Netty’s overpeinzingen aan ‘de mannentafel’
HARTSTIKKE LEUK
‘Toen ik na een val in woonzorgcentrum de Ameide in Helmond kwam om te revalideren, leefde ik helemaal op. Na mijn revalidatie ben ik terug naar huis gegaan, maar ik kwam er al snel achter dat ik niet langer alleen thuis wilde wonen. Het is hier hartstikke leuk. Ik eet elke dag in het restaurant, aan wat ze hier ‘de mannentafel’ noemen. Ik ben de enige vrouw tussen de mannen. Op mijn allereerste dag hier zat ik bij een vrouw aan tafel die meteen begon te zeuren over alles en iedereen. Ze klaagde dat niemand met haar wilde praten. “Ik ook niet”, dacht ik toen. Op de tweede dag kwam een man naar me toe, die vroeg of hij me naar mijn tafel mocht begeleiden. Ik wilde niet nog een keer bij die zeurende vrouw aan tafel en dus bracht hij me naar zijn tafel, de mannentafel. En daar ben ik gebleven. Ze vinden allemaal dat ik er zo goed tussen pas. We praten over van alles en nog wat. Vaak is het gekkigheid, maar af en toe hebben we het ook over serieuze onderwerpen als het levenseinde. Er gaat hier bijna elke dag wel iemand dood, dus ja, dat is dan ook niet zo gek. De echtgenote van een van de mannen kreeg onlangs euthanasie. Ze was erg ziek. Hij had toen aan de dokter gevraagd of er nog een flesje over was. Hij was zo verknocht aan zijn echtgenote dat hij eigenlijk niet goed alleen verder kan. Van hem hoeft dat ook niet meer, hij gaat liever vandaag dan morgen dood. Ik snap dat wel. Maar goed, hij dacht dus dat je gewoon om euthanasie kon vragen bij je huisarts. Ik heb hem uitgelegd wat er allemaal voor nodig is. Dat weet ik omdat ik het hele voortraject al doorlopen heb. Maar de SCEN-arts zei toen dat ik helemaal niet in aanmerking kwam voor euthanasie, omdat ik daar nog veel te goed voor was.’
‘Soms denk ik weleens: hier wonen mensen die bijna allemaal tachtigplus zijn. D’r zijn er genoeg die wel euthanasie willen, maar dat niet mogen omdat ze nog “te goed” zijn. Steeds meer mensen hebben zorg nodig en kunnen hier niet terecht omdat het vol zit met mensen die niet dood mogen. Dat is toch gek? Kijk, het is natuurlijk fijn als je in redelijke gezondheid oud kunt worden. In het restaurant zit ik naast een man van 92 die ook een pacemaker heeft en braaf naar alle controles gaat. Hij is levenslustig, geniet enorm van het leven en wil het liefst 100 worden. Maar hoe ouder je wordt, hoe meer klachten je krijgt. Waarom zou je dan zo lang moeten leven?’
FOTO: VINCENT VAN DEN HOOGEN
NIET TOT HET GAATJE
‘Laatst moest een van onze tafelgenoten hier weg omdat hij te veel zorg nodig had. Ze moesten hem met een tillift uit bed halen omdat hij nauwelijks nog kon bewegen en ze moesten hem voeren omdat hij amper kon slikken. Die afhankelijkheid wil ik absoluut niet. Wel merk ik dat de grens van wat je acceptabel vindt langzaamaan verschuift. Lichamelijk gaat het bij mij best hard achteruit. Toen ik hier negen maanden geleden kwam wonen, kon ik nog gewoon door mijn appartement lopen. Nu heb ik echt een rollator nodig en moet ik buiten met de scootmobiel. Ik red me wel, maar het kost steeds meer moeite. Veel mensen trekken de streep al bij ergens anders moeten wonen omdat het thuis niet langer gaat. Ook ik dacht altijd dat het dan voor mij niet meer zou hoeven. Ik had echt niet verwacht dat het hier zo gezellig zou zijn. En dus stel ik het nog even uit. Toch blijft mijn euthanasiewens wel in mijn achterhoofd zitten, hoor. Het is fijn dat alles goed geregeld is. Als ik het leven écht niet meer acceptabel vind, kan ik daar altijd op terugvallen. Het geeft rust om te weten dat ik niet tot het gaatje moet doorleven.’ •
‘Ik besloot me in te schrijven op een datingsite voor vijftigplussers. De hoeveelheid reacties die ik kreeg, was echt ongelooflijk. En dat terwijl ik vroeger een muurbloempje was. Ik heb er veel lol mee gehad. Mijn wilde haren had ik tussen mijn 75ste en 82ste, zullen we maar zeggen. Uiteindelijk bleef Wim over. We zijn nu twee jaar samen, zien elkaar regelmatig en dat bevalt ons erg goed. We zijn blij dat we elkaar gevonden hebben. Met z’n 81 jaar is Wim een jonge vogel. Hij fietst een paar keer per week van Eindhoven naar mij in Helmond en rijdt nog auto waardoor we samen op pad kunnen. Zonder hem had ik dat niet meer gekund.’
