‘HET ZELFGEKOZEN LEVENSEINDE IS EEN DELICAAT ONDERWERP EN VERDIENT ALTIJD ZORGVULDIGE AANDACHT EN AFWEGING. DAAR KRIJG IK ENERGIE VAN’

Nieuw lid van de Raad van Bestuur Marjon Vonck:

foto's: Frank Ruiter

Toch heb je als volwassene de kerk verlaten…

‘Dat is een moeizaam proces geweest. Om het kort samen te vatten: na mijn opleiding sociaal pedagogisch werk kon ik op mijn negentiende aan de slag in een zorginstelling voor mannen met gedragsproblemen. Daar bleek ik toen echt nog te jong voor te zijn. Tijdelijk ben ik toen bij een zorgverzekeraar gaan werken als telefoniste. Van daaruit rolde ik van de ene in de andere leuke functie en opleiding. Ik leerde er veel, ook over mezelf. De grootste ommezwaai kwam na een leergang “persoonlijk leiderschap”, ik was op dat moment 24 en afdelingshoofd van de klantenservice. Daar ontdekte ik dat ik tot dan toe vooral op het kompas van anderen had geleefd. Ik wist eigenlijk niet hoe mijn eigen kompas eruitzag. Toen ik dat besefte, kon ik niet anders dan mijn drie fundamenten loslaten. Ik verliet mijn man met wie ik sinds mijn achttiende samen was, de kerk en mijn baan.’

Hoe werd daarop gereageerd?

‘Dat stuitte op veel onbegrip binnen gereformeerde kringen en mijn familie. Het was dan ook de start van een eenzame periode. Mijn ouders konden het niet geloven dat ik de kerk verliet en het heeft een tijd geduurd voor zij begrepen dat ik niet ontrouw wilde zijn aan God of mijn opvoeding, maar dat ik mijn eigen weg wilde ontdekken. Tot dan toe had mijn leven in het teken gestaan van naar de kerk gaan en samenzijn. Nu wilde ik leren om het ook in mijn eentje naar de zin te krijgen, mezelf te vinden.’

Na zeventien jaar werken in de ouderenzorg startte Marjon Vonck (47) begin dit jaar als lid van de Raad van Bestuur van de NVVE en hoofdredacteur van Relevant.

Wie is de nieuwe kopvrouw naast Fransien van ter Beek en wat trekt haar in haar nieuwe rol? • 

Teus Lebbing

‘IK KIJK VOORAL NAAR WAT ER WÉL KAN’

Je bent nu een half jaar lid van de Raad van Bestuur. Wat staat er op je prioriteitenlijst?

‘Mijn oor te luisteren leggen bij de leden, vragen stellen, ontdekken wat we als vereniging meer voor hen kunnen doen. Dat is één. Verder ben ik druk met de interne organisatie. Er zijn de nodige nieuwe medewerkers bij gekomen het laatste jaar. Mijn aandacht gaat ernaar uit om een hecht team te smeden. Zodat we samen nóg meer kunnen bereiken voor onze leden.’ •

Kun je benoemen waar ‘m dat in zit?

‘Er zitten hier echte mensen aan tafel. Het maakt niet uit wie je spreekt – van de medewerkers op het bureau, het bestuur, de vrijwilligers of de leden: iedereen wil vechten voor mooie betekenisvolle doelen, die met oprechte inzet, een lange adem, geloof en compassie haalbaar zijn. Een stap verder komen in de wereld van zelfbeschikking is nooit gemakkelijk en ik hoop eerlijk gezegd ook dat dat nooit gemakkelijk wórdt. Het zelfgekozen levenseinde is een delicaat onderwerp en verdient altijd zorgvuldige aandacht en afweging. Daar krijg ik energie van. Bovendien is dit de eerste keer dat ik betrokken ben bij een ledenvereniging, die ook nog eens zo groot is en veel impact heeft op de maatschappij. Daar wil ik vol voor gaan.’

Hoe reageren je ouders op je nieuwe baan?

