OBE KUIPERS IN DE REGIESTOEL
LEEFTIJD 76
WOONPLAATS ALDEBOARN
Werk GEPENSIONEERD MAATSCHAPPELIJK WERKER EN PIJPFITTER
PRIVÉ ALLEENSTAAND
LID VAN DE NVVE SINDS DE JAREN TACHTIG
TEKST: TEUS LEBBING | FOTO’S: MAURITS GIESEN
GEEN WOORD
‘Ik kom uit een groot, Fries, streng katholiek nest. Zoals dat vroeger ging, stond de pastoor regelma-tig voor de deur om op gezinsuitbreiding aan te dringen. Als ik goed tel, is mijn moeder dertien keer zwanger geweest, maar we waren grotendeels met zijn negenen thuis. Diverse kinderen zijn tijdens de zwangerschap overleden of daarna. Toen ik 2 was, stierf mijn zusje van 5 aan hersenvlies-ontsteking. Volgens mij verklaarden mijn ouders dat ze “voortijdig de deur was uitgegaan”, verder werd er met geen woord over gesproken.’
ONVERMOGEN
‘Zo ging dat in ons gezin, ik kan het mijn ouders niet kwalijk nemen; het waren doodgoede mensen, die net als hun streekgenoten een patroon volgden van hard werken en zwijgen. Mijn vader had twee banen om ons te onderhouden, als fabrieksarbeider en als kelner. Mijn moeder had de han-den vol aan het huishouden. Maar het gebrek aan aandacht en steun en het onvermogen om met gevoel om te gaan, hebben diepe sporen achtergelaten binnen ons gezin.’
ALLEEN
‘Zo hebben mijn oudste zus Marieke en favoriete broer Johannes nooit hun weg kunnen vinden in het leven. Na diverse pogingen koos Marieke in 1973 voor suïcide. Veertig jaar later kreeg Johan-nes, na een lange weg van psychisch leed, in 2013 toestemming voor euthanasie. Mijn idee is dat hun lijden stamt uit hun jeugd. Beiden zijn vroeg in de oorlog geboren. Onze vader zat een periode ondergedoken en onze moeder moest het alleen zien te redden met de kinderen. Als oudsten lag er jong veel verantwoordelijkheid op hun schouders. En dat bleef zo, want onze vader overleed al in 1963 en in 1969 verongelukte een van onze broers, samen met een maat in de auto. Maar om-dat we nergens over spraken, was iedereen alleen met zijn verdriet. We konden elkaar niet hel-pen.’
DEURTJES OPEN
‘Marieke kwam in nood en zag geen andere keuze dan suïcide. Ze was al eerder gesprongen en had een keer een overdosis pillen geslikt, maar overleefde. De derde poging was raak. Ik was destijds een harde jongen, een arbeider die net als mijn vader stug doorwerkte en emoties opkropte. Maar op Mariekes begrafenis huilde ik voor het eerst. Daarna heb ik diverse keren hulp gezocht bij coun-seling, steeds gingen er meer deurtjes open naar mijn gevoel, al blijft dat een moeizaam proces. In 1983 ben ik zelfs een opleiding tot maatschappelijk werker gaan doen, daarin was veel ruimte voor zelfonderzoek. Als thema van mijn eindscriptie koos ik omgang met suïcidaal gedrag. Ik herinner me nog goed dat ik ook Frank van Ree ervoor interviewde, een bekend psychiater. “Denk om je eigen draagkracht”, adviseerde hij mij. Dat was een grote opsteker, eindelijk iemand die me zag.’
OPLUCHTING
‘Mijn zus Marieke is eenzaam en radeloos gestorven. Dat wilde mijn broer Johannes ons niet aan-doen, al was hij mentaal helemaal op. Daarom vroeg hij ten langen leste om euthanasie, al wist hij dat dat een harde dobber zou worden. Ik heb hem in dit slopende traject ondersteund. Hij was mijn buddy, we hadden zo’n goede band; met hem kon ik wél praten over wat ons dwarszat. Maar ik zou egoïstisch zijn om hem hier te houden. Ik zie zijn opluchting nog voor me toen de huisarts en SCEN-arts zeiden: “je mag eruit”. “Kan het vandaag nog?”, vroeg hij.’
