven. Ze komt niet van haar eetstoornis af. Vindt zichzelf mislukt en geniet helemaal nergens meer van. ‘Ik kon mij er geen voorstelling van maken dat ik ooit nog beter zou worden. Dus meldde ik mij als 24-jarige bij de toenmalige Levenseindekliniek.’ Degene met wie zij een intakegesprek voert, vindt dat Floor ontegenzeglijk ondraaglijk lijdt. Haar eigen behandelaren geven toe dat zij het soms ook niet meer weten. Zelfs haar ouders zeggen dat als zij écht euthanasie wil, zij daarin mee kunnen gaan. ‘Dat heeft zoveel voor mij betekend. Ik voelde dat er heel veel van mij werd gehouden. Ik voelde me gezien. Gehoord. Misschien is dat wel een deel van de reden dat ik nog leef.’
Jozien, de 30-jarige zus van Floor van Welie, overleed drie jaar geleden na euthanasie. Zij kon het leven niet meer aan. Floor had rond haar 24ste eenzelfde wens, maar zij trok haar euthanasieverzoek in. Als hulpverleenster geeft ze nu mensen alle ruimte om te praten over hun doodswens. • Marloes Elings
zou worden afgewezen’
Met geen woord repte ze over haar eigen euthanasieverzoek of haar eigen psychische leed. ‘Misschien omdat het allemaal nog te vers was’, reageert Van Welie. ‘En misschien heb ik in de eerste jaren van mijn professionele carrière in de zorg bewust minder gedeeld over mijn verleden.’ Van Welie werkt al enige jaren als agoog in de ggz. ‘Inmiddels ben ik zo hersteld dat het mij niet meer zwaar valt om mijn verhaal te vertellen. Ik kreeg heel bemoedigende reacties nadat ik met het verhaal van mijn zusje in de media kwam en liet doorschemeren dat ik zelf ook veel heb meegemaakt. Mensen raakten nieuwsgierig en wilden weten waarom ik mijn euthanasieverzoek niet heb doorgezet.’
Om te snappen waarom de topfitte Van Welie op haar 24ste bij de toenmalige Levenseindekliniek, nu Expertisecentrum Euthanasie, aanklopte, schetst zij haar levensverhaal. Ze is de oudste in een gezin met drie meiden. De eerste tien jaar van haar leven herinnert zij zich als een heel fijne tijd. Als haar ouders uit elkaar gaan en er meer spanningen komen, ontwikkelt ze een eetstoornis. ‘Anorexia werd mijn manier om met stress en mijn depressie om te gaan. Zo’n eetstoornis verziekt een gezinsleven gigantisch.’
‘Het ging alleen maar over mij: Floor gaat niet goed, Floor haar nieuwe behandeling slaat niet aan. Met mijn jongste zusje ging het ook niet goed, maar dat raakte ondergesneeuwd. Ik denk dat Jozien niet is gezien. Daar heb ik nog best wel een schuldgevoel over, ook al heeft zij altijd gezegd dat ik er niets aan kon doen. En dat het niet mijn schuld was dat niemand zag dat zij ernstig psychiatrische problemen kreeg.’ Van Welie pakt haar theekop. ‘Gelukkig hebben we dat kunnen bespreken. En heeft zij mij vergeven. Dat is mij heel veel waard.’
Op de eettafel in de Wageningse woonkamer van Floor van Welie staan flesjes sportdrank en liggen loopsokken. De 36-jarige hulpverleenster rent komend weekeinde een marathon. Haar ‘derde of vierde van dit jaar’. Van Welie is een serieuze hardloopster. ‘Ik doe meestal vier looptrainingen in de week en een krachttraining. Maar ook als ik er gewoon behoefte aan of zin in heb, ren ik een rondje.’ Lachend: ‘Als ik niet zou hardlopen, zou ik echt niet functioneren.’
