Wie een geliefde verliest, loopt zelden hetzelfde pad. Anders dan bij Wim van Dijk vonden Annegreet en haar man Pieter juist een dokter die aangaf dat zij op hem konden rekenen als het over euthanasie ging. Die toezegging gaf Pieter rust. Al is euthanasie hier maar een klein onderdeel. Annegreet van Bergen (bekend van Gouden jaren) onderzoekt vooral hoe je verder moet na het verlies van je geliefde. Wanneer haar man Pieter na een ziekbed overlijdt, begint Annegreet te schrijven. Door verslag te doen, probeert ze orde te scheppen in de chaos van haar rouw. Al schrijvend zoekt ze naar antwoorden.
Tegelijk brengt ze bewust een verhaal dat breder is dan dat van haarzelf. Ze haalt gesprekken met anderen aan en veel literatuur, om zo in te zoomen op de manier waarop wij anno 2026 omgaan met ziekte, afscheid en rouw.
Mooi is de term sisyfusarbeid, die ze in twee hoofdstukken beschrijft. Het is zware arbeid die nooit ten einde komt. Zo voelen voor haar de eindeloze gedachtestromen die woekeren in haar hoofd. Over bijvoorbeeld het schuldgevoel dat ze soms ervaart. Want had ze wel mogen uitkijken naar de dood van de man van wie ze zoveel hield? De weg naar het langzaam wegebben van die schuldgevoelens beschrijft ze prachtig. Over liefde, de dood en verder leven na verlies heeft veel lagen en kan troostend zijn voor iedereen die iemand verliest. •
Over liefde, de dood en verder leven na verlies
Annegreet van Bergen
Atlas Contact
Op de voorkant staat het woordje ‘roman’. Dat had jij vast mooi gevonden is fictie en toch ook niet. Liesbet Depauw heeft zelf haar man Jelle verloren door kanker. Dit is hun verhaal, maar ze heeft er fictieve elementen aan toegevoegd. Dat had ervoor kunnen zorgen dat het boek aan kracht inboet, maar dat gebeurt niet. Want wat er ook is verzonnen, het voelt allemaal even waarachtig.
Toen hij uiteindelijk ging, nam Jelle naar eigen zeggen haar ziel mee. Dat leidde tot een rommelig leven, waarin Liesbet geen grip kon vinden. Ze zoekt troost bij een nieuwe, tijdelijke liefde: een oorlogsfotograaf die met zijn kookkunsten en aandacht afleiding biedt.
De precisie waarmee Depauw schrijft, is ontroerend. Zoals het onbegrip dat haar treft als ze belastingaangifte moet doen. De vrouw aan de telefoon rept simpelweg over ‘het voordeel om vroeg op het jaar te sterven’. Haar schrik is groot en tegelijk realiseert ze zich dat niemand ooit die woordencombinatie in de mond mag nemen. Treffend is ook haar beschrijving over hoe ze soms zin heeft om iets op straat verkeerd te doen. Zodat ze even kan schreeuwen om een klein onrecht zoals een boete of een waarschuwing.
Het voelt volstrekt logisch dat ze af en toe even uit het verhaal stapt. Om bijvoorbeeld op te schrijven dat ‘wie bemind wordt door een schrijver, nooit echt kan sterven’. Of grote sprongen in de tijd durft te maken, zonder die in te vullen. En veel te mijmeren over woorden. Zoals de mensen die haar zieke Jelle toewensen om ‘te genieten van de laatste weken’. Waarop zij zich afvraagt: kun je dat van een stervende verwachten? Het antwoord daarop mag iedereen voor zichzelf invullen. •
Dat had jij vast mooi gevonden
Liesbet Depauw
Manteau
‘U bedoelt toch geen euthanasie?’, vraagt de huisarts aan Wim van Dijk. Hij ziet haar gealarmeerd naar hem kijken en voelt de weerstand. Om zich vervolgens af te vragen of hij misschien naïef is geweest in zijn gedachte dat de arts een correct levenseindeverzoek simpelweg zou uitvoeren.