RUIMTE
‘Johannes is één van de dertien mensen in Nederland aan wie dat jaar euthanasie werd verleend op basis van psychisch lijden. Ik mis hem ontzettend, maar ben dankbaar dat hij, anders dan mijn oudste zus, niet eenzaam en radeloos heeft hoeven sterven. Zelf hang ik ook erg aan eigen regie, niet voor niets ben ik al zo lang lid van de NVVE. Helaas ben ik vrijgezel gebleven; me echt verbin-den met een partner heb ik altijd lastig gevonden. Daarom zal ik ook in mijn laatste levensfase voor mezelf moeten zorgen. Mijn pensioen is klein, daarom heb ik na lang twijfelen mijn huis te koop gezet. Ik wil me vrijer voelen, ook financieel. Zodat ik zorg kan inschakelen als dat nodig is, maar ook om dingen te doen waar ik gelukkig van word. Voor het eerst in mijn leven probeer ik ruimte te maken voor mezelf.’ •
LEEFTIJD 76
WOONPLAATS ALDEBOARN
Werk GEPENSIONEERD MAATSCHAPPELIJK WERKER EN PIJPFITTER
PRIVÉ ALLEENSTAAND
LID VAN DE NVVE SINDS DE JAREN TACHTIG
OBE KUIPERS IN DE REGIESTOEL
TEKST: TEUS LEBBING | FOTO’S: MAURITS GIESEN
GEEN WOORD
‘Ik kom uit een groot, Fries, streng katholiek nest. Zoals dat vroeger ging, stond de pastoor regelma-tig voor de deur om op gezinsuitbreiding aan te dringen. Als ik goed tel, is mijn moeder dertien keer zwanger geweest, maar we waren grotendeels met zijn negenen thuis. Diverse kinderen zijn tijdens de zwangerschap overleden of daarna. Toen ik 2 was, stierf mijn zusje van 5 aan hersenvlies-ontsteking. Volgens mij verklaarden mijn ouders dat ze “voortijdig de deur was uitgegaan”, verder werd er met geen woord over gesproken.’
ONVERMOGEN
‘Zo ging dat in ons gezin, ik kan het mijn ouders niet kwalijk nemen; het waren doodgoede mensen, die net als hun streekgenoten een patroon volgden van hard werken en zwijgen. Mijn vader had twee banen om ons te onderhouden, als fabrieksarbeider en als kelner. Mijn moeder had de han-den vol aan het huishouden. Maar het gebrek aan aandacht en steun en het onvermogen om met gevoel om te gaan, hebben diepe sporen achtergelaten binnen ons gezin.’
ALLEEN
‘Zo hebben mijn oudste zus Marieke en favoriete broer Johannes nooit hun weg kunnen vinden in het leven. Na diverse pogingen koos Marieke in 1973 voor suïcide. Veertig jaar later kreeg Johan-nes, na een lange weg van psychisch leed, in 2013 toestemming voor euthanasie. Mijn idee is dat hun lijden stamt uit hun jeugd. Beiden zijn vroeg in de oorlog geboren. Onze vader zat een periode ondergedoken en onze moeder moest het alleen zien te redden met de kinderen. Als oudsten lag er jong veel verantwoordelijkheid op hun schouders. En dat bleef zo, want onze vader overleed al in 1963 en in 1969 verongelukte een van onze broers, samen met een maat in de auto. Maar om-dat we nergens over spraken, was iedereen alleen met zijn verdriet. We konden elkaar niet hel-pen.’
DEURTJES OPEN
‘Marieke kwam in nood en zag geen andere keuze dan suïcide. Ze was al eerder gesprongen en had een keer een overdosis pillen geslikt, maar overleefde. De derde poging was raak. Ik was destijds een harde jongen, een arbeider die net als mijn vader stug doorwerkte en emoties opkropte. Maar op Mariekes begrafenis huilde ik voor het eerst. Daarna heb ik diverse keren hulp gezocht bij coun-seling, steeds gingen er meer deurtjes open naar mijn gevoel, al blijft dat een moeizaam proces. In 1983 ben ik zelfs een opleiding tot maatschappelijk werker gaan doen, daarin was veel ruimte voor zelfonderzoek. Als thema van mijn eindscriptie koos ik omgang met suïcidaal gedrag. Ik herinner me nog goed dat ik ook Frank van Ree ervoor interviewde, een bekend psychiater. “Denk om je eigen draagkracht”, adviseerde hij mij. Dat was een grote opsteker, eindelijk iemand die me zag.’
OPLUCHTING
‘Mijn zus Marieke is eenzaam en radeloos gestorven. Dat wilde mijn broer Johannes ons niet aan-doen, al was hij mentaal helemaal op. Daarom vroeg hij ten langen leste om euthanasie, al wist hij dat dat een harde dobber zou worden. Ik heb hem in dit slopende traject ondersteund. Hij was mijn buddy, we hadden zo’n goede band; met hem kon ik wél praten over wat ons dwarszat. Maar ik zou egoïstisch zijn om hem hier te houden. Ik zie zijn opluchting nog voor me toen de huisarts en SCEN-arts zeiden: “je mag eruit”. “Kan het vandaag nog?”, vroeg hij.’
RUIMTE
‘Johannes is één van de dertien mensen in Nederland aan wie dat jaar euthanasie werd verleend op basis van psychisch lijden. Ik mis hem ontzettend, maar ben dankbaar dat hij, anders dan mijn oudste zus, niet eenzaam en radeloos heeft hoeven sterven. Zelf hang ik ook erg aan eigen regie, niet voor niets ben ik al zo lang lid van de NVVE. Helaas ben ik vrijgezel gebleven; me echt verbin-den met een partner heb ik altijd lastig gevonden. Daarom zal ik ook in mijn laatste levensfase voor mezelf moeten zorgen. Mijn pensioen is klein, daarom heb ik na lang twijfelen mijn huis te koop gezet. Ik wil me vrijer voelen, ook financieel. Zodat ik zorg kan inschakelen als dat nodig is, maar ook om dingen te doen waar ik gelukkig van word. Voor het eerst in mijn leven probeer ik ruimte te maken voor mezelf.’ •