ILLUSTRATIE: RHONALD BLOMMESTIJN

Als ik iemand iets zou mogen meegeven die een dergelijk traject overweegt, dan is het dat er veel obstakels op die lange weg bestaan. Dat is ontmoedigend en eenzaam. Tegelijkertijd is het ook een verzoek dat tot een onherroepelijk einde leidt, waar uiterst zorgvuldig, genuanceerd en met grote kennis van zaken mee omgegaan moet worden. Dit geldt zeker als het om complexe problematiek gaat op jongere leeftijd. Daar is veel tijd mee gemoeid. Maar om een euthanasiewens ‘dood’ te zwijgen in een behandelrelatie is onacceptabel. Onderzoek de bereidheid van de betrokken dokters (huisarts, psychiater en andere behandelaren) om dit traject samen in te gaan. Verzoek om een multidisciplinair overleg over je doodswens en - als dat van toepassing is - een verklaring dat je uitbehandeld bent. Laat je verwijzen naar EE, als je behandelaren geen medewerking aan euthanasie willen geven. Zet alles op papier. Zoek een buddy om je te steunen op die lange weg, bijvoorbeeld via stichting KEA. Zij bieden ook een forum en onlinebijeenkomsten aan voor hulpvragers, naasten en nabestaanden. Wees voorbereid op wachten in onzekerheid en probeer in die periode mild te blijven voor jezelf. Benoem je grenzen en blijf herhalen wat je nodig hebt.’• 

Annelotte (Lot) Postma

Tijdens de gesprekken met het EE-team vertelde ik dat het voor mij belangrijk is mijn organen en weefsels te doneren. Daar werd, nadat toestemming voor euthanasie was gegeven, snel en gedegen actie op ondernomen. Ik ontmoette het orgaandonatieteam. Een onderzoeksdag in het ziekenhuis werd georganiseerd, waarbij een transplantatiecoördinator mij begeleidde naar alle afspraken. Alle betrokken specialisten waren goed voorbereid. Vanwege de orgaandonatie zal de euthanasie plaatsvinden op de intensive care in een hiervoor gespecialiseerd ziekenhuis. Ik kreeg zelfs de mogelijkheid om de IC vooraf te bekijken, wat veel rust gaf. Het hele proces verliep transparant, zorgvuldig en respectvol.

Wat ik de laatste twee jaar nodig had gehad waren ggz-behandelaren die niet alleen op behandelen gericht waren, maar ook aandacht konden opbrengen voor de mogelijkheid dat er naast ondraaglijk nu ook uitzichtloos lijden was ontstaan. En dat zij dan de moed zouden hebben gehad om een weloverwogen, vrijwillige wens voor euthanasie te onderzoeken. Dat het gesprek daarover werd vermeden en mijn vragen beantwoord werden met nieuwe behandelingen is ontluisterend en bijzonder eenzaam geweest. Ook is het kil om, als uiteindelijk de beslissing tot verwijzing naar EE is genomen, direct te stoppen met begeleiding en ondersteuning. Dit is schrijnend in de wetenschap dat de wachttijden bij EE lang kunnen zijn. 

In oktober 2025 werd de stilte van de wachttijd verbroken. Er was een team voor mij samengesteld.  De gesprekken met de arts en de verpleegkundige van EE waren prettig. Ze waren duidelijk, empathisch en deden geen beloftes die ze niet konden waarmaken. Alle stappen van het traject werden besproken. Gesprekken volgden met een onafhankelijke psychiater voor de vereiste second opinion en met de SCEN-arts (Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland). 

