De NVVE krijgt jaarlijks vele duizenden uiteenlopende vragen voorgelegd. In deze rubriek wordt er telkens één uitgelicht. Deze keer: zijn burgerhulpverleners verplicht om een reanimatieverbod op te volgen?
Allereerst: wie zijn burgerhulpverlener?
Dat zijn vrijwilligers die een reanimatiecursus hebben gevolgd en soms zelfs als eerste gealarmeerd worden bij een melding van een hartstilstand. Zij beginnen dan met reanimeren tot de professionele zorgverleners arriveren. Ook BHV’ers in een bedrijf en in de horeca en vrijwillige EHBO’ers die bij evenementen worden ingeschakeld zijn burgerhulpverlener.
Moeten professionele zorgverleners zich aan een reanimatieverbod houden?
Ja. Dat je de wens kenbaar kunt maken om niet gereanimeerd te worden, is verankerd in de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO), hieraan zijn professionele hulpverleners in beginsel gehouden. Met een duidelijke wilsverklaring, zoals een niet-reanimerenpenning, een tatoeage of een schriftelijke verklaring geef je aan dat je bijvoorbeeld bij een circulatiestilstand niet wil worden gereanimeerd. Overigens vallen politie en brandweer niet onder de WGBO.
Geldt die plicht ook voor burgerhulpverleners?
Wettelijk niet, dat wil zeggen: zij zijn doorgaans niet gehouden aan de WGBO. Wél moeten zij volgens de Richtlijnen van de Nederlandse Reanimatie Raad een niet-reanimeren wens respecteren wanneer zij deze aantreffen. Als er geen niet-reanimerenwens aanwezig is, ben je als burger verplicht om hulp te verlenen in een levensbedreigende situatie. Dat wil overigens niet zeggen dat je verplicht bent om te reanimeren, wel moet je op z’n minst 112 bellen als iemand in nood verkeert.
Hoe zou je als burgerhulpverlener dan moeten handelen als je bij het slachtoffer een niet-reanimerentatoeage of een -penning ziet?
Voor elke burgerhulpverlener geldt: tref je iemand met een hartstilstand aan die duidelijk niet gereanimeerd wil worden, start dan niet met reanimatie. Je bent dan niet strafbaar en meldt vervolgens aan de gealarmeerde professionele hulpverleners dat de betrokkene niet gereanimeerd wil worden. Dit kan spannend zijn, omdat zich natuurlijk wel een noodsituatie voordoet.
Maar in de praktijk?
Het kan gebeuren dat een burgerhulpverlener tóch gaat reanimeren, ondanks een duidelijk reanimatieverbod. Daarom dringt de NVVE erop aan dat burgerhulpverleners tijdens hun cursussen worden gewezen op hun morele plicht om het verbod te respecteren. •
VRAAG HET AAN DE NVVE
De NVVE krijgt jaarlijks vele duizenden uiteenlopende vragen voorgelegd. In deze rubriek wordt er telkens één uitgelicht. Deze keer: zijn burgerhulpverleners verplicht om een reanimatieverbod op te volgen?
Allereerst: wie zijn burgerhulpverlener?
Dat zijn vrijwilligers die een reanimatiecursus hebben gevolgd en soms zelfs als eerste gealarmeerd worden bij een melding van een hartstilstand. Zij beginnen dan met reanimeren tot de professionele zorgverleners arriveren. Ook BHV’ers in een bedrijf en in de horeca en vrijwillige EHBO’ers die bij evenementen worden ingeschakeld zijn burgerhulpverlener.
Moeten professionele zorgverleners zich aan een reanimatieverbod houden?
Ja. Dat je de wens kenbaar kunt maken om niet gereanimeerd te worden, is verankerd in de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO), hieraan zijn professionele hulpverleners in beginsel gehouden. Met een duidelijke wilsverklaring, zoals een niet-reanimerenpenning, een tatoeage of een schriftelijke verklaring geef je aan dat je bijvoorbeeld bij een circulatiestilstand niet wil worden gereanimeerd. Overigens vallen politie en brandweer niet onder de WGBO.
Geldt die plicht ook voor burgerhulpverleners?
Wettelijk niet, dat wil zeggen: zij zijn doorgaans niet gehouden aan de WGBO. Wél moeten zij volgens de Richtlijnen van de Nederlandse Reanimatie Raad een niet-reanimeren wens respecteren wanneer zij deze aantreffen. Als er geen niet-reanimerenwens aanwezig is, ben je als burger verplicht om hulp te verlenen in een levensbedreigende situatie. Dat wil overigens niet zeggen dat je verplicht bent om te reanimeren, wel moet je op z’n minst 112 bellen als iemand in nood verkeert.
Hoe zou je als burgerhulpverlener dan moeten handelen als je bij het slachtoffer een niet-reanimerentatoeage of een -penning ziet?
Voor elke burgerhulpverlener geldt: tref je iemand met een hartstilstand aan die duidelijk niet gereanimeerd wil worden, start dan niet met reanimatie. Je bent dan niet strafbaar en meldt vervolgens aan de gealarmeerde professionele hulpverleners dat de betrokkene niet gereanimeerd wil worden. Dit kan spannend zijn, omdat zich natuurlijk wel een noodsituatie voordoet.
Maar in de praktijk?
Het kan gebeuren dat een burgerhulp-verlener tóch gaat reanimeren, ondanks een duidelijk reanimatieverbod. Daarom dringt de NVVE erop aan dat burger-hulpverleners tijdens hun cursussen worden gewezen op hun morele plicht om het verbod te respecteren. •
VRAAG HET AAN DE NVVE