‘Ik heb inmiddels al vijftien jaar een pacemaker. Jarenlang ging ik elk jaar braaf op controle bij de cardioloog. Maar als je ziet wat er tijdens die controles gebeurt, ga je je toch afvragen of dat wel nodig is. Mijn cardioloog is heel aardig en goed, daar niet van, maar ik stond elke keer na vijf minuten weer buiten. Ik heb het er met mijn huisarts over gehad, die zei uiteindelijk dat ik het zelf moest weten. Daarna ben ik niet meer gegaan. Toen ik een oproep kreeg van de cardioloog heb ik gebeld en gezegd dat ik niet zou komen. Twee maanden later kwam er weer een oproep. “Ik heb toch gezegd dat ik niet meer kom?”, zei ik aan de telefoon. Dat kon zomaar niet, was het antwoord. “Dat kan wél”, dacht ik. De cardioloog sprak daarna nog met mijn huisarts, die zei: “Als mevrouw De Smit zegt dat ze niet meer komt, dan komt ze niet meer”. Toen was het klaar. Dus ik wacht gewoon tot het batterijtje leeg is. Ik vroeg laatst aan mijn huisarts of hij kon zien of mijn pacemaker het nog doet. “Ja, want anders zat je hier niet”, was het antwoord. Dat vond ik wel grappig.’
‘Soms denk ik weleens: hier wonen mensen die bijna allemaal tachtigplus zijn. D’r zijn er genoeg die wel euthanasie willen, maar dat niet mogen omdat ze nog “te goed” zijn’
'Mijn man en ik praatten veel over het levenseinde. Hij was vaak ziek en heeft geregeld op het randje van de dood gebalanceerd. Hij was ook voortdurend bezig met nadenken over hoe hij op een goede manier een einde kon maken aan zijn leven. Dus zei ik op een gegeven moment tegen hem: “Weet je wat je doet? Je koopt alles om er zelf een einde aan te kunnen maken en zet die spullen op zolder. Dan heb je ze maar in huis”. Dat heeft hij gedaan. Bang dat hij echt een einde aan zijn leven zou maken, was ik niet. We zouden samen gaan, was het idee. Maar zijn tijd was mijn tijd niet. Dat is toch echt een individuele beslissing, vind ik.’
‘Uiteindelijk stierf mijn man een natuurlijke dood. Hij was ongeneeslijk ziek. Het tijdstip voor de euthanasie was al vastgelegd, maar toen de huisarts eenmaal op de stoep stond, zei mijn man doodleuk dat hij zich had bedacht. “Ik heb het zo gezellig en dat wil ik graag nog een paar dagen zo houden”, was zijn uitleg. Ik heb de huisarts daarna wel mijn excuses aangeboden, want ik vond het wat sneu. Al denk ik dat hij blij was dat het niet doorging. Mijn man heeft een prachtig ziekbed gehad, hoe gek dat ook klinkt. Hij lag vijf dagen in de woonkamer, is de laatste dag in slaap gebracht en is ’s nachts heel rustig gestorven. Zo wil ik het ook wel. Na zijn overlijden bleef ik in ons huis in Mierlo wonen. Ik dacht dat het wel goed zou komen, maar het alleen zijn, viel me heel erg tegen. Je gaat je op een gegeven moment toch eenzaam voelen. Ik zat daar te verkommeren. Als ik nog twee maanden langer in Mierlo had gewoond, dan was ik gewoon vanzelf vertrokken, denk ik.’
De gezelligheid in het Helmondse woonzorgcentrum én nieuwe liefde Wim maken dat ze nog wel een tijdje door wil. Toch denkt Netty de Smit-Van Lieshout (85) weleens: ‘Steeds meer mensen hebben zorg nodig en kunnen hier niet terecht omdat het vol zit met mensen die niet dood mogen. Dat is toch gek?’ • Dieuwke de Boer
Tot hier en niet verder. Of toch wel?
