Dana Ploeger:
‘Mijn oma ging vroeger naar alle begrafenissen in het dorp. Ook als ze mensen niet goed kende. Mensen vinden het van origine namelijk best prettig om het leed van anderen mee te maken zonder dat het hun eigen leven beroert’
Kunstwerken van Aat Veldhoen en foto’s over de dood zijn nog tot 28 juni te zien in museum Tot Zover in Amsterdam.
Podcasts, televisieprogramma’s, boeken, retraites, lezingen, muziek en theatervoorstellingen; de dood inspireert velen en vindt gretig aftrek. Maar wat betekent die toegenomen belangstelling voor het einde eigenlijk? Een zoektocht. • Marloes Elings
En dan leven we ook nog eens in een tijd waar het normaal is geworden om heel persoonlijke verhalen met de buitenwereld te delen. Zo kan het niemand zijn ontgaan dat Martijn Krabbé ongeneeslijk ziek is. En moet je onder een steen hebben geleefd om te hebben gemist dat Freek van het popduo Suzan & Freek ernstig ziek is. Om nog te zwijgen over de talloze blogs, Linkedin-berichten, Instagramposts en Facebookverhalen over de dood die gevraagd en ongevraagd op sociale media voorbijkomen. Slob: ‘We zijn met z’n allen in een soort van psychotherapeutische cultuur verzeild geraakt waarin je aandacht krijgt als je een moeilijk of dramatisch persoonlijk verhaal deelt. Misschien klinkt het niet aardig, maar de dood is in die cultuur een sociale troefkaart geworden.’
Filosoof Marjan Slob, van 2023 tot vorig jaar onze Denker der Nederlanden, veronderstelt heel andere redenen. ‘Het heeft volgens mij te maken met de virtuele wereld waarin we leven en de behoefte aan echtheid, aan realiteit. Maar ook de vergrijzing speelt een rol. Daarnaast wordt het tegenwoordig als bevrijdend ervaren om intimiteiten te delen en ik vrees dat er ook wel een soort van sensatiezucht bij zit. De wens onderdeel te zijn van het drama dat de dood is.’
De Utrechtse filosoof schenkt thee en legt stroopwafels op tafel. Ik vraag wat ze bedoelt met die virtuele wereld. ‘Het is tegenwoordig veel moeilijker geworden om gevoelens écht te voelen omdat we leven in een virtuele tijd. Door technologieën als Artificial Intelligence wordt het onderscheid tussen echt en onecht op de spits gedreven. Daardoor weet je als 21ste-eeuwse mens niet helemaal zeker of dat wat je ziet, leest en hoort fantasie is of realiteit. Of dat wat je daarbij voelt, raakt aan iets dat echt is. Dat zorgt voor verwarring. En dat is helemaal niet erg. We zijn gewoon nog op zoek naar de balans. Maar die onrust versterkt wel de behoefte aan echtheid. En als er íets echt is, dan is het de dood. Want de dood is onverbiddelijk.’
Ploeger denkt niet dat deze verhalen een rol spelen in de emancipatie van de dood. ‘Dan moet je bij programma’s zijn als Over mijn Lijk (BNNVARA). Dat programma heeft in de afgelopen twintig jaar bewerkstelligd dat de dood dichter in de belevingswereld van mensen is gekomen.’ Filosoof Slob zegt ‘stiekem te hopen dat het volgen van dit soort programma’s, maar ook podcasts, films, boeken en theater over de dood voor mensen een soort van oefening is’. ‘Een oefening om de gedachte en het gevoel toe te laten dat je het leven niet kent als je de dood uitsluit.’ Ze citeert een van haar favoriete filosofen, de Amerikaanse Donna Haraway. ‘Zij schrijft: “Leven en sterven is één kringloop en daar maak je als individu deel van uit”. Dat vind ik een heel troostend en mooi idee.’