‘Zelf zijn ze niet voor eigen regie bij het levenseinde, maar ze kennen mijn drijfveren en hebben vrede met mijn weg. Ze zien me graag gelukkig. Ook privé is dat nu weer het geval. Sinds vorig jaar woon ik samen met mijn grote liefde en onze pup van acht maanden in Schoonhoven. Mijn verloofde is mijn grootste supporter en mijn hond staat mij iedere avond als ik terugkom uit Amsterdam voor het raam op te wachten.’

Maakte die lastige periode dat je van de zorg naar de NVVE bent overgestapt?

‘De link is niet zo direct, want het levenseinde heeft me altijd beziggehouden. Hoe verhoud je je daartoe als mens, welke keuzes maak je dan wel of juist niet? Ik ben nooit bang geweest om over de dood te praten. Toen iemand dichtbij me suïcidale gedachten had, was ik een van de weinigen in de omgeving bij wie hij dat kon benoemen. Ik heb ook vrijwilligerswerk gedaan bij 113 Zelfmoordpreventie. En later, toen ik in een verpleeghuis een palliatieve unit onder mijn hoede kreeg, heb ik een jaar als vrijwilliger in een hospice meegedraaid. Meer dan over de dood ben ik daar vooral wijzer geworden over het leven. Mensen maken in een hospice de balans op: waar zijn ze trots op, waar hebben ze spijt van? Ik heb er zoveel verhalen gehoord, allemaal even persoonlijk, indrukwekkend en leerzaam.’ 

De NVVE kende je al?

‘Ja, maar ik associeerde de vereniging vooral met de niet-reanimerenpenning. Pas toen ik benaderd werd voor de rol van lid van de Raad van Bestuur ben ik me gaan verdiepen in het gedachtengoed en de geschiedenis van de NVVE. Ik raakte onder de indruk van de drive en het vakmanschap. Met diverse betrokkenen heb ik een hele reeks gesprekken gevoerd en ik voelde steeds sterker: hier wil ik werken!’ 

Wat kon je voor hen betekenen?

‘In verpleeghuizen ben je als leidinggevende algauw een crisismanager. Daar ben ik bedreven in geraakt: achterhalen wat nodig is, dat organiseren, mensen bij elkaar brengen. En vooral ook: kijken en luisteren naar de bewoners. Hun wensen en behoeften centraal zetten, mensen leidend maken in plaats van protocollen. Ik heb altijd creatieve teams om me heen verzameld, vol met mede-mogelijk-makers, zoals ik ze noem. Want dat is waar ik me het liefst door laat leiden, zowel in mijn werk als privéleven: kijken naar wat er wél mogelijk is.’

Heb je de verpleeghuizen zo ook door de lockdowns geloodst?

‘Het was bizar wat er in de zorg gebeurde tijdens corona: drie maanden een slot op de deur zonder contact met familie, dat is toch onvoorstelbaar? Ook ik ben te lang meegegaan in alle voorschriften, te volgzaam geweest aan het systeem. Maar net als iedereen kende ik het beestje ook niet. Nee, het waren complexe tijden die de sector en alle betrokkenen schade hebben berokkend. Ik kan er wel een boek over schrijven.’

Is dat gelukt?

‘Uiteindelijk – maar dat weet je natuurlijk pas achteraf – heeft die periode me goed gedaan. Ik krabbelde op, ook dankzij hechte vriendschappen en een ijzeren wil. En ik ben mijn droom achternagegaan: directeur worden van een verpleeghuis. Vraag me niet waarom, ik had er de opleiding niet voor en tot dan toe nooit iets gedaan in de ouderenzorg. Maar ik zag zo helder voor me dat ik leiding ging geven aan een grote zorginstelling met mensen op leeftijd die er graag wonen. Daar wilde ik me hard voor maken. Mijn ouders zagen ondertussen dat het steeds beter met mij ging, we bleven op zoek naar elkaar, wilden elkaar begrijpen. Tot vandaag de dag hebben we een fijne relatie.’

Uiteindelijk heb je zeventien jaar in de ouderenzorg gewerkt. Hoe is dat bevallen?