'Mijn man en ik praatten veel over het levenseinde. Hij was vaak ziek en heeft geregeld op het randje van de dood gebalanceerd. Hij was ook voortdurend bezig met nadenken over hoe hij op een goede manier een einde kon maken aan zijn leven. Dus zei ik op een gegeven moment tegen hem: “Weet je wat je doet? Je koopt alles om er zelf een einde aan te kunnen maken en zet die spullen op zolder. Dan heb je ze maar in huis”. Dat heeft hij gedaan. Bang dat hij echt een einde aan zijn leven zou maken, was ik niet. We zouden samen gaan, was het idee. Maar zijn tijd was mijn tijd niet. Dat is toch echt een individuele beslissing, vind ik.’
‘Uiteindelijk stierf mijn man een natuurlijke dood. Hij was ongeneeslijk ziek. Het tijdstip voor de euthanasie was al vastgelegd, maar toen de huisarts eenmaal op de stoep stond, zei mijn man doodleuk dat hij zich had bedacht. “Ik heb het zo gezellig en dat wil ik graag nog een paar dagen zo houden”, was zijn uitleg. Ik heb de huisarts daarna wel mijn excuses aangeboden, want ik vond het wat sneu. Al denk ik dat hij blij was dat het niet doorging. Mijn man heeft een prachtig ziekbed gehad, hoe gek dat ook klinkt. Hij lag vijf dagen in de woonkamer, is de laatste dag in slaap gebracht en is ’s nachts heel rustig gestorven. Zo wil ik het ook wel. Na zijn overlijden bleef ik in ons huis in Mierlo wonen. Ik dacht dat het wel goed zou komen, maar het alleen zijn, viel me heel erg tegen. Je gaat je op een gegeven moment toch eenzaam voelen. Ik zat daar te verkommeren. Als ik nog twee maanden langer in Mierlo had gewoond, dan was ik gewoon vanzelf vertrokken, denk ik.’
‘Ik besloot me in te schrijven op een datingsite voor vijftigplussers. De hoeveelheid reacties die ik kreeg, was echt ongelooflijk. En dat terwijl ik vroeger een muurbloempje was. Ik heb er veel lol mee gehad. Mijn wilde haren had ik tussen mijn 75ste en 82ste, zullen we maar zeggen. Uiteindelijk bleef Wim over. We zijn nu twee jaar samen, zien elkaar regelmatig en dat bevalt ons erg goed. We zijn blij dat we elkaar gevonden hebben. Met z’n 81 jaar is Wim een jonge vogel. Hij fietst een paar keer per week van Eindhoven naar mij in Helmond en rijdt nog auto waardoor we samen op pad kunnen. Zonder hem had ik dat niet meer gekund.’
‘Ik heb inmiddels al vijftien jaar een pacemaker. Jarenlang ging ik elk jaar braaf op controle bij de cardioloog. Maar als je ziet wat er tijdens die controles gebeurt, ga je je toch afvragen of dat wel nodig is. Mijn cardioloog is heel aardig en goed, daar niet van, maar ik stond elke keer na vijf minuten weer buiten. Ik heb het er met mijn huisarts over gehad, die zei uiteindelijk dat ik het zelf moest weten. Daarna ben ik niet meer gegaan. Toen ik een oproep kreeg van de cardioloog heb ik gebeld en gezegd dat ik niet zou komen. Twee maanden later kwam er weer een oproep. “Ik heb toch gezegd dat ik niet meer kom?”, zei ik aan de telefoon. Dat kon zomaar niet, was het antwoord. “Dat kan wél”, dacht ik. De cardioloog sprak daarna nog met mijn huisarts, die zei: “Als mevrouw De Smit zegt dat ze niet meer komt, dan komt ze niet meer”. Toen was het klaar. Dus ik wacht gewoon tot het batterijtje leeg is. Ik vroeg laatst aan mijn huisarts of hij kon zien of mijn pacemaker het nog doet. “Ja, want anders zat je hier niet”, was het antwoord. Dat vond ik wel grappig.’