In Bilthoven maakt Manu Keirse zich op voor zijn laatste bemoedigende woorden. Hij knikt een vrouw toe die onlangs haar man verloor. Ze waren ruim dertig jaar samen. De vrouw zegt dat ze kan aanvaarden dat haar man is gestorven, maar dat ze moeite heeft met het accepteren van zijn dood. Keirse zegt dat ze de tijd moet nemen voor haar verdriet, geen haast hoeft te maken. ‘Maar de dood hoeven mensen van mij niet te accepteren. Wel hoop ik dat mensen meer gaan beseffen dat sterven betekent dat je de laatste periode van je leven leeft. En dat sterven een heel waardevolle periode van je leven is.’ •
INTENSE ERVARINGEN
Terwijl de klok van de Nicolaikerk 11 uur slaat, zegt Slob dat zij vreest dat er ook een soort sensatiezucht een rol speelt bij de toegenomen populariteit van de dood. Lachend: ‘Ik moet meteen denken aan gate crashers op begrafenissen, mensen die naar binnen piepen om onderdeel te zijn van het collectief en het drama. Op zoek naar intense ervaringen, die ze in hun dagelijkse leven kennelijk missen.’ Volgens uitvaartbegeleider en journalist Dana Ploeger is die sensatiezucht van alle tijden. ‘Mijn oma ging vroeger ook naar alle begrafenissen in het dorp. Ook als ze mensen niet goed kende. Mensen vinden het van origine namelijk best prettig om het leed van anderen mee te maken zonder dat het hun eigen leven beroert.’
Ploeger, coördinator van de rubriek ‘Naschrift’ in Trouw, merkt die interesse ook aan de populariteit van de rubriek die zij maakt, waarin het levensverhaal van een onbekende overleden persoon is opgetekend. Inmiddels hebben alle landelijke kranten zo’n serie: in NRC ‘De Laatste Bladzijde’, in het AD ‘Van Wieg tot Graf’ en in de Volkskrant ‘Postuum’. ‘Naschrift is vaak het best gelezen artikel van de week’, vertelt Ploeger. ‘We horen vaak terug dat mensen die verhalen heel herkenbaar vinden en vervolgens verzuchten: “gelukkig heb ik niet zo’n leven gehad”.’
Voorberg is er nog niet helemaal uit waarom zijn initiatief zo aanslaat. ‘Blijkbaar hebben veel mensen hier behoefte aan. En ik denk dat het iets te maken heeft met onze levenscultuur. Met onze gedigitaliseerde wereld. We willen graag iets voelen. Laten zien wat er met ons is gebeurd. En we willen iets wat verbindt. Kerken hebben daar een minder grote rol in dan vijftig jaar geleden. Hun publieke functie wordt tegenwoordig niet meer door iedereen gevoeld. En mensen vinden het hypocriet om naar een kerk te gaan als ze niet meer geloven. Dus zoeken we nieuwe vormen. Zo’n kas is een heel directe ervaring. Daar lees en hoor je rauwe verhalen van echte mensen. Dat raakt ons in onze menselijkheid. Daar halen we onze ziel aan op, denk ik.’
De Amsterdamse theoloog en kunstenaar zit een beetje op dezelfde lijn als filosoof Marjan Slob. De Utrechtse zestiger gaat nog iets dieper in op wat zij precies bedoelt met de rol van de dood in deze virtuele wereld. ‘De dood is extra prangend geworden en krijgt meer aandacht omdat de dood haaks staat op een virtuele wereld. De dood is een hard cut. Er is geen next level en het is ook geen tegenslag die je kunt overwinnen zoals in de virtuele wereld. Het is gewoon het einde van een particulier leven. Naarmate de wereld virtueler wordt en we nog niet zo goed weten hoe we ons daarin moeten verhouden en bewegen, is de dood een soort omen, een teken dat we wel virtueel kunnen denken, maar leven en dus dood zullen gaan.’
FANS
In de donkere zaal van de Bilthovense Woudkapel is het pauze. Manu Keirse wordt naar de tafel gebracht waarop zijn bestsellers liggen. Al snel vormt zich een rij van fans. Keirse krijgt nauwelijks tijd om een slokje thee te nemen, zo druk is hij met afrekenen en signeren. Na de pauze geeft hij zijn toehoorders gelegenheid om vragen te stellen. Maar die komen er nauwelijks. Mensen willen vooral hun persoonlijke verhaal met hem delen.
‘Mensen hebben behoefte aan ruimte voor rouw’, denkt Rikko Voorberg. Hij is theoloog en de bedenker van de zogeheten ‘Rouw & Vier-kassen’. Vier jaar geleden zette hij samen met buurtgenoten de laatste twee weken van december zo’n kas op het Amsterdamse Mercatorplein. Een glazen ruimte waarin mensen een kaarsje konden branden. Iets konden opschrijven. Stil konden staan bij iemand die zij hadden verloren. ‘Afgelopen december stonden er 24 van dat soort kassen in het hele land en meer dan 50.000 mensen hebben deze glazen ruimtes bezocht.’