‘Mijn start was best pittig. Zonder verpleegkundige achtergrond was het niet vanzelfsprekend dat ik als zorgmanager solliciteerde. Maar als je ergens écht in gelooft, dan straal je dat ook uit en zo kreeg ik het voordeel van de twijfel. Met vallen en opstaan ben ik doorgegroeid, vanaf 2010 kreeg ik diverse zorgcentra onder mijn hoede, vastbesloten om er een plezierige woon- en werkomgeving te scheppen. Daar is de nodige daadkracht voor nodig, weet ik inmiddels, want verpleeghuizen zijn in wezen verwaarloosde organisaties. Er is altijd een tekort aan middelen en mankracht. Ouderen worden behandeld als vaste lasten van de samenleving. Terwijl ik juist dagelijks zag hoe weerbaar en strijdbaar zij zijn. Wat natuurlijk niet verwonderlijk is als je bedenkt dat deze generatie de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt.’ 

Leergierig, zorgzaam, daadkrachtig: dat zijn de typeringen die blijven hangen wanneer je jouw naam googelt. Herken je jezelf daarin?

(lachend) ‘Ja, zeker. In ieder geval in dat zorgzame. Als kind al bekommerde ik me om alles en iedereen. Zo runde ik een mierenziekenhuis voor kreupele mieren. En op verjaardagfeestjes nodigde ik het liefst alle kinderen uit die op school buiten de boot vielen. Zo jong als ik was wilde ik graag iets goeds betekenen voor de mensen om mij heen. Dat is er nooit meer uitgegaan.’

Kreeg je dat van huis uit mee?

‘Ja, ik kom uit een warm nest. Mijn ouders hebben zich ook altijd voor anderen ingespannen. Mijn broer, zus en ik weten niet beter. Een prominente plek in ons leven was daarnaast weggelegd voor het geloof, ik ben gereformeerd vrijgemaakt opgevoed. Op zon- en feestdagen gingen we twee keer per dag naar de kerk. Voor anderen kan het als een last klinken, maar ik associeer mijn christelijke jeugd vooral met veel gezelligheid en omkijken naar elkaar.’

foto's: Frank Ruiter

Je bent nu een half jaar lid van de Raad van Bestuur. Wat staat er op je prioriteitenlijst?

‘Mijn oor te luisteren leggen bij de leden, vragen stellen, ontdekken wat we als vereniging meer voor hen kunnen doen. Dat is één. Verder ben ik druk met de interne organisatie. Er zijn de nodige nieuwe medewerkers bij gekomen het laatste jaar. Mijn aandacht gaat ernaar uit om een hecht team te smeden. Zodat we samen nóg meer kunnen bereiken voor onze leden.’ •

Kun je benoemen waar ‘m dat in zit?

‘Er zitten hier echte mensen aan tafel. Het maakt niet uit wie je spreekt – van de medewerkers op het bureau, het bestuur, de vrijwilligers of de leden: iedereen wil vechten voor mooie betekenisvolle doelen, die met oprechte inzet, een lange adem, geloof en compassie haalbaar zijn. Een stap verder komen in de wereld van zelfbeschikking is nooit gemakkelijk en ik hoop eerlijk gezegd ook dat dat nooit gemakkelijk wórdt. Het zelfgekozen levenseinde is een delicaat onderwerp en verdient altijd zorgvuldige aandacht en afweging. Daar krijg ik energie van. Bovendien is dit de eerste keer dat ik betrokken ben bij een ledenvereniging, die ook nog eens zo groot is en veel impact heeft op de maatschappij. Daar wil ik vol voor gaan.’

Hoe reageren je ouders op je nieuwe baan?

‘Zelf zijn ze niet voor eigen regie bij het levenseinde, maar ze kennen mijn drijfveren en hebben vrede met mijn weg. Ze zien me graag gelukkig. Ook privé is dat nu weer het geval. Sinds vorig jaar woon ik samen met mijn grote liefde en onze pup van acht maanden in Schoonhoven. Mijn verloofde is mijn grootste supporter en mijn hond staat mij iedere avond als ik terugkom uit Amsterdam voor het raam op te wachten.’