Na het eerste gesprek met het EE-team was niet direct duidelijk dat ik psychisch ondraaglijk leed.
Op het eerste gezicht maak ik een rustige en verzorgde indruk. Ik houd een masker voor, waardoor ik een goed functionerend persoon lijk. Dat maakt dat mijn lijden in gesprekken niet als vanzelf zichtbaar is. Ik heb daarom als het ware een sollicitatiebrief voor euthanasie geschreven. Ik probeerde mijn gevoel zo goed mogelijk op papier over te brengen, juist omdat dat mij in gesprekken niet altijd lukt. Ik beschreef mijn voorgeschiedenis, hoe mijn psychisch lijden zich heeft ontwikkeld en hoe constant en uitputtend dat is. Hoe ik tracht de dag en vooral de nacht door te komen, elke keer opnieuw. Ook een gedetailleerde lijst van alle behandelingen en medicatie die ik sinds mijn elfde levensjaar heb gehad. Ik koos er bewust voor om geen gedetailleerde beschrijvingen van heftige gebeurtenissen of trauma’s op te nemen; dat voelde niet als noodzakelijk om mijn punt duidelijk te maken. Schrijven gaf mij de ruimte om te laten zien dat mijn wens niet voortkomt uit een impuls of een tijdelijke crisis, maar uit jaren van proberen, behandelen, hopen en volhouden. Ik denk dat deze brief voor EE er erg toe heeft bijgedragen dat de onafhankelijke psychiater en de SCEN-arts het groene licht voor de euthanasie gaven.

Ik meldde me uiteindelijk zelf aan bij EE. Ik kreeg een bevestiging dat mijn aanmelding in behandeling was genomen. Na enkele maanden kreeg ik een afspraak met een psychiatrisch verpleegkundige voor een oriënterend gesprek. Mijn psychiater werd, als onderdeel van het traject, benaderd en was van mening dat er nog behandelmogelijkheden waren. Mijn dossier bij EE werd voorlopig gesloten. Ik heb die voorgestelde behandelingen gevolgd, omdat mij niet veel keus werd geboden. Wel met het verzoek aan mijn psychiater om mijn euthanasiewens in het multidisciplinaire overleg met het behandelteam serieus te bespreken. Maanden later bleek dat niet te hebben plaatsgevonden. Uiteindelijk deed ik een weloverwogen, goed voorbereide poging tot zelfdoding in mei 2025, waarna ik op de intensive care aan de beademing terechtkwam. Pas nadat ik daarvan hersteld was, werd ik door mijn ggz-behandelaren ‘serieus genomen’. Een verklaring dat ik in de ggz uitbehandeld was, werd naar EE verstuurd. Mijn dossier bij EE werd heropend. Tegelijkertijd werd mijn dossier bij de ggz gesloten. De behandelrelatie was daarmee abrupt beëindigd, evenals elke begeleiding of emotionele ondersteuning. Ik werd losgeknipt en dreef het vacuüm in. 

Ik ben Lot, 28 jaar oud. In februari 2024 heb ik me op eigen initiatief aangemeld bij Expertisecentrum Euthanasie (EE). Mijn euthanasie en orgaandonatie zijn inmiddels gepland. Ik heb jarenlang alles gedaan wat in mijn macht lag om mijn leven draaglijk te maken. In de ggz heb ik langdurige therapeutische trajecten ondergaan, opnames gehad, wisselende medicatie geslikt, groepsbehandelingen bijgewoond, individuele behandelingen gehad, tot crisishulp aan toe. Ik ben altijd aanwezig geweest en heb me altijd ingezet. 

In die zeventien jaar heb ik met meer dan honderd behandelaren contact gehad in kortere of langere therapeutische relaties. Bij elk nieuw traject bleef ik hoop houden dat het beter zou worden. Ook toen het eigenlijk al niet meer ging, bleef ik geloven dat er ergens nog een wending mogelijk was. Maar ik kwam steeds uit op hetzelfde punt: het leven is voor mij niet draaglijk, hoe hard ik ook vecht. Eind 2023 was ik uitgeput en was mijn lijden uitzichtloos geworden. Mijn al langer bestaande doodswens werd concreet.

Mijn ggz-behandelaren voerden het gesprek over hoe een weg naar euthanasie eruit zou kunnen zien, niet. Als ik er zelf over begon, was er schrik en afwijzing. Het antwoord was steevast een nieuwe doorverwijzing, een nieuwe diagnose en een nieuwe behandeling. Erkenning voor mijn doodswens of ruimte om dat perspectief te onderzoeken heb ik niet ervaren.