65-PLUSSERS
De veranderende bevolkingsopbouw klinkt als een logische reden waarom de dood een populair onderwerp is geworden. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat er inmiddels meer 65-plussers zijn dan jongeren onder de 20 jaar. Slob: ‘Die groep bestaat veelal uit ouderen die veel meer geëmancipeerd zijn dan onze ouders. Mensen die ook veel beter weten hoe zij oud willen worden en hoe zij willen sterven. Dat gaat veel persoonlijker dan vroeger. En daar vaart de uitvaartbranche wel bij: die boomt.’
Uitvaartbegeleider en journalist Dana Ploeger herkent de woorden van Slob. ‘Ik heb veel wensgesprekken met mensen die nadenken over hun eigen dood. Dat vind ik echt een fenomeen van deze tijd. Die mensen willen hun eigen einde vormgeven en hun kinderen daar niet mee belasten. Tien jaar geleden bestond zoiets helemaal niet.’ Theoloog Marga Haas ziet dat ook. Sinds 2020 organiseert zij samen met haar broer meerdere keren per jaar retraites over de dood. Al die bijeenkomsten zitten in no time vol. ‘Naar onze retraites komen veelal 50-plussers die in het licht van hun eigen sterfelijkheid hun leven meer diepgang willen geven.’
De prachtige Woudkapel (1924) in Bilthoven zit deze zaterdagmiddag overvol. Zacht geroezemoes en veel grijze hoofden. Iedereen kijkt verwachtingsvol naar de kleine man die naar het houten spreekgestoelte wordt geleid. Het is psycholoog en rouwdeskundige Manu Keirse, de man die Nederland en België leert dealen met de dood. Keirse houdt een pleidooi tegen het individualisme en voor verbinding. ‘Onze huidige manier van leven eist steeds duidelijker zijn tol. Oudere mensen hebben het gevoel aan de kant te worden geschoven. Kwetsbare mensen krijgen niet de zorg die ze verdienen. En het sterven is in een mistbank terechtgekomen.’
De Vlaming Keirse bedoelt met die mistbank dat ‘sterven in onze samenleving minder zichtbaar is geworden’. Hij wijt dat aan ‘de onmacht van de omgeving om de dood te aanvaarden en de (over)medicalisering van ziekte’. Op mijn vraag hoe het dan komt dat al zijn lezingen keer op keer in uitverkochte zalen plaatsvinden en de dood tegenwoordig ook heel populair is in de media, cursusland en de kunst, lacht hij wat schaapachtig. ‘Ik zie vooruitgang. Misschien komt dat omdat er steeds meer aandacht is voor palliatieve zorg. Of misschien begint mijn werk na vijftig jaar vruchten af te werpen.’
Podcasts, televisieprogramma’s, boeken, retraites, lezingen, muziek en theatervoorstellingen; de dood inspireert velen en vindt gretig aftrek. Maar wat betekent die toegenomen belangstelling voor het einde eigenlijk? Een zoektocht. • Marloes Elings
Kunstwerken van Aat Veldhoen en foto’s over de dood zijn nog tot 28 juni te zien in museum Tot Zover in Amsterdam.
INTENSE ERVARINGEN
Terwijl de klok van de Nicolaikerk 11 uur slaat, zegt Slob dat zij vreest dat er ook een soort sensatiezucht een rol speelt bij de toegenomen populariteit van de dood. Lachend: ‘Ik moet meteen denken aan gate crashers op begrafenissen, mensen die naar binnen piepen om onderdeel te zijn van het collectief en het drama. Op zoek naar intense ervaringen, die ze in hun dagelijkse leven kennelijk missen.’ Volgens uitvaartbegeleider en journalist Dana Ploeger is die sensatiezucht van alle tijden. ‘Mijn oma ging vroeger ook naar alle begrafenissen in het dorp. Ook als ze mensen niet goed kende. Mensen vinden het van origine namelijk best prettig om het leed van anderen mee te maken zonder dat het hun eigen leven beroert.’
Ploeger, coördinator van de rubriek ‘Naschrift’ in Trouw, merkt die interesse ook aan de populariteit van de rubriek die zij maakt, waarin het levensverhaal van een onbekende overleden persoon is opgetekend. Inmiddels hebben alle landelijke kranten zo’n serie: in NRC ‘De Laatste Bladzijde’, in het AD ‘Van Wieg tot Graf’ en in de Volkskrant ‘Postuum’. ‘Naschrift is vaak het best gelezen artikel van de week’, vertelt Ploeger. ‘We horen vaak terug dat mensen die verhalen heel herkenbaar vinden en vervolgens verzuchten: “gelukkig heb ik niet zo’n leven gehad”.’