Maakte die lastige periode dat je van de zorg naar de NVVE bent overgestapt?

‘De link is niet zo direct, want het levenseinde heeft me altijd beziggehouden. Hoe verhoud je je daartoe als mens, welke keuzes maak je dan wel of juist niet? Ik ben nooit bang geweest om over de dood te praten. Toen iemand dichtbij me suïcidale gedachten had, was ik een van de weinigen in de omgeving bij wie hij dat kon benoemen. Ik heb ook vrijwilligerswerk gedaan bij 113 Zelfmoordpreventie. En later, toen ik in een verpleeghuis een palliatieve unit onder mijn hoede kreeg, heb ik een jaar als vrijwilliger in een hospice meegedraaid. Meer dan over de dood ben ik daar vooral wijzer geworden over het leven. Mensen maken in een hospice de balans op: waar zijn ze trots op, waar hebben ze spijt van? Ik heb er zoveel verhalen gehoord, allemaal even persoonlijk, indrukwekkend en leerzaam.’ 

De NVVE kende je al?

‘Ja, maar ik associeerde de vereniging vooral met de niet-reanimerenpenning. Pas toen ik benaderd werd voor de rol van lid van de Raad van Bestuur ben ik me gaan verdiepen in het gedachtengoed en de geschiedenis van de NVVE. Ik raakte onder de indruk van de drive en het vakmanschap. Met diverse betrokkenen heb ik een hele reeks gesprekken gevoerd en ik voelde steeds sterker: hier wil ik werken!’ 

Wat kon je voor hen betekenen?

‘In verpleeghuizen ben je als leidinggevende algauw een crisismanager. Daar ben ik bedreven in geraakt: achterhalen wat nodig is, dat organiseren, mensen bij elkaar brengen. En vooral ook: kijken en luisteren naar de bewoners. Hun wensen en behoeften centraal zetten, mensen leidend maken in plaats van protocollen. Ik heb altijd creatieve teams om me heen verzameld, vol met mede-mogelijk-makers, zoals ik ze noem. Want dat is waar ik me het liefst door laat leiden, zowel in mijn werk als privéleven: kijken naar wat er wél mogelijk is.’

Heb je de verpleeghuizen zo ook door de lockdowns geloodst?

‘Het was bizar wat er in de zorg gebeurde tijdens corona: drie maanden een slot op de deur zonder contact met familie, dat is toch onvoorstelbaar? Ook ik ben te lang meegegaan in alle voorschriften, te volgzaam geweest aan het systeem. Maar net als iedereen kende ik het beestje ook niet. Nee, het waren complexe tijden die de sector en alle betrokkenen schade hebben berokkend. Ik kan er wel een boek over schrijven.’

‘HET ZELFGEKOZEN LEVENSEINDE IS EEN DELICAAT ONDERWERP EN VERDIENT ALTIJD ZORGVULDIGE AANDACHT EN AFWEGING. DAAR KRIJG IK ENERGIE VAN’

Nieuw lid van de Raad van Bestuur Marjon Vonck:

Is dat gelukt?

‘Uiteindelijk – maar dat weet je natuurlijk pas achteraf – heeft die periode me goed gedaan. Ik krabbelde op, ook dankzij hechte vriendschappen en een ijzeren wil. En ik ben mijn droom achternagegaan: directeur worden van een verpleeghuis. Vraag me niet waarom, ik had er de opleiding niet voor en tot dan toe nooit iets gedaan in de ouderenzorg. Maar ik zag zo helder voor me dat ik leiding ging geven aan een grote zorginstelling met mensen op leeftijd die er graag wonen. Daar wilde ik me hard voor maken. Mijn ouders zagen ondertussen dat het steeds beter met mij ging, we bleven op zoek naar elkaar, wilden elkaar begrijpen. Tot vandaag de dag hebben we een fijne relatie.’

Uiteindelijk heb je zeventien jaar in de ouderenzorg gewerkt. Hoe is dat bevallen?