Het stukje maakt duidelijk hoe afhankelijk mensen vaak nog zijn als het gaat om euthanasie en hoe bepalend persoonlijke overtuigingen van medici kunnen zijn als je in gesprek gaat over het thema. Je moet stevig voor jezelf kunnen opkomen om dan weerwoord te bieden. Dat kan Wim. Hij weet één ding heel zeker: zijn Tineke moet in de eindfase van alzheimer waardig sterven via euthanasie. Zo hebben zij dat samen geregeld. Maar simpel blijkt dat allerminst. In Liefde in tijden van alzheimer beschrijft Wim wat er gebeurt als zijn vrouw Tineke de diagnose alzheimer krijgt. Mooi beschrijft hij hun liefde voor elkaar en hoe hij als jongen met een nare thuissituatie bij haar kon thuiskomen. De liefde die Wim voor zijn Tineke koestert, zit in zoveel zinnen, dat ook zijn woede invoelbaar wordt als de euthanasiewens niet wordt vervuld. Hij beschrijft zijn gevoelens zonder opsmuk, zelfs op momenten waarin hij minder vriendelijk is. Het is een oprecht verhaal over een grote liefde én een waarschuwing voor iedereen die denkt het goed geregeld te hebben.
Van Dijks ervaring bracht hem ertoe een burgerinitiatief te initiëren waardoor de Kamer zich over een wetsvoorstel moet gaan buigen dat euthanasie veel breder toepasbaar moet maken. •
Liefde in tijden van alzheimer
Wim van Dijk
Boekscout
Stel je voor: je wordt op een dag gebeld met het bericht dat je tante is overleden. Maar: ze is al drie jaar dood. Het overkomt Agnès, een succesvolle filmregisseur. Verrast keert ze terug naar het dorpje in de Bourgogne. Daar bracht ze ooit haar zomers door, logerend bij haar excentrieke tante Colette, die er schoenmaakster was. Nu vraagt ze zich daar af: wat is er gebeurd en wat is waar?
De eerste scène in deze roman maakt direct nieuwsgierig en dwingt je bijkans om door te lezen. Mooi is ook de vorm die Perrin, die doorbrak in Nederland met de roman Vers water voor de bloemen, kiest. Ze wisselt de avonturen van Agnès af met de uitgetypte cassettebandjes die Colette voor haar nichtje heeft ingesproken. Langzaam ontspint zich een familiegeschiedenis vol liefde, verdriet en gemis.
Er is veel goed aan deze roman, maar niet alles. Zo zijn er wel erg veel personages, die soms amper worden uitgewerkt. Niet alle verhaallijnen zijn bovendien even sterk; sommige zijn zelfs ronduit ongeloofwaardig. Zo wil een van de getroebleerde hoofdpersonen direct trouwen met een vrouw die ze tijdens hun onderzoek tegenkomen, zonder dat dit begrijpelijk wordt gemaakt. Jammer, want het haalt vaart en kracht uit de roman. Als de andere personages net zo uitgewerkt zouden zijn als Agnès en Colette was het geheel sterker geweest. Ondanks die kanttekeningen blijft het een meeslepende roman met een spannende zoektocht en een verrassende ontknoping. •
Mijn tante Colette
Valérie Perrin
Manteau
De dood is aangekondigd, maar nog niet daar. Wel weet ze: haar moeder zal overlijden. Dus pendelt Stéphanie Hoogenberk heen en weer tussen haar woonplaats Amsterdam en Sittard. Daar kijkt ze met haar moeder naar Winter vol Liefde of bijvoorbeeld een documentaire over Kate Middleton, heeft kleine gesprekjes en spreekt met familieleden en bezoek. Ondertussen windt Stéphanie zich erover op dat ze met de hand moet afwassen, terwijl er wel een afwasmachine is.
Knap slaagt Hoogenberk erin om haar grote verdriet te vermengen met beschrijvingen van kleine scènes. Simpele en dagelijkse momenten in het leven, die herkenbaar zijn en zoveel betekenen als het einde nadert. Haar losse, luchtige schrijfstijl - die we kennen van haar vriendschapsboek We hebben het over je gehad - is vaak droogkomisch en daardoor valt er zelfs in dit rouwboek veel te lachen.
