AANTAL AANGEVRAAGDE
NIET-REANIMERENPENNINGEN

HISTORIE

2007 - 2017 : 20.000
2019 : 6835
2020 : 4613
2021 : 3326
2022 : 4110 2023 : 4844


(bronnen: NVVE en NPf)

De NVVE heeft in 2007 de niet-reanimerenpenning bedacht en ontwikkeld. De penning is een wettelijk erkende wilsverklaring. In 2017 nam de Patiëntenfederatie Nederland de penning over omdat de ChristenUnie graag wilde dat een neutralere partij dan de NVVE de penning zou verstrekken, zodat ook niet-leden van de NVVE deze zouden kunnen aanschaffen. De Tweede Kamer stemde daar mee in. VWS subsidieert de penning. Vanaf 2025 vervalt deze subsidie omdat het ministerie de verstrekking van de niet-reanimerenpenning niet ziet als een publiekrechtelijke
taak. Waar mensen vanaf
1 januari 2025 een officiële niet-reanimerenpenning kunnen bestellen, is op dit moment nog niet duidelijk. De NVVE onderzoekt of zij vanaf dat moment de penning weer kan gaan verstrekken.

FOTO: sushilla kouwen

‘Ik ben niet blij
dat ik ben gereanimeerd’

‘IK VIND HET BELACHELIJK DAT MENSEN WÉL RESPECTEREN OF IK BEGRAVEN DAN WEL GECREMEERD WIL WORDEN, MAAR NÍéT DAT IK NIET GEREANIMEERD WIL WORDEN. ALS IK DOOD DREIG TE GAAN, IS MIJN WENS OPEENS NIET MEER BELANGRIJK. DAAR WORD IK WITHEET VAN’

HARTSTILSTAND

‘Ik ben blij dat ik er goed ben uitgekomen, maar ik ben niet blij dat ik ben gereanimeerd’, vertelt Ineke Beldman (69) een paar weken later in Epe. In 2021 kreeg zij vlak voor kerst een hartstilstand. Al meer dan 25 jaar draagt zij een niet-reanimerenpenning. ‘Niet omdat ik depressief ben. Maar als ik met een afstandje naar het leven kijk, vind ik het redelijk zinloos hoe we er met z’n allen iets van proberen te maken. Dus ik vind het prima als ik dood neerval.’ Haar penning mocht niet baten. Twee toevallige omstanders, een moeder en een dochter, begonnen meteen met reanimeren. En een politieagent nam het daarna over. ‘Hij zegt dat hij de penning niet heeft gezien. Later hoorde ik dat het zijn eerste reanimatie was. Dus tja… Kan ik hem dat kwalijk nemen?’

Beldman vertelt dat ze woedend was toen ze in het ziekenhuis af en toe bijkwam. ‘Ik weet daar zelf niets meer van, want ik ben vier dagen volkomen kwijt. Maar volgens mijn zussen was ik heel boos en opstandig.’ Ze werd geopereerd en overleefde de hartstilstand wonderwel. ‘Dat is helemaal niet zo gebruikelijk. Drie van de vier mensen overlijden ondanks een reanimatie alsnog. En van degenen die wel overleven, heeft tien tot twintig procent een jaar later nog steeds restschade. Ik gelukkig niet. En daar ben ik heel blij om. Maar toch was ik liever níét gereanimeerd. Ik draag die penning niet voor niets!’

De voormalige leerkracht klom in de telefoon toen ze na een paar weken weer op de been was. Ze liet zich interviewen voor een huis-aan-huisblad. ‘Wel nadat ik eerst contact had gehad met de moeder en dochter die mij als eerste hulp hebben verleend.’ Ze zocht contact met bedrijfshulpverleningsopleiders, grote bedrijven en liet de NVVE contact opnemen met politiebonden. ‘Ik heb ze allemaal gevraagd om aandacht te besteden aan de noodzaak om een niet-reanimerenpenning te respecteren. Ook al weet ik dat alleen zorgverleners die in het register Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG) staan geregistreerd, verplicht zijn om dat te doen. Maar ik vind het belachelijk dat mensen wél respecteren of ik begraven dan wel gecremeerd wil worden, maar níét dat ik niet gereanimeerd wil worden. Als ik dood dreig te gaan, is mijn wens opeens niet meer belangrijk. Daar word ik witheet van.’