Het is de tweede keer dat ik haar ontmoet. De eerste keer was twee jaar geleden, op het eerste congres van ThaNet; een club die in 2023 werd opgericht om de zorg voor mensen met een persisterende doodswens te verbeteren. Van Welie reageerde toen op het toneelstuk ‘Johan mag dood’, gebaseerd op een waargebeurd verhaal van een man die zijn psychische leed niet langer aankon en euthanasie wilde. Een wens die na een lange weg uiteindelijk werd ingewilligd. Na afloop was de zaal vol psychiaters, psychologen en psychiatrisch verpleegkundigen muisstil. Van Welie vertelde dat zij veel herkende in het verhaal van Johan. ‘Mijn psychisch zieke zusje heeft ook allerlei behandelingen ondergaan voor haar verzoek kon worden ingewilligd. Maar al die behandelingen mochten niet baten. In oktober 2022 kreeg Jozien eindelijk euthanasie’, zei ze toen.
‘Ik voelde dat er heel veel van mij werd gehouden. Ik voelde me gezien. Gehoord. Misschien is dat wel een deel van de reden dat ik nog leef’
FOTO’s: VINCENT VAN DEN HOOGEN
zou worden afgewezen’
Floor van Welie trok haar euthanasiewens in
Op de eettafel in de Wageningse woonkamer van Floor van Welie staan flesjes sportdrank en liggen loopsokken. De 36-jarige hulpverleenster rent komend weekeinde een marathon. Haar ‘derde of vierde van dit jaar’. Van Welie is een serieuze hardloopster. ‘Ik doe meestal vier looptrainingen in de week en een krachttraining. Maar ook als ik er gewoon behoefte aan of zin in heb, ren ik een rondje.’ Lachend: ‘Als ik niet zou hardlopen, zou ik echt niet functioneren.’
Het is de tweede keer dat ik haar ontmoet. De eerste keer was twee jaar geleden, op het eerste congres van ThaNet; een club die in 2023 werd opgericht om de zorg voor mensen met een persisterende doodswens te verbeteren. Van Welie reageerde toen op het toneelstuk ‘Johan mag dood’, gebaseerd op een waargebeurd verhaal van een man die zijn psychische leed niet langer aankon en euthanasie wilde. Een wens die na een lange weg uiteindelijk werd ingewilligd. Na afloop was de zaal vol psychiaters, psychologen en psychiatrisch verpleegkundigen muisstil. Van Welie vertelde dat zij veel herkende in het verhaal van Johan. ‘Mijn psychisch zieke zusje heeft ook allerlei behandelingen ondergaan voor haar verzoek kon worden ingewilligd. Maar al die behandelingen mochten niet baten. In oktober 2022 kreeg Jozien eindelijk euthanasie’, zei ze toen.
Met geen woord repte ze over haar eigen euthanasieverzoek of haar eigen psychische leed. ‘Misschien omdat het allemaal nog te vers was’, reageert Van Welie. ‘En misschien heb ik in de eerste jaren van mijn professionele carrière in de zorg bewust minder gedeeld over mijn verleden.’ Van Welie werkt al enige jaren als agoog in de ggz. ‘Inmiddels ben ik zo hersteld dat het mij niet meer zwaar valt om mijn verhaal te vertellen. Ik kreeg heel bemoedigende reacties nadat ik met het verhaal van mijn zusje in de media kwam en liet doorschemeren dat ik zelf ook veel heb meegemaakt. Mensen raakten nieuwsgierig en wilden weten waarom ik mijn euthanasieverzoek niet heb doorgezet.’
Om te snappen waarom de topfitte Van Welie op haar 24ste bij de toenmalige Levenseindekliniek, nu Expertisecentrum Euthanasie, aanklopte, schetst zij haar levensverhaal. Ze is de oudste in een gezin met drie meiden. De eerste tien jaar van haar leven herinnert zij zich als een heel fijne tijd. Als haar ouders uit elkaar gaan en er meer spanningen komen, ontwikkelt ze een eetstoornis. ‘Anorexia werd mijn manier om met stress en mijn depressie om te gaan. Zo’n eetstoornis verziekt een gezinsleven gigantisch.’