Lot kreeg begin dit jaar euthanasie wegens psychisch lijden. Dat gebeurde na een jarenlange strijd, niet alleen tegen haar ondraaglijk lijden, maar ook tegen het onbegrip waarop zij stuitte binnen de ggz. Op verzoek van haar consulent van de Einder beschreef Lot haar laatste ontmoedigende en eenzame jaren. ‘Blijf herhalen wat je nodig hebt’, raadt zij haar lotgenoten aan. 

De ggz kon de doodswens   van Lot maar niet begrijpen

‘Als consulent van de Einder heb ik Lot ontmoet toen haar euthanasietraject net was opgestart. Mijn informatieve rol was dus niet nodig. We hebben toch meerdere gesprekken gevoerd die voor ons beiden verrijkend waren. Een euthanasietraject is emotioneel zwaar en onzeker. Een objectieve gesprekspartner kan dan steun geven. In onze gesprekken was ik meteen onder de indruk van haar openheid, doorzettingsvermogen, de doorleefde kijk op haar situatie en haar vermogen zich uit te drukken. Nog meer was ik geraakt door de weg die ze heeft moeten afleggen. Alleen. Het hoofd nauwelijks nog boven water in een krachtige tegenstroom. Een weloverwogen, duurzame en vrijwillige doodswens waarvoor geen aandacht was en die met steeds nieuwe behandelingen werd beantwoord. Zo’n ingrijpende wens verdient het juist een prioriteit in de behandelrelatie te zijn. Ook als de behandelaar niet van de euthanasie is. Ik heb Lot gevraagd haar ervaringen te beschrijven in de hoop dat er meer aandacht komt voor de eenzaamheid en ontluistering die ontstaat als een dergelijke wens niet bespreekbaar mag zijn. Haar euthanasie en orgaandonatie hebben inmiddels plaatsgevonden.’

Arthur Sadée, januari 2026

‘Als consulent van de Einder heb ik Lot ontmoet toen haar euthanasietraject net was opgestart. Mijn informatieve rol was dus niet nodig. We hebben toch meerdere gesprekken gevoerd die voor ons beiden verrijkend waren. Een euthanasietraject is emotioneel zwaar en onzeker. Een objectieve gesprekspartner kan dan steun geven. In onze gesprekken was ik meteen onder de indruk van haar openheid, doorzettingsvermogen, de doorleefde kijk op haar situatie en haar vermogen zich uit te drukken. Nog meer was ik geraakt door de weg die ze heeft moeten afleggen. Alleen. Het hoofd nauwelijks nog boven water in een krachtige tegenstroom. Een weloverwogen, duurzame en vrijwillige doodswens waarvoor geen aandacht was en die met steeds nieuwe behandelingen werd beantwoord. Zo’n ingrijpende wens verdient het juist een prioriteit in de behandelrelatie te zijn. Ook als de behandelaar niet van de euthanasie is. Ik heb Lot gevraagd haar ervaringen te beschrijven in de hoop dat er meer aandacht komt voor de eenzaamheid en ontluistering die ontstaat als een dergelijke wens niet bespreekbaar mag zijn. Haar euthanasie en orgaandonatie hebben inmiddels plaatsgevonden.’

Arthur Sadée, januari 2026

ILLUSTRATIE: RHONALD BLOMMESTIJN

Lot kreeg begin dit jaar euthanasie wegens psychisch lijden. Dat gebeurde na een jarenlange strijd, niet alleen tegen haar ondraaglijk lijden, maar ook tegen het onbegrip waarop zij stuitte binnen de ggz. Op verzoek van haar consulent van de Einder beschreef Lot haar laatste ontmoedigende en eenzame jaren. ‘Blijf herhalen wat je nodig hebt’, raadt zij haar lotgenoten aan. 