Een kleine twee decennia na de invoering van de niet-reanimerenpenning hebben tienduizenden mensen - vorig jaar bijvoorbeeld alleen al bijna 5000 - zo’n plaatje aangeschaft. Toch wordt deze wettelijk erkende wilsverklaring lang niet altijd gerespecteerd. • Marloes Elings

Terwijl de cursisten oefenen met verschillende AED-apparaten vertelt de docente dat burgers niet verplicht zijn om te stoppen met reanimeren als zij een penning of de eveneens rechtsgeldige op de borst getatoeëerde woorden 'Niet reanimeren' of 'Reanimeer mij niet' zien. ‘Men verwacht van jou niet dat je zo’n grote beslissing neemt. Een zorgprofessional moet wél stoppen als hij of zij zo’n penning of tatoeage ziet. Voor gewone burgers geldt dat iedere keuze goed is. Doorgaan met de reanimatie is oké en stoppen is ook oké.’ Zumbrink vertelt vervolgens dat het voor de eigen veiligheid soms beter is om door te gaan met de reanimatie. ‘Als iemand een hartstilstand in een winkelstraat krijgt, bemoeien omstanders zich daar mee. Die roepen bijvoorbeeld dat je iets moet doen. Voor je eigen veiligheid is het dan beter om door te gaan. ’In Epe schenkt Ineke Beldman koffie. Ze vertelt over hoe zij is opgevoed tot een onafhankelijk en eigenzinnig mens. ‘We woonden midden in de bossen en mijn ouders leerden ons dat we zelfstandige mensen zijn. Die eigen keuzes maken en verantwoordelijkheid voor die keuzes nemen.’ Ze is al jaren met pensioen, maar heeft een overvolle agenda. Zo werkt ze meerdere dagen per week als gastvrouw bij de huisartsenpraktijk, is actief in een Wereldwinkel en brengt regelmatig dorpsgenoten naar het ziekenhuis of andere doktersafspraken. ‘Ik vind het helemaal niks om stil te zitten.’

Na haar hartstilstand is ze geopereerd omdat ze niet wilde leven met ‘een tijdbom’ in haar lijf. ‘Dan had ik geen auto meer mogen rijden en zou mijn leven heel beperkt zijn geworden. Ik weet dat mijn hart nu nog tien, misschien vijftien jaar meegaat. Prima. Tegen die tijd vind ik het ook wel mooi geweest.’ Ze vertelt dat ze sinds haar ongewenste reanimatie met twee niet-reanimerenpenningen over straat gaat. ‘Ik heb er eentje aan mijn bh-bandje gespeld en als ik de deur uitga, draag ik over mijn jas een ketting met de tweede penning. Want zo’n reanimatie gaat mij niet nóg een keer gebeuren. Dood is dood. Klaar.’ •

AED

In het ijskoude IJsselsteinse cursuslokaal wordt er geoefend met verschillende AED’s. ‘Als je bezig bent met reanimeren, vraag je omstanders of zij een AED kunnen halen’, doceert Zumbrink-Hendriks. Ze vraagt hoe je weet waar een AED hangt. ‘Hoe kom je daar achter? Weet je zelf bijvoorbeeld waar er eentje bij jou in de buurt hangt?’ De meeste cursisten hebben geen idee. ‘De centralist van 112 weet precies waar de dichtstbijzijnde hangt. En die centralist piept niet alleen de politie en brandweer op, maar ook burgerhulpverleners die met die AED kunnen helpen.’

De cursisten openen de kleding van de oefenpop en plakken elektrodes op het bovenlichaam van de pop. Eentje rechtsboven op de borstkas en eentje onder de linker oksel op de zijkant van de borstkas. De AED start automatisch de analyse en vertelt wat er moet gebeuren. Zumbrink vraagt aan de vijf wat je moet doen als je plots ziet dat iemand een niet-reanimerenpenning draagt. Een van de cursisten is verbijsterd. ‘Waarom zouden mensen zo’n penning dragen? Willen zij dood?’ Zumbrink legt uit dat sommige mensen al een ziekte onder de leden hebben. Of bang zijn om te eindigen als voormalig Ajax-voetballer Nouri. 