‘Mijn start was best pittig. Zonder verpleegkundige achtergrond was het niet vanzelfsprekend dat ik als zorgmanager solliciteerde. Maar als je ergens écht in gelooft, dan straal je dat ook uit en zo kreeg ik het voordeel van de twijfel. Met vallen en opstaan ben ik doorgegroeid, vanaf 2010 kreeg ik diverse zorgcentra onder mijn hoede, vastbesloten om er een plezierige woon- en werkomgeving te scheppen. Daar is de nodige daadkracht voor nodig, weet ik inmiddels, want verpleeghuizen zijn in wezen verwaarloosde organisaties. Er is altijd een tekort aan middelen en mankracht. Ouderen worden behandeld als vaste lasten van de samenleving. Terwijl ik juist dagelijks zag hoe weerbaar en strijdbaar zij zijn. Wat natuurlijk niet verwonderlijk is als je bedenkt dat deze generatie de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt.’ 

Toch heb je als volwassene de kerk verlaten…

‘Dat is een moeizaam proces geweest. Om het kort samen te vatten: na mijn opleiding sociaal pedagogisch werk kon ik op mijn negentiende aan de slag in een zorginstelling voor mannen met gedragsproblemen. Daar bleek ik toen echt nog te jong voor te zijn. Tijdelijk ben ik toen bij een zorgverzekeraar gaan werken als telefoniste. Van daaruit rolde ik van de ene in de andere leuke functie en opleiding. Ik leerde er veel, ook over mezelf. De grootste ommezwaai kwam na een leergang “persoonlijk leiderschap”, ik was op dat moment 24 en afdelingshoofd van de klantenservice. Daar ontdekte ik dat ik tot dan toe vooral op het kompas van anderen had geleefd. Ik wist eigenlijk niet hoe mijn eigen kompas eruitzag. Toen ik dat besefte, kon ik niet anders dan mijn drie fundamenten loslaten. Ik verliet mijn man met wie ik sinds mijn achttiende samen was, de kerk en mijn baan.’

Hoe werd daarop gereageerd?

‘Dat stuitte op veel onbegrip binnen gereformeerde kringen en mijn familie. Het was dan ook de start van een eenzame periode. Mijn ouders konden het niet geloven dat ik de kerk verliet en het heeft een tijd geduurd voor zij begrepen dat ik niet ontrouw wilde zijn aan God of mijn opvoeding, maar dat ik mijn eigen weg wilde ontdekken. Tot dan toe had mijn leven in het teken gestaan van naar de kerk gaan en samenzijn. Nu wilde ik leren om het ook in mijn eentje naar de zin te krijgen, mezelf te vinden.’

Leergierig, zorgzaam, daadkrachtig: dat zijn de typeringen die blijven hangen wanneer je jouw naam googelt. Herken je jezelf daarin?

(lachend) ‘Ja, zeker. In ieder geval in dat zorgzame. Als kind al bekommerde ik me om alles en iedereen. Zo runde ik een mierenziekenhuis voor kreupele mieren. En op verjaardagfeestjes nodigde ik het liefst alle kinderen uit die op school buiten de boot vielen. Zo jong als ik was wilde ik graag iets goeds betekenen voor de mensen om mij heen. Dat is er nooit meer uitgegaan.’

Kreeg je dat van huis uit mee?

‘Ja, ik kom uit een warm nest. Mijn ouders hebben zich ook altijd voor anderen ingespannen. Mijn broer, zus en ik weten niet beter. Een prominente plek in ons leven was daarnaast weggelegd voor het geloof, ik ben gereformeerd vrijgemaakt opgevoed. Op zon- en feestdagen gingen we twee keer per dag naar de kerk. Voor anderen kan het als een last klinken, maar ik associeer mijn christelijke jeugd vooral met veel gezelligheid en omkijken naar elkaar.’

Na zeventien jaar werken in de ouderenzorg startte Marjon Vonck (47) begin dit jaar als lid van de Raad van Bestuur van de NVVE en hoofdredacteur van Relevant.

Wie is de nieuwe kopvrouw naast Fransien van ter Beek en wat trekt haar in haar nieuwe rol? • 

Teus Lebbing

‘ER MAG GEEN DRUK ZIJN OM TE BLIJVEN LEVEN’