‘Het ging alleen maar over mij: Floor gaat niet goed, Floor haar nieuwe behandeling slaat niet aan. Met mijn jongste zusje ging het ook niet goed, maar dat raakte ondergesneeuwd. Ik denk dat Jozien niet is gezien. Daar heb ik nog best wel een schuldgevoel over, ook al heeft zij altijd gezegd dat ik er niets aan kon doen. En dat het niet mijn schuld was dat niemand zag dat zij ernstig psychiatrische problemen kreeg.’ Van Welie pakt haar theekop. ‘Gelukkig hebben we dat kunnen bespreken. En heeft zij mij vergeven. Dat is mij heel veel waard.’
NIEUWE START
De eetstoornis van Van Welie neemt steeds gevaarlijkere vormen aan. Zo wordt ze vanaf haar 17de meermaals langdurig opgenomen in ziekenhuizen en klinieken. Ondertussen haalt ze wel haar vwo-diploma en besluit ze geneeskunde te gaan studeren in Utrecht. ‘Ik hoopte daar een nieuwe start te maken, maar dat ging helemaal mis. Het is een wonder dat mijn huisgenoten het volhielden met mij, want eigenlijk was ik doodziek. Ik had eetbuien en braakte alles weer uit. En ik deed een zelfmoordpoging. Het ging steeds slechter. Mijn psychiater zorgde er uiteindelijk voor dat ik in een beschermde woonsetting terechtkon.’
Op die plek verliest Van Welie alle moed om te leven. Ze komt niet van haar eetstoornis af. Vindt zichzelf mislukt en geniet helemaal nergens meer van. ‘Ik kon mij er geen voorstelling van maken dat ik ooit nog beter zou worden. Dus meldde ik mij als 24-jarige bij de toenmalige Levenseindekliniek.’ Degene met wie zij een intakegesprek voert, vindt dat Floor ontegenzeglijk ondraaglijk lijdt. Haar eigen behandelaren geven toe dat zij het soms ook niet meer weten. Zelfs haar ouders zeggen dat als zij écht euthanasie wil, zij daarin mee kunnen gaan. ‘Dat heeft zoveel voor mij betekend. Ik voelde dat er heel veel van mij werd gehouden. Ik voelde me gezien. Gehoord. Misschien is dat wel een deel van de reden dat ik nog leef.’
Ook krijgt ze tijdens het gesprek het gevoel dat haar verzoek zal worden afgewezen, omdat de slimme twintiger ondanks haar ziekte nog veel potentie heeft. ‘De naakte waarheid is dat ik bang was dat ik afgewezen zou worden. Daarom heb ik mijn euthanasieverzoek ingetrokken.’ Iedereen is verbouwereerd. Helemaal omdat ze niet lang daarna haar rugzak pakt en naar India vertrekt. ‘Mijn vader dacht dat ik van plan was nooit meer terug te komen. Maar dat plan had ik helemaal niet. Ik wilde gewoon weg. Ik zat zo in de knoei. Vertrekken was de enige optie.’
Lachend: ‘En nee, dat werd geen Eat Pray Love, zoals het boek van Elizabeth Gilbert. Ik vond de reis vooral heel zwaar. Ik vervloekte het land zo nu en dan. Maar mijn wereld werd letterlijk een stuk groter. Mijn problemen werden in perspectief gezet. Als ik in India was geboren, was ik allang dood geweest. Of totaal niet begrepen en opgesloten in een inrichting. Ik realiseerde mij opeens dat ik een mazzelaar ben. Bovendien moest ik daar voor mijzelf zorgen. Initiatief nemen. En omdat dat lukte, kwam er een soort omslag. Een soort van vertrouwen.’