In een tot leslokaal omgebouwde kantoorunit in IJsselstein liggen drie reanimatiepoppen op de grond. Daar tegenover vier vrouwen en een jongeman die geconcentreerd luisteren naar de woorden van Rode Kruistrainster Eefje Zumbrink-Hendriks. De vijf hebben voor deze ochtend al een onlinecursus reanimatie en AED gedaan. Zumbrink checkt wat ze daarvan hebben opgestoken. ‘Wat is de allerbelangrijkste stap als je hulp verleent?’ De vijf reageren meteen. ‘Ja, inderdaad’, knikt Zumbrink. ‘Je zorgt altijd eerst voor je eigen veiligheid.’ 

Alle vijf cursisten hopen vandaag de praktijk onder de knie te krijgen en een certificaat te behalen. De een omdat ze in de ouderenzorg werkt. De ander omdat hij als winkelier klanten wil kunnen reanimeren, mocht dat nodig zijn. En een volgende wil gewoon graag weten wat ze moet doen, mocht iemand in haar bijzijn een hartinfarct of hartstilstand krijgen. Een andere leerling vertelt: ‘Mijn ouders heb ik overgehaald om deze cursus te doen. Dan kan ik zelf natuurlijk niet achterblijven.’

De enthousiaste Zumbrink laat via een scherm nog even zien wat de basisregels zijn voor een reanimatie, repeteert alle stappen en daarna mogen de vijf aan de slag. Ze checken hun veiligheid, vragen omstanders om de hulpdiensten te bellen, controleren de ademhaling van de pop en beginnen dan met 30 borstcompressies op het midden van de borstkas om daarna twee keer te beademen. En daarna beginnen ze weer van voor af aan met het duwen op de borstkas. Niemand checkt of er een niet-reanimerenpenning aanwezig is. De bovenkleding van de nep-slachtoffers wordt zelfs helemaal niet geopend. ‘Dat kost te veel tijd en tijd is kostbaar bij een hartstilstand, reageert Zumbrink nuchter. De docente knikt goedkeurend en maant haar cursisten altijd te beginnen met reanimeren. Ook als ze twijfelen. ‘Iets doen, is altijd beter dan niets doen’, zegt ze.

FOTO: sushilla kouwen

2007 - 2017 : 20.000
2019 : 6835
2020 : 4613
2021 : 3326
2022 : 4110 2023 : 4844


(bronnen: NVVE en NPf)

AANTAL AANGEVRAAGDE
NIET-REANIMERENPENNINGEN

De NVVE heeft in 2007 de niet-reanimerenpenning bedacht en ontwikkeld. De penning is een wettelijk erkende wilsverklaring. In 2017 nam de Patiëntenfederatie Nederland de penning over omdat de ChristenUnie graag wilde dat een neutralere partij dan de NVVE de penning zou verstrekken, zodat ook niet-leden van de NVVE deze zouden kunnen aanschaffen. De Tweede Kamer stemde daar mee in. VWS subsidieert de penning. Vanaf 2025 vervalt deze subsidie omdat het ministerie de verstrekking van de niet-reanimerenpenning niet ziet als een publiekrechtelijke
taak. Waar mensen vanaf
1 januari 2025 een officiële niet-reanimerenpenning kunnen bestellen, is op dit moment nog niet duidelijk. De NVVE onderzoekt of zij vanaf dat moment de penning weer kan gaan verstrekken.

HISTORIE

‘Ik ben niet blij
dat ik ben gereanimeerd’

‘IK VIND HET BELACHELIJK DAT MENSEN WÉL RESPECTEREN OF IK BEGRAVEN DAN WEL GECREMEERD WIL WORDEN, MAAR NÍéT DAT IK NIET GEREANIMEERD WIL WORDEN. ALS IK DOOD DREIG TE GAAN, IS MIJN WENS OPEENS NIET MEER BELANGRIJK. DAAR WORD IK WITHEET VAN’