Ploeger denkt niet dat deze verhalen een rol spelen in de emancipatie van de dood. ‘Dan moet je bij programma’s zijn als Over mijn Lijk (BNNVARA). Dat programma heeft in de afgelopen twintig jaar bewerkstelligd dat de dood dichter in de belevingswereld van mensen is gekomen.’ Filosoof Slob zegt ‘stiekem te hopen dat het volgen van dit soort programma’s, maar ook podcasts, films, boeken en theater over de dood voor mensen een soort van oefening is’. ‘Een oefening om de gedachte en het gevoel toe te laten dat je het leven niet kent als je de dood uitsluit.’ Ze citeert een van haar favoriete filosofen, de Amerikaanse Donna Haraway. ‘Zij schrijft: “Leven en sterven is één kringloop en daar maak je als individu deel van uit”. Dat vind ik een heel troostend en mooi idee.’
In Bilthoven maakt Manu Keirse zich op voor zijn laatste bemoedigende woorden. Hij knikt een vrouw toe die onlangs haar man verloor. Ze waren ruim dertig jaar samen. De vrouw zegt dat ze kan aanvaarden dat haar man is gestorven, maar dat ze moeite heeft met het accepteren van zijn dood. Keirse zegt dat ze de tijd moet nemen voor haar verdriet, geen haast hoeft te maken. ‘Maar de dood hoeven mensen van mij niet te accepteren. Wel hoop ik dat mensen meer gaan beseffen dat sterven betekent dat je de laatste periode van je leven leeft. En dat sterven een heel waardevolle periode van je leven is.’ •
FANS
In de donkere zaal van de Bilthovense Woudkapel is het pauze. Manu Keirse wordt naar de tafel gebracht waarop zijn bestsellers liggen. Al snel vormt zich een rij van fans. Keirse krijgt nauwelijks tijd om een slokje thee te nemen, zo druk is hij met afrekenen en signeren. Na de pauze geeft hij zijn toehoorders gelegenheid om vragen te stellen. Maar die komen er nauwelijks. Mensen willen vooral hun persoonlijke verhaal met hem delen.
‘Mensen hebben behoefte aan ruimte voor rouw’, denkt Rikko Voorberg. Hij is theoloog en de bedenker van de zogeheten ‘Rouw & Vier-kassen’. Vier jaar geleden zette hij samen met buurtgenoten de laatste twee weken van december zo’n kas op het Amsterdamse Mercatorplein. Een glazen ruimte waarin mensen een kaarsje konden branden. Iets konden opschrijven. Stil konden staan bij iemand die zij hadden verloren. ‘Afgelopen december stonden er 24 van dat soort kassen in het hele land en meer dan 50.000 mensen hebben deze glazen ruimtes bezocht.’
Voorberg is er nog niet helemaal uit waarom zijn initiatief zo aanslaat. ‘Blijkbaar hebben veel mensen hier behoefte aan. En ik denk dat het iets te maken heeft met onze levenscultuur. Met onze gedigitaliseerde wereld. We willen graag iets voelen. Laten zien wat er met ons is gebeurd. En we willen iets wat verbindt. Kerken hebben daar een minder grote rol in dan vijftig jaar geleden. Hun publieke functie wordt tegenwoordig niet meer door iedereen gevoeld. En mensen vinden het hypocriet om naar een kerk te gaan als ze niet meer geloven. Dus zoeken we nieuwe vormen. Zo’n kas is een heel directe ervaring. Daar lees en hoor je rauwe verhalen van echte mensen. Dat raakt ons in onze menselijkheid. Daar halen we onze ziel aan op, denk ik.’
De Amsterdamse theoloog en kunstenaar zit een beetje op dezelfde lijn als filosoof Marjan Slob. De Utrechtse zestiger gaat nog iets dieper in op wat zij precies bedoelt met de rol van de dood in deze virtuele wereld. ‘De dood is extra prangend geworden en krijgt meer aandacht omdat de dood haaks staat op een virtuele wereld. De dood is een hard cut. Er is geen next level en het is ook geen tegenslag die je kunt overwinnen zoals in de virtuele wereld. Het is gewoon het einde van een particulier leven. Naarmate de wereld virtueler wordt en we nog niet zo goed weten hoe we ons daarin moeten verhouden en bewegen, is de dood een soort omen, een teken dat we wel virtueel kunnen denken, maar leven en dus dood zullen gaan.’
65-PLUSSERS
De veranderende bevolkingsopbouw klinkt als een logische reden waarom de dood een populair onderwerp is geworden. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat er inmiddels meer 65-plussers zijn dan jongeren onder de 20 jaar. Slob: ‘Die groep bestaat veelal uit ouderen die veel meer geëmancipeerd zijn dan onze ouders. Mensen die ook veel beter weten hoe zij oud willen worden en hoe zij willen sterven. Dat gaat veel persoonlijker dan vroeger. En daar vaart de uitvaartbranche wel bij: die boomt.’
