Fransien van ter Beek bestuurder NVVE

HET IDEE DATEEN LEVENHEILIG IS

Het leven wordt in het euthanasiedebat vaak heilig genoemd. Het klinkt vanzelfsprekend en onaantastbaar, maar achter die heiligheid gaan verschillende opvattingen schuil over wie uiteindelijk mag beslissen over leven en sterven. 

Euthanasie bij ernstige, lichamelijke ziektes is in Nederland breed geaccepteerd. We erkennen dat er situaties zijn waarin het rekken van leven geen barmhartigheid meer is. Er zijn mensen die principieel tegen zijn, vaak vanuit de overtuiging dat alleen een hogere macht een leven mag beëindigen. Het is natuurlijk prima als dit je overtuiging is – we leven in een vrij land.        

Brede overeenstemming is er helaas niet als de aanleiding voor euthanasie minder zichtbaar of eenduidig is: bij psychische aandoeningen, een stapeling van ouderdomsaandoeningen of dementie. En zodra de term ‘voltooid leven’ valt, gaat bij tegenstanders het alarm af: dit was nooit de bedoeling van de euthanasiewet, dit is een glijdende schaal. 

Die glijdende schaal is klinkklare onzin. Wet en jurisprudentie stellen duidelijke eisen: ondraaglijk en uitzichtloos lijden, een medische grondslag en strikte zorgvuldigheidseisen. De wet is geen rekbaar elastiek, maar een afgebakend kader dat langzaam maar zeker meer wordt benut – ook al blijven sommigen doen alsof elke stap een vrije val is. De cijfers liegen er niet om: nog altijd heeft ruim 85 procent van de euthanasieën ernstige lichamelijke ziektes als kanker, hart- en vaataandoeningen en longziektes als reden. Van sluipende verruiming is geen sprake. Wat mij vooral bezighoudt, is de hardnekkige behoefte om het levenseinde van een ander te willen beoordelen. Natuurlijk is bescherming van kwetsbaren noodzakelijk. Zorgvuldigheid en waakzaamheid zijn legitieme zorgpunten. Maar waarom slaat die bescherming zo vaak om in zeggenschap? Waarom is dit is niets voor mij onvoldoende en moet de keuze van iemand anders worden gewogen, vertraagd of zelfs tegengehouden door mensen die het lijden niet zelf dragen? 

Bij euthanasie op psychiatrische grondslag klinkt steevast het argument van de hoop: iemand kan ooit levensvreugde terugvinden. Dat klinkt humaan, maar is soms ook gemakzuchtig. Hoop is geen abstract moreel principe, maar een doorleefde ervaring. Wie al jaren leeft in doffe ellende kan die ervaring volledig kwijtraken. Het vasthouden aan hoop verlengt dan het lijden. De vraag is dan niet of hoop theoretisch mogelijk blijft, maar hoe lang iemand – in naam van ónze hoop – verplicht mag worden te wachten op een misschien.  

In de terughoudendheid schuilt vaak een dieper dogma: het idee dat het leven heilig is. Dat idee kent diepe religieuze en culturele wortels. Maar heilig verklaren heeft ook een schaduwkant. Wie ‘heilig’ zegt, zegt vaak óók: niet van jou. Niet jouw afweging, niet jouw grens. Terwijl juist degene die het leven draagt, dagelijks met de consequenties moet leven. Heiligheid mag geen vrijbrief zijn om dat persoonlijke oordeel uit handen te nemen. 

Misschien vraagt eerbied voor de heiligheid van het leven niet om vasthouden tegen elke prijs, maar om respect voor degene die het leven draagt. Juist omdat het leven van waarde is, moet de sleutel liggen bij degene die het leeft. •

Het leven wordt in het euthanasiedebat vaak heilig genoemd. Het klinkt vanzelfsprekend en onaantastbaar, maar achter die heiligheid gaan verschillende opvattingen schuil over wie uiteindelijk mag beslissen over leven en sterven. 

Euthanasie bij ernstige, lichamelijke ziektes is in Nederland breed geaccepteerd. We erkennen dat er situaties zijn waarin het rekken van leven geen barmhartigheid meer is. Er zijn mensen die principieel tegen zijn, vaak vanuit de overtuiging dat alleen een hogere macht een leven mag beëindigen. Het is natuurlijk prima als dit je overtuiging is – we leven in een vrij land.        

Brede overeenstemming is er helaas niet als de aanleiding voor euthanasie minder zichtbaar of eenduidig is: bij psychische aandoeningen, een stapeling van ouderdomsaandoeningen of 
dementie. En zodra de term ‘voltooid leven’ valt, gaat bij tegenstanders het alarm af: dit was nooit de bedoeling van de euthanasiewet, dit is een glijdende schaal. 

Die glijdende schaal is klinkklare onzin. Wet en jurisprudentie stellen duidelijke eisen: ondraaglijk en uitzichtloos lijden, een medische grondslag en strikte zorgvuldigheidseisen. De wet is geen rekbaar elastiek, maar een afgebakend kader dat langzaam maar zeker meer wordt benut – ook al blijven sommigen doen alsof elke stap een vrije val is. De cijfers liegen er niet om: nog altijd heeft ruim 85 procent van de euthanasieën  ernstige lichamelijke ziektes als kanker, hart- en vaataandoeningen en longziektes als reden. Van sluipende verruiming is geen sprake. Wat mij vooral bezighoudt, is de hardnekkige behoefte om het levenseinde van een ander te willen beoordelen. Natuurlijk is bescherming van kwetsbaren noodzakelijk. Zorgvuldigheid en waakzaamheid zijn legitieme zorgpunten. Maar waarom slaat die bescherming zo vaak om in zeggenschap? Waarom is dit is niets voor mij onvoldoende en moet de keuze van iemand anders worden gewogen, vertraagd of zelfs tegen-gehouden door mensen die het lijden niet zelf dragen? 

Bij euthanasie op psychiatrische grondslag klinkt steevast het argument van de hoop: iemand kan ooit levensvreugde terugvinden. Dat klinkt humaan, maar is soms ook gemak-zuchtig. Hoop is geen abstract moreel principe, maar een doorleefde ervaring. Wie al jaren leeft in doffe ellende kan die ervaring volledig kwijtraken. Het vasthouden aan hoop verlengt dan het lijden. De vraag is dan niet of hoop theoretisch mogelijk blijft, maar hoe lang iemand – in naam van ónze hoop – verplicht mag worden te wachten op een misschien.  

In de terughoudendheid schuilt vaak een dieper dogma: het idee dat het leven heilig is. Dat idee kent diepe religieuze en culturele wortels. Maar heilig verklaren heeft ook een schaduwkant. Wie ‘heilig’ zegt, zegt vaak óók: niet van jou. Niet jouw afweging, niet jouw grens. Terwijl juist degene die het leven draagt, dagelijks met de consequenties moet leven. Heiligheid mag geen vrijbrief zijn om dat persoonlijke oordeel uit handen te nemen. 

Misschien vraagt eerbied voor de heiligheid van het leven niet om vasthouden tegen elke prijs, maar om respect voor degene die het leven draagt. Juist omdat het leven van waarde is, moet de sleutel liggen bij degene die het leeft. •

Fransien van ter Beek
bestuurder NVVE

HET IDEE DATEEN LEVENHEILIG IS