Terwijl de cursisten oefenen met verschillende AED-apparaten vertelt de docente dat burgers niet verplicht zijn om te stoppen met reanimeren als zij een penning of de eveneens rechtsgeldige op de borst getatoeëerde woorden 'Niet reanimeren' of 'Reanimeer mij niet' zien. ‘Men verwacht van jou niet dat je zo’n grote beslissing neemt. Een zorg-professional moet wél stoppen als hij of zij zo’n penning of tatoeage ziet. Voor gewone burgers geldt dat iedere keuze goed is. Doorgaan met de reanimatie is oké en stoppen is ook oké.’ Zumbrink vertelt vervolgens dat het voor de eigen veiligheid soms beter is om door te gaan met de reanimatie. ‘Als iemand een hartstilstand in een winkelstraat krijgt, bemoeien omstanders zich daar mee. Die roepen bijvoorbeeld dat je iets moet doen. Voor je eigen veiligheid is het dan beter om door te gaan. ’In Epe schenkt Ineke Beldman koffie. Ze vertelt over hoe zij is opgevoed tot een onafhankelijk en eigenzinnig mens. ‘We woonden midden in de bossen en mijn ouders leerden ons dat we zelfstandige mensen zijn. Die eigen keuzes maken en verantwoorde-lijkheid voor die keuzes nemen.’ Ze is al jaren met pensioen, maar heeft een overvolle agenda. Zo werkt ze meerdere dagen per week als gastvrouw bij de huisartsenpraktijk, is actief in een Wereldwinkel en brengt regelmatig dorpsgenoten naar het ziekenhuis of andere doktersafspraken. ‘Ik vind het helemaal niks om stil te zitten.’

Na haar hartstilstand is ze geopereerd omdat ze niet wilde leven met ‘een tijdbom’ in haar lijf. ‘Dan had ik geen auto meer mogen rijden en zou mijn leven heel beperkt zijn geworden. Ik weet dat mijn hart nu nog tien, misschien vijftien jaar meegaat. Prima. Tegen die tijd vind ik het ook wel mooi geweest.’ Ze vertelt dat ze sinds haar ongewenste reanimatie met twee niet-reanimerenpenningen over straat gaat. ‘Ik heb er eentje aan mijn bh-bandje gespeld en als ik de deur uitga, draag ik over mijn jas een ketting met de tweede penning. Want zo’n reanimatie gaat mij niet nóg een keer gebeuren. Dood is dood. Klaar.’ •

AED

In het ijskoude IJsselsteinse cursuslokaal wordt er geoefend met verschillende AED’s. ‘Als je bezig bent met reanimeren, vraag je omstanders of zij een AED kunnen halen’, doceert Zumbrink-Hendriks. Ze vraagt hoe je weet waar een AED hangt. ‘Hoe kom je daar achter? Weet je zelf bijvoorbeeld waar er eentje bij jou in de buurt hangt?’ De meeste cursisten hebben geen idee. ‘De centralist van 112 weet precies waar de dichtstbijzijnde hangt. En die centralist piept niet alleen de politie en brandweer op, maar ook burgerhulpverleners die met die AED kunnen helpen.’

De cursisten openen de kleding van de oefenpop en plakken elektrodes op het bovenlichaam van de pop. Eentje rechtsboven op de borstkas en eentje onder de linker oksel op de zijkant van de borstkas. De AED start automatisch de analyse en vertelt wat er moet gebeuren. Zumbrink vraagt aan de vijf wat je moet doen als je plots ziet dat iemand een niet-reanimerenpenning draagt. Een van de cursisten is verbijsterd. ‘Waarom zouden mensen zo’n penning dragen? Willen zij dood?’ Zumbrink legt uit dat sommige mensen al een ziekte onder de leden hebben. Of bang zijn om te eindigen als voormalig Ajax-voetballer Nouri. 

HARTSTILSTAND

‘Ik ben blij dat ik er goed ben uitgekomen, maar ik ben niet blij dat ik ben gereanimeerd’, vertelt Ineke Beldman (69) een paar weken later in Epe. In 2021 kreeg zij vlak voor kerst een hartstilstand. Al meer dan 25 jaar draagt zij een niet-reanimerenpenning. ‘Niet omdat ik depressief ben. Maar als ik met een afstandje naar het leven kijk, vind ik het redelijk zinloos hoe we er met z’n allen iets van proberen te maken. Dus ik vind het prima als ik dood neerval.’ Haar penning mocht niet baten. Twee toevallige omstanders, een moeder en een dochter, begonnen meteen met reanimeren. En een politieagent nam het daarna over. ‘Hij zegt dat hij de penning niet heeft gezien. Later hoorde ik dat het zijn eerste reanimatie was. Dus tja… Kan ik hem dat kwalijk nemen?’