Uitvaartbegeleider en journalist Dana Ploeger herkent de woorden van Slob. ‘Ik heb veel wensgesprekken met mensen die nadenken over hun eigen dood. Dat vind ik echt een fenomeen van deze tijd. Die mensen willen hun eigen einde vormgeven en hun kinderen daar niet mee belasten. Tien jaar geleden bestond zoiets helemaal niet.’ Theoloog Marga Haas ziet dat ook. Sinds 2020 organiseert zij samen met haar broer meerdere keren per jaar retraites over de dood. Al die bijeenkomsten zitten in no time vol. ‘Naar onze retraites komen veelal 50-plussers die in het licht van hun eigen sterfelijkheid hun leven meer diepgang willen geven.’
En dan leven we ook nog eens in een tijd waar het normaal is geworden om heel persoonlijke verhalen met de buitenwereld te delen. Zo kan het niemand zijn ontgaan dat Martijn Krabbé ongeneeslijk ziek is. En moet je onder een steen hebben geleefd om te hebben gemist dat Freek van het popduo Suzan & Freek ernstig ziek is. Om nog te zwijgen over de talloze blogs, Linkedin-berichten, Instagramposts en Facebookverhalen over de dood die gevraagd en ongevraagd op sociale media voorbijkomen. Slob: ‘We zijn met z’n allen in een soort van psychotherapeutische cultuur verzeild geraakt waarin je aandacht krijgt als je een moeilijk of dramatisch persoonlijk verhaal deelt. Misschien klinkt het niet aardig, maar de dood is in die cultuur een sociale troefkaart geworden.’
De prachtige Woudkapel (1924) in Bilthoven zit deze zaterdagmiddag overvol. Zacht geroezemoes en veel grijze hoofden. Iedereen kijkt verwachtingsvol naar de kleine man die naar het houten spreekgestoelte wordt geleid. Het is psycholoog en rouwdeskundige Manu Keirse, de man die Nederland en België leert dealen met de dood. Keirse houdt een pleidooi tegen het individualisme en voor verbinding. ‘Onze huidige manier van leven eist steeds duidelijker zijn tol. Oudere mensen hebben het gevoel aan de kant te worden geschoven. Kwetsbare mensen krijgen niet de zorg die ze verdienen. En het sterven is in een mistbank terechtgekomen.’
De Vlaming Keirse bedoelt met die mistbank dat ‘sterven in onze samenleving minder zichtbaar is geworden’. Hij wijt dat aan ‘de onmacht van de omgeving om de dood te aanvaarden en de (over)medicalisering van ziekte’. Op mijn vraag hoe het dan komt dat al zijn lezingen keer op keer in uitverkochte zalen plaatsvinden en de dood tegenwoordig ook heel populair is in de media, cursusland en de kunst, lacht hij wat schaapachtig. ‘Ik zie vooruitgang. Misschien komt dat omdat er steeds meer aandacht is voor palliatieve zorg. Of misschien begint mijn werk na vijftig jaar vruchten af te werpen.’
Filosoof Marjan Slob, van 2023 tot vorig jaar onze Denker der Nederlanden, veronderstelt heel andere redenen. ‘Het heeft volgens mij te maken met de virtuele wereld waarin we leven en de behoefte aan echtheid, aan realiteit. Maar ook de vergrijzing speelt een rol. Daarnaast wordt het tegenwoordig als bevrijdend ervaren om intimiteiten te delen en ik vrees dat er ook wel een soort van sensatiezucht bij zit. De wens onderdeel te zijn van het drama dat de dood is.’
De Utrechtse filosoof schenkt thee en legt stroopwafels op tafel. Ik vraag wat ze bedoelt met die virtuele wereld. ‘Het is tegenwoordig veel moeilijker geworden om gevoelens écht te voelen omdat we leven in een virtuele tijd. Door technologieën als Artificial Intelligence wordt het onderscheid tussen echt en onecht op de spits gedreven. Daardoor weet je als 21ste-eeuwse mens niet helemaal zeker of dat wat je ziet, leest en hoort fantasie is of realiteit. Of dat wat je daarbij voelt, raakt aan iets dat echt is. Dat zorgt voor verwarring. En dat is helemaal niet erg. We zijn gewoon nog op zoek naar de balans. Maar die onrust versterkt wel de behoefte aan echtheid. En als er íets echt is, dan is het de dood. Want de dood is onverbiddelijk.’