Via de korte, bijna nietszeggende gesprekjes wordt duidelijk hoe warm de band is tussen moeder en dochter. Hoe ze samen kunnen lachen om de enorme borsten van Stéphanie als ze zwanger wordt, om even daarna te piekeren over hoe ze - als de baby is geboren - haar slaapgebrek moet combineren met rouw. Het mooiste is dat ze weinig invult. Haar moeder wordt geen heilige en in het verdriet zit geen les. Hoogenberk laat simpel en zonder opsmuk zien wat het betekent om iemand te verliezen van wie je heel veel houdt.•
Rianne van der Molen
Wie een geliefde verliest, loopt zelden hetzelfde pad. Anders dan bij Wim van Dijk vonden Annegreet en haar man Pieter juist een dokter die aangaf dat zij op hem konden rekenen als het over euthanasie ging. Die toezegging gaf Pieter rust. Al is euthanasie hier maar een klein onderdeel. Annegreet van Bergen (bekend van Gouden jaren) onderzoekt vooral hoe je verder moet na het verlies van je geliefde. Wanneer haar man Pieter na een ziekbed overlijdt, begint Annegreet te schrijven. Door verslag te doen, probeert ze orde te scheppen in de chaos van haar rouw. Al schrijvend zoekt ze naar antwoorden.
Tegelijk brengt ze bewust een verhaal dat breder is dan dat van haarzelf. Ze haalt gesprekken met anderen aan en veel literatuur, om zo in te zoomen op de manier waarop wij anno 2026 omgaan met ziekte, afscheid en rouw.
Mooi is de term sisyfusarbeid, die ze in twee hoofdstukken beschrijft. Het is zware arbeid die nooit ten einde komt. Zo voelen voor haar de eindeloze gedachtestromen die woekeren in haar hoofd. Over bijvoorbeeld het schuldgevoel dat ze soms ervaart. Want had ze wel mogen uitkijken naar de dood van de man van wie ze zoveel hield? De weg naar het langzaam wegebben van die schuldgevoelens beschrijft ze prachtig. Over liefde, de dood en verder leven na verlies heeft veel lagen en kan troostend zijn voor iedereen die iemand verliest. •
Over liefde, de dood en verder leven na verlies
Annegreet van Bergen
Atlas Contact
Op de voorkant staat het woordje ‘roman’. Dat had jij vast mooi gevonden is fictie en toch ook niet. Liesbet Depauw heeft zelf haar man Jelle verloren door kanker. Dit is hun verhaal, maar ze heeft er fictieve elementen aan toegevoegd. Dat had ervoor kunnen zorgen dat het boek aan kracht inboet, maar dat gebeurt niet. Want wat er ook is verzonnen, het voelt allemaal even waarachtig.
Toen hij uiteindelijk ging, nam Jelle naar eigen zeggen haar ziel mee. Dat leidde tot een rommelig leven, waarin Liesbet geen grip kon vinden. Ze zoekt troost bij een nieuwe, tijdelijke liefde: een oorlogsfotograaf die met zijn kookkunsten en aandacht afleiding biedt.
De precisie waarmee Depauw schrijft, is ontroerend. Zoals het onbegrip dat haar treft als ze belastingaangifte moet doen. De vrouw aan de telefoon rept simpelweg over ‘het voordeel om vroeg op het jaar te sterven’. Haar schrik is groot en tegelijk realiseert ze zich dat niemand ooit die woordencombinatie in de mond mag nemen. Treffend is ook haar beschrijving over hoe ze soms zin heeft om iets op straat verkeerd te doen. Zodat ze even kan schreeuwen om een klein onrecht zoals een boete of een waarschuwing.
Het voelt volstrekt logisch dat ze af en toe even uit het verhaal stapt. Om bijvoorbeeld op te schrijven dat ‘wie bemind wordt door een schrijver, nooit echt kan sterven’. Of grote sprongen in de tijd durft te maken, zonder die in te vullen. En veel te mijmeren over woorden. Zoals de mensen die haar zieke Jelle toewensen om ‘te genieten van de laatste weken’. Waarop zij zich afvraagt: kun je dat van een stervende verwachten? Het antwoord daarop mag iedereen voor zichzelf invullen. •
Dat had jij vast mooi gevonden
Liesbet Depauw
Manteau
‘U bedoelt toch geen euthanasie?’, vraagt de huisarts aan Wim van Dijk. Hij ziet haar gealarmeerd naar hem kijken en voelt de weerstand. Om zich vervolgens af te vragen of hij misschien naïef is geweest in zijn gedachte dat de arts een correct levenseindeverzoek simpelweg zou uitvoeren.