Beldman vertelt dat ze woedend was toen ze in het ziekenhuis af en toe bijkwam. ‘Ik weet daar zelf niets meer van, want ik ben vier dagen volkomen kwijt. Maar volgens mijn zussen was ik heel boos en opstandig.’ Ze werd geopereerd en overleefde de hartstilstand wonderwel. ‘Dat is helemaal niet zo gebruikelijk. Drie van de vier mensen overlijden ondanks een reanimatie alsnog. En van degenen die wel overleven, heeft tien tot twintig procent een jaar later nog steeds restschade. Ik gelukkig niet. En daar ben ik heel blij om. Maar toch was ik liever níét gereanimeerd. Ik draag die penning niet voor niets!’

De voormalige leerkracht klom in de telefoon toen ze na een paar weken weer op de been was. Ze liet zich interviewen voor een huis-aan-huisblad. ‘Wel nadat ik eerst contact had gehad met de moeder en dochter die mij als eerste hulp hebben verleend.’ Ze zocht contact met bedrijfshulpverleningsopleiders, grote bedrijven en liet de NVVE contact opnemen met politiebonden. ‘Ik heb ze allemaal gevraagd om aandacht te besteden aan de noodzaak om een niet-reanimerenpenning te respecteren. Ook al weet ik dat alleen zorgverleners die in het register Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG) staan geregistreerd, verplicht zijn om dat te doen. Maar ik vind het belachelijk dat mensen wél respecteren of ik begraven dan wel gecremeerd wil worden, maar níét dat ik niet gereanimeerd wil worden. Als ik dood dreig te gaan, is mijn wens opeens niet meer belangrijk. Daar word ik witheet van.’

In een tot leslokaal omgebouwde kantoorunit in IJsselstein liggen drie reanimatiepoppen op de grond. Daar tegenover vier vrouwen en een jongeman die geconcentreerd luisteren naar de woorden van Rode Kruistrainster Eefje Zumbrink-Hendriks. De vijf hebben voor deze ochtend al een onlinecursus reanimatie en AED gedaan. Zumbrink checkt wat ze daarvan hebben opgestoken. ‘Wat is de allerbelangrijkste stap als je hulp verleent?’ De vijf reageren meteen. ‘Ja, inderdaad’, knikt Zumbrink. ‘Je zorgt altijd eerst voor je eigen veiligheid.’ 

Alle vijf cursisten hopen vandaag de praktijk onder de knie te krijgen en een certificaat te behalen. De een omdat ze in de ouderenzorg werkt. De ander omdat hij als winkelier klanten wil kunnen reanimeren, mocht dat nodig zijn. En een volgende wil gewoon graag weten wat ze moet doen, mocht iemand in haar bijzijn een hartinfarct of hartstilstand krijgen. Een andere leerling vertelt: ‘Mijn ouders heb ik overgehaald om deze cursus te doen. Dan kan ik zelf natuurlijk niet achterblijven.’

De enthousiaste Zumbrink laat via een scherm nog even zien wat de basisregels zijn voor een reanimatie, repeteert alle stappen en daarna mogen de vijf aan de slag. Ze checken hun veiligheid, vragen omstanders om de hulpdiensten te bellen, controleren de ademhaling van de pop en beginnen dan met 30 borstcompressies op het midden van de borstkas om daarna twee keer te beademen. En daarna beginnen ze weer van voor af aan met het duwen op de borstkas. Niemand checkt of er een niet-reanimerenpenning aanwezig is. De bovenkleding van de nep-slachtoffers wordt zelfs helemaal niet geopend. ‘Dat kost te veel tijd en tijd is kostbaar bij een hartstilstand, reageert Zumbrink nuchter. De docente knikt goedkeurend en maant haar cursisten altijd te beginnen met reanimeren. Ook als ze twijfelen. ‘Iets doen, is altijd beter dan niets doen’, zegt ze.

Een kleine twee decennia na de invoering van de niet-reanimeren-penning hebben tienduizenden mensen - vorig jaar bijvoorbeeld alleen al bijna 5000 - zo’n plaatje aangeschaft. Toch wordt deze wettelijk erkende wilsverklaring lang niet altijd gerespecteerd. • Marloes Elings