ONZEKERE TOEKOMST
Na twaalf weken komt Van Welie terug naar Nederland en pakt zo goed en zo kwaad als mogelijk het leven weer op. Door veel over de dood te denken en te praten, realiseert ze zich dat de dood heel definitief is en dat ze liever, hoe eng ook, voor een onzekere toekomst kiest. ‘Zonder iemand iets te vertellen, want ik wilde absoluut geen pressure, stopte ik met braken en kon ik mijzelf toestaan zwaarder te worden. Omdat ik meer gewicht kreeg, gingen mijn hersenen weer normaal werken. Vanaf mijn 30ste werd ik langzaam maar zeker weer gelukkiger en begon ik het leven overwegend als positief te ervaren.’
Met haar zusje gaat het in die tijd steeds minder goed. Ze blijkt een borderline persoonlijkheidsstoornis te hebben. Jozien wordt vaak opgenomen in psychiatrische klinieken en volgt tal van therapieën. Maar niets helpt. Na jaren medisch modderen wil ze niet meer leven en vraagt ze euthanasie aan. ‘Ik hoopte eigenlijk dat ze het niet zou durven. Jozien was een heel bang mens. Ze had heel veel angsten’, vertelt Van Welie.
Je zou verwachten dat ze veel met haar zusje heeft gesproken over het euthanasieverzoek. Maar dat blijkt helemaal niet zo te zijn. ‘We waren heel close, maar over haar doodswens was zij heel gesloten. Omdat ze al honderden moeilijke gesprekken met artsen en hulpverleners moest voeren, wilde ik geen moeilijke vragen stellen. Ik wilde gewoon haar zus zijn en gekke spelletjes doen. Achteraf gezien was het beter geweest als we meer gedeeld hadden met elkaar. Opener waren geweest. Nu heb ik nog heel veel vragen omdat ik ze toen niet durfde te stellen.’
Op mijn vraag of haar zus ook geholpen was geweest met een reis naar India of, net zoals zij, een uitdaging was aangegaan die zij in haar eentje had moeten klaren, zegt Van Welie dat haar zusje dat nooit had gedurfd. ‘Wij hadden heel andere karakters. Ons ziektegedrag was ook heel anders. Jozien had een borderline persoonlijkheidsstoornis. Echt een serieus psychiatrische ziekte.’
‘Ik heb altijd geweten dat die anorexia niet mijn echte probleem was. Er zat iets heel anders onder. Ik was eigenlijk bang om volwassen te worden. Bang om te leven. Ik was een slim meisje en er werd veel van mij verwacht. Doordat ik niet at en steeds magerder werd, ging iedereen voor mij zorgen en hoefde ik niet uit te vinden wie ik wilde worden. Zo hoefde ik niet aan al die hoge verwachtingen te voldoen. Ziek zijn voelde veilig. Hulpverleners en behandelaars hadden al veel eerder en vaker gesuggereerd dat mijn eetstoornis een overlevingsmechanisme was. Maar blijkbaar was ik heel lang niet klaar voor die boodschap.’ Ze trekt haar benen onder haar lijf en peinst: ‘Dat is iets heel anders dan Jozien. Voor haar was de dood een verlossing.’
Op mijn vraag wat zij met haar kennis en ervaring kan betekenen voor haar cliënten, reageert Van Welie heel nuchter. ‘Mijn rol als hulpverlener is vrij marginaal. Het helpt volgens mij geen steek als ik zeg dat ik het zonde vind als iemand voor de dood kiest. Daarom houd ik vaak mijn mond. Zodat ik mensen letterlijk de ruimte geef om te praten over hun doodswens. Het heeft mij indertijd gesterkt dat ik werd gehoord. Werd gezien. Maar ik heb niet de illusie dat ik alle problemen van de mensen die ik begeleid, kan verhelpen.’ •
FOTO’ s: VINCENT VAN DEN HOOGEN
Jozien, de 30-jarige zus van Floor van Welie, overleed drie jaar geleden na euthanasie. Zij kon het leven niet meer aan. Floor had rond haar 24ste eenzelfde wens, maar zij trok haar euthanasieverzoek in. Als hulpverleenster geeft ze nu mensen alle ruimte om te praten over hun doodswens. • Marloes Elings