Ik ben Lot, 28 jaar oud. In februari 2024 heb ik me op eigen initiatief aangemeld bij Expertisecentrum Euthanasie (EE). Mijn euthanasie en orgaandonatie zijn inmiddels gepland. Ik heb jarenlang alles gedaan wat in mijn macht lag om mijn leven draaglijk te maken. In de ggz heb ik langdurige therapeutische trajecten ondergaan, opnames gehad, wisselende medicatie geslikt, groepsbehandelingen bijgewoond, individuele behandelingen gehad, tot crisishulp aan toe. Ik ben altijd aanwezig geweest en heb me altijd ingezet. 

In die zeventien jaar heb ik met meer dan honderd behandelaren contact gehad in kortere of langere therapeutische relaties. Bij elk nieuw traject bleef ik hoop houden dat het beter zou worden. Ook toen het eigenlijk al niet meer ging, bleef ik geloven dat er ergens nog een wending mogelijk was. Maar ik kwam steeds uit op hetzelfde punt: het leven is voor mij niet draaglijk, hoe hard ik ook vecht. Eind 2023 was ik uitgeput en was mijn lijden uitzichtloos geworden. Mijn al langer bestaande doodswens werd concreet.

Mijn ggz-behandelaren voerden het gesprek over hoe een weg naar euthanasie eruit zou kunnen zien, niet. Als ik er zelf over begon, was er schrik en afwijzing. Het antwoord was steevast een nieuwe doorverwijzing, een nieuwe diagnose en een nieuwe behandeling. Erkenning voor mijn doodswens of ruimte om dat perspectief te onderzoeken heb ik niet ervaren.

Ik meldde me uiteindelijk zelf aan bij EE. Ik kreeg een bevestiging dat mijn aanmelding in behandeling was genomen. Na enkele maanden kreeg ik een afspraak met een psychiatrisch verpleegkundige voor een oriënterend gesprek. Mijn psychiater werd, als onderdeel van het traject, benaderd en was van mening dat er nog behandelmogelijkheden waren. Mijn dossier bij EE werd voorlopig gesloten. Ik heb die voorgestelde behandelingen gevolgd, omdat mij niet veel keus werd geboden. Wel met het verzoek aan mijn psychiater om mijn euthanasiewens in het multidisciplinaire overleg met het behandelteam serieus te bespreken. Maanden later bleek dat niet te hebben plaatsgevonden. Uiteindelijk deed ik een weloverwogen, goed voorbereide poging tot zelfdoding in mei 2025, waarna ik op de intensive care aan de beademing terechtkwam. Pas nadat ik daarvan hersteld was, werd ik door mijn ggz-behandelaren ‘serieus genomen’. Een verklaring dat ik in de ggz uitbehandeld was, werd naar EE verstuurd. Mijn dossier bij EE werd heropend. Tegelijkertijd werd mijn dossier bij de ggz gesloten. De behandelrelatie was daarmee abrupt beëindigd, evenals elke begeleiding of emotionele ondersteuning. Ik werd losgeknipt en dreef het vacuüm in. 

In oktober 2025 werd de stilte van de wachttijd verbroken. Er was een team voor mij samengesteld.  De gesprekken met de arts en de verpleegkundige van EE waren prettig. Ze waren duidelijk, empathisch en deden geen beloftes die ze niet konden waarmaken. Alle stappen van het traject werden besproken. Gesprekken volgden met een onafhankelijke psychiater voor de vereiste second opinion en met de SCEN-arts (Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland). 