HARTSTIKKE LEUK
‘Toen ik na een val in woonzorgcentrum de Ameide in Helmond kwam om te revalideren, leefde ik helemaal op. Na mijn revalidatie ben ik terug naar huis gegaan, maar ik kwam er al snel achter dat ik niet langer alleen thuis wilde wonen. Het is hier hartstikke leuk. Ik eet elke dag in het restaurant, aan wat ze hier ‘de mannentafel’ noemen. Ik ben de enige vrouw tussen de mannen. Op mijn allereerste dag hier zat ik bij een vrouw aan tafel die meteen begon te zeuren over alles en iedereen. Ze klaagde dat niemand met haar wilde praten. “Ik ook niet”, dacht ik toen. Op de tweede dag kwam een man naar me toe, die vroeg of hij me naar mijn tafel mocht begeleiden. Ik wilde niet nog een keer bij die zeurende vrouw aan tafel en dus bracht hij me naar zijn tafel, de mannentafel. En daar ben ik gebleven. Ze vinden allemaal dat ik er zo goed tussen pas. We praten over van alles en nog wat. Vaak is het gekkigheid, maar af en toe hebben we het ook over serieuze onderwerpen als het levenseinde. Er gaat hier bijna elke dag wel iemand dood, dus ja, dat is dan ook niet zo gek. De echtgenote van een van de mannen kreeg onlangs euthanasie. Ze was erg ziek. Hij had toen aan de dokter gevraagd of er nog een flesje over was. Hij was zo verknocht aan zijn echtgenote dat hij eigenlijk niet goed alleen verder kan. Van hem hoeft dat ook niet meer, hij gaat liever vandaag dan morgen dood. Ik snap dat wel. Maar goed, hij dacht dus dat je gewoon om euthanasie kon vragen bij je huisarts. Ik heb hem uitgelegd wat er allemaal voor nodig is. Dat weet ik omdat ik het hele voortraject al doorlopen heb. Maar de SCEN-arts zei toen dat ik helemaal niet in aanmerking kwam voor euthanasie, omdat ik daar nog veel te goed voor was.’
‘Soms denk ik weleens: hier wonen mensen die bijna allemaal tachtigplus zijn. D’r zijn er genoeg die wel euthanasie willen, maar dat niet mogen omdat ze nog “te goed” zijn. Steeds meer mensen hebben zorg nodig en kunnen hier niet terecht omdat het vol zit met mensen die niet dood mogen. Dat is toch gek? Kijk, het is natuurlijk fijn als je in redelijke gezondheid oud kunt worden. In het restaurant zit ik naast een man van 92 die ook een pacemaker heeft en braaf naar alle controles gaat. Hij is levenslustig, geniet enorm van het leven en wil het liefst 100 worden. Maar hoe ouder je wordt, hoe meer klachten je krijgt. Waarom zou je dan zo lang moeten leven?’
NIET TOT HET GAATJE
‘Laatst moest een van onze tafelgenoten hier weg omdat hij te veel zorg nodig had. Ze moesten hem met een tillift uit bed halen omdat hij nauwelijks nog kon bewegen en ze moesten hem voeren omdat hij amper kon slikken. Die afhankelijkheid wil ik absoluut niet. Wel merk ik dat de grens van wat je acceptabel vindt langzaamaan verschuift. Lichamelijk gaat het bij mij best hard achteruit. Toen ik hier negen maanden geleden kwam wonen, kon ik nog gewoon door mijn appartement lopen. Nu heb ik echt een rollator nodig en moet ik buiten met de scootmobiel. Ik red me wel, maar het kost steeds meer moeite. Veel mensen trekken de streep al bij ergens anders moeten wonen omdat het thuis niet langer gaat. Ook ik dacht altijd dat het dan voor mij niet meer zou hoeven. Ik had echt niet verwacht dat het hier zo gezellig zou zijn. En dus stel ik het nog even uit. Toch blijft mijn euthanasiewens wel in mijn achterhoofd zitten, hoor. Het is fijn dat alles goed geregeld is. Als ik het leven écht niet meer acceptabel vind, kan ik daar altijd op terugvallen. Het geeft rust om te weten dat ik niet tot het gaatje moet doorleven.’
Netty’s overpeinzingen aan ‘de mannentafel’
‘Soms denk ik weleens: hier wonen mensen die bijna allemaal tachtigplus zijn. D’r zijn er genoeg die wel euthanasie willen, maar dat niet mogen omdat ze nog “te goed” zijn’
FOTO: VINCENT VAN DEN HOOGEN
De gezelligheid in het Helmondse woonzorgcentrum én nieuwe liefde Wim maken dat ze nog wel een tijdje door wil. Toch denkt Netty de Smit-Van Lieshout (85) weleens: ‘Steeds meer mensen hebben zorg nodig en kunnen hier niet terecht omdat het vol zit met mensen die niet dood mogen. Dat is toch gek?’ • Dieuwke de Boer
Tot hier en niet verder.
Of toch wel?