Het stukje maakt duidelijk hoe afhankelijk mensen vaak nog zijn als het gaat om euthanasie en hoe bepalend persoonlijke overtuigingen van medici kunnen zijn als je in gesprek gaat over het thema. Je moet stevig voor jezelf kunnen opkomen om dan weerwoord te bieden. Dat kan Wim. Hij weet één ding heel zeker: zijn Tineke moet in de eindfase van alzheimer waardig sterven via euthanasie. Zo hebben zij dat samen geregeld. Maar simpel blijkt dat allerminst. In Liefde in tijden van alzheimer beschrijft Wim wat er gebeurt als zijn vrouw Tineke de diagnose alzheimer krijgt. Mooi beschrijft hij hun liefde voor elkaar en hoe hij als jongen met een nare thuissituatie bij haar kon thuiskomen. De liefde die Wim voor zijn Tineke koestert, zit in zoveel zinnen, dat ook zijn woede invoelbaar wordt als de euthanasiewens niet wordt vervuld. Hij beschrijft zijn gevoelens zonder opsmuk, zelfs op momenten waarin hij minder vriendelijk is. Het is een oprecht verhaal over een grote liefde én een waarschuwing voor iedereen die denkt het goed geregeld te hebben.
Van Dijks ervaring bracht hem ertoe een burgerinitiatief te initiëren waardoor de Kamer zich over een wetsvoorstel moet gaan buigen dat euthanasie veel breder toepasbaar moet maken. •
Liefde in tijden van alzheimer
Wim van Dijk
Boekscout
Stel je voor: je wordt op een dag gebeld met het bericht dat je tante is overleden. Maar: ze is al drie jaar dood. Het overkomt Agnès, een succesvolle filmregisseur. Verrast keert ze terug naar het dorpje in de Bourgogne. Daar bracht ze ooit haar zomers door, logerend bij haar excentrieke tante Colette, die er schoenmaakster was. Nu vraagt ze zich daar af: wat is er gebeurd en wat is waar?
De eerste scène in deze roman maakt direct nieuwsgierig en dwingt je bijkans om door te lezen. Mooi is ook de vorm die Perrin, die doorbrak in Nederland met de roman Vers water voor de bloemen, kiest. Ze wisselt de avonturen van Agnès af met de uitgetypte cassettebandjes die Colette voor haar nichtje heeft ingesproken. Langzaam ontspint zich een familiegeschiedenis vol liefde, verdriet en gemis.
Er is veel goed aan deze roman, maar niet alles. Zo zijn er wel erg veel personages, die soms amper worden uitgewerkt. Niet alle verhaallijnen zijn bovendien even sterk; sommige zijn zelfs ronduit ongeloofwaardig. Zo wil een van de getroebleerde hoofdpersonen direct trouwen met een vrouw die ze tijdens hun onderzoek tegenkomen, zonder dat dit begrijpelijk wordt gemaakt. Jammer, want het haalt vaart en kracht uit de roman. Als de andere personages net zo uitgewerkt zouden zijn als Agnès en Colette was het geheel sterker geweest. Ondanks die kanttekeningen blijft het een meeslepende roman met een spannende zoektocht en een verrassende ontknoping. •
Mijn tante Colette
Valérie Perrin
Manteau
De dood is aangekondigd, maar nog niet daar. Wel weet ze: haar moeder zal overlijden. Dus pendelt Stéphanie Hoogenberk heen en weer tussen haar woonplaats Amsterdam en Sittard. Daar kijkt ze met haar moeder naar Winter vol Liefde of bijvoorbeeld een documentaire over Kate Middleton, heeft kleine gesprekjes en spreekt met familieleden en bezoek. Ondertussen windt Stéphanie zich erover op dat ze met de hand moet afwassen, terwijl er wel een afwasmachine is.
Knap slaagt Hoogenberk erin om haar grote verdriet te vermengen met beschrijvingen van kleine scènes. Simpele en dagelijkse momenten in het leven, die herkenbaar zijn en zoveel betekenen als het einde nadert. Haar losse, luchtige schrijfstijl - die we kennen van haar vriendschapsboek We hebben het over je gehad - is vaak droogkomisch en daardoor valt er zelfs in dit rouwboek veel te lachen.
Via de korte, bijna nietszeggende gesprekjes wordt duidelijk hoe warm de band is tussen moeder en dochter. Hoe ze samen kunnen lachen om de enorme borsten van Stéphanie als ze zwanger wordt, om even daarna te piekeren over hoe ze - als de baby is geboren - haar slaapgebrek moet combineren met rouw. Het mooiste is dat ze weinig invult. Haar moeder wordt geen heilige en in het verdriet zit geen les. Hoogenberk laat simpel en zonder opsmuk zien wat het betekent om iemand te verliezen van wie je heel veel houdt.•
Rianne van der Molen