Na het eerste gesprek met het EE-team was niet direct duidelijk dat ik psychisch ondraaglijk leed.
Op het eerste gezicht maak ik een rustige en verzorgde indruk. Ik houd een masker voor, waardoor ik een goed functionerend persoon lijk. Dat maakt dat mijn lijden in gesprekken niet als vanzelf zichtbaar is. Ik heb daarom als het ware een sollicitatiebrief voor euthanasie geschreven. Ik probeerde mijn gevoel zo goed mogelijk op papier over te brengen, juist omdat dat mij in gesprekken niet altijd lukt. Ik beschreef mijn voorgeschiedenis, hoe mijn psychisch lijden zich heeft ontwikkeld en hoe constant en uitputtend dat is. Hoe ik tracht de dag en vooral de nacht door te komen, elke keer opnieuw. Ook een gedetailleerde lijst van alle behandelingen en medicatie die ik sinds mijn elfde levensjaar heb gehad. Ik koos er bewust voor om geen gedetailleerde beschrijvingen van heftige gebeurtenissen of trauma’s op te nemen; dat voelde niet als noodzakelijk om mijn punt duidelijk te maken. Schrijven gaf mij de ruimte om te laten zien dat mijn wens niet voortkomt uit een impuls of een tijdelijke crisis, maar uit jaren van proberen, behandelen, hopen en volhouden. Ik denk dat deze brief voor EE er erg toe heeft bijgedragen dat de onafhankelijke psychiater en de SCEN-arts het groene licht voor de euthanasie gaven.

Tijdens de gesprekken met het EE-team vertelde ik dat het voor mij belangrijk is mijn organen en weefsels te doneren. Daar werd, nadat toestemming voor euthanasie was gegeven, snel en gedegen actie op ondernomen. Ik ontmoette het orgaandonatieteam. Een onderzoeksdag in het ziekenhuis werd georganiseerd, waarbij een transplantatiecoördinator mij begeleidde naar alle afspraken. Alle betrokken specialisten waren goed voorbereid. Vanwege de orgaandonatie zal de euthanasie plaatsvinden op de intensive care in een hiervoor gespecialiseerd ziekenhuis. Ik kreeg zelfs de mogelijkheid om de IC vooraf te bekijken, wat veel rust gaf. Het hele proces verliep transparant, zorgvuldig en respectvol.

Wat ik de laatste twee jaar nodig had gehad waren ggz-behandelaren die niet alleen op behandelen gericht waren, maar ook aandacht konden opbrengen voor de mogelijkheid dat er naast ondraaglijk nu ook uitzichtloos lijden was ontstaan. En dat zij dan de moed zouden hebben gehad om een weloverwogen, vrijwillige wens voor euthanasie te onderzoeken. Dat het gesprek daarover werd vermeden en mijn vragen beantwoord werden met nieuwe behandelingen is ontluisterend en bijzonder eenzaam geweest. Ook is het kil om, als uiteindelijk de beslissing tot verwijzing naar EE is genomen, direct te stoppen met begeleiding en ondersteuning. Dit is schrijnend in de wetenschap dat de wachttijden bij EE lang kunnen zijn. 

Als ik iemand iets zou mogen meegeven die een dergelijk traject overweegt, dan is het dat er veel obstakels op die lange weg bestaan. Dat is ontmoedigend en eenzaam. Tegelijkertijd is het ook een verzoek dat tot een onherroepelijk einde leidt, waar uiterst zorgvuldig, genuanceerd en met grote kennis van zaken mee omgegaan moet worden. Dit geldt zeker als het om complexe problematiek gaat op jongere leeftijd. Daar is veel tijd mee gemoeid. Maar om een euthanasiewens ‘dood’ te zwijgen in een behandelrelatie is onacceptabel. Onderzoek de bereidheid van de betrokken dokters (huisarts, psychiater en andere behandelaren) om dit traject samen in te gaan. Verzoek om een multidisciplinair overleg over je doodswens en - als dat van toepassing is - een verklaring dat je uitbehandeld bent. Laat je verwijzen naar EE, als je behandelaren geen medewerking aan euthanasie willen geven. Zet alles op papier. Zoek een buddy om je te steunen op die lange weg, bijvoorbeeld via stichting KEA. Zij bieden ook een forum en onlinebijeenkomsten aan voor hulpvragers, naasten en nabestaanden. Wees voorbereid op wachten in onzekerheid en probeer in die periode mild te blijven voor jezelf. Benoem je grenzen en blijf herhalen wat je nodig hebt.’• 

Annelotte (Lot) Postma

De ggz kon de doodswens   van Lot maar niet begrijpen