Bij de NVVE werken zo’n 140 vrijwilligers. Ze geven presentaties, helpen bij bijeenkomsten, leggen huisbezoeken af en ondersteunen leden bij al hun vragen rond het levenseinde. Om beurten beschrijven vrijwilligers in Relevant een ervaring uit de praktijk. Deze keer: Joop Kools.

Ik verbaas mij er sowieso over dat mensen de zaken vaak zo op hun beloop laten. In het hospice in Utrecht zie ik mensen binnenkomen die nog steeds niet voorbereid zijn op hun overlijden. Je verkeert dan al in de laatste honderd dagen van je leven en hebt nog niet nagedacht hóe te sterven. Terwijl de uitvaart al wél tot in detail is geregeld. Mensen denken dan dat ze op het allerlaatste moment nog wel even snel euthanasie kunnen regelen, zonder zich te hebben verdiept in de procedure die daarvoor doorlopen moet worden.

In het hospice zie ik de grote waarde van palliatief verpleegkundigen. Zij zijn vaak degenen die het gesprek op gang krijgen: wat wil je nog wel, wat wanneer niet meer? Vragen die gesteld moeten worden, liefst voordat die kwesties urgent worden. Je zou willen dat dit niet alleen in handen is van zorgprofessionals. Met de presentaties die we verzorgen vanuit de NVVE pogen we mensen te stimuleren deze vragen vroegtijdig aan te gaan, keuzes te maken over het levenseinde en die ook met de huisarts te bespreken en vast te leggen in de verklaringen. Hiervoor is veel belangstelling, maar er is ook nog veel werk aan de winkel.  •

Laatst was ik voor een presentatie in een woongemeenschap voor ouderen; mensen die elkaar allemaal goed kennen. Grappig was dat de voorbereiding op het levenseinde een soort collectieve belevenis werd. ‘Nou Jan, voor jou wordt het wel tijd dat je wat gaat regelen’, zei iemand tegen zijn buurman. Iedereen moest lachen. Maar het mooie is wel dat iedereen aan het denken wordt gezet en dat het er met elkaar over kan gaan.

Zo ongedwongen zijn onze lezingen zeker niet altijd. Ik kom ook wel in Alzheimercafés. Daar heb je te maken met mensen voor wie de materie veel urgenter is. Sterker nog: soms is de eigen regie pakken al bijna niet meer mogelijk, zeker niet als daar niet al eerder over is gesproken met naasten en met de huisarts. Is er al sprake van ernstige  verwardheid, of van afasie, dan wordt het echt ingewikkeld om een euthanasiewens nog  ingevuld te krijgen. Dan zie je soms pure wanhoop, ook bij naasten.

Joop Kools

NOG VEEL WERK AAN DE WINKEL

Is praten over dood mijn hobby? Je zou het bijna zeggen. Sinds mijn pensionering als vormingswerker en opleider ben ik als vrijwilliger actief in de presentatiedienst van de NVVE, in het Stadshospice Utrecht, bij het Humanistisch Verbond als gespreksleider in het Tabee Kafee en bij Utrecht in Dialoog met de dialoogserie Doodgewoon Praten.

Het levenseinde is vooral gaan leven toen mijn moeder dementie kreeg. Toen zag ik wat je vaak ziet: een wilsverklaring die er wel is maar verdampt, de bekende zin ‘ja ik wil wel dood, maar nu nog niet’. Dat zette mij heel erg aan het denken. Met je naasten en vrienden praten over het levenseinde, over wat voor jou het leven de moeite waard maakt en je dus niet verloren wil laten gaan en wat je echt niet mee wil maken, wanneer je dus wil stoppen met leven, zou veel gewoner moeten zijn. Bij de toneelvoorstelling Wat als de dood het leven is? hoorde ik laatst de zin ‘Wat is nou een mooie dag als het einde in zicht is?’ Een prachtige filosofische vraag, die als je daar nog niet bent aangeland best moeilijk is om te beantwoorden, maar wel relevant is om over na te denken.     

Is praten over dood mijn hobby? Je zou het bijna zeggen. Sinds mijn pensionering als vormingswerker en opleider ben ik als vrijwilliger actief in de presentatiedienst van de NVVE, in het Stadshospice Utrecht, bij het Humanistisch Verbond als gespreksleider in het Tabee Kafee en bij Utrecht in Dialoog met de dialoogserie Doodgewoon Praten.

Het levenseinde is vooral gaan leven toen mijn moeder dementie kreeg. Toen zag ik wat je vaak ziet: een wilsverklaring die er wel is maar verdampt, de bekende zin ‘ja ik wil wel dood, maar nu nog niet’. Dat zette mij heel erg aan het denken. Met je naasten en vrienden praten over het levenseinde, over wat voor jou het leven de moeite waard maakt en je dus niet verloren wil laten gaan en wat je echt niet mee wil maken, wanneer je dus wil stoppen met leven, zou veel gewoner moeten zijn. Bij de toneelvoorstelling Wat als de dood het leven is? hoorde ik laatst de zin ‘Wat is nou een mooie dag als het einde in zicht is?’ Een prachtige filosofische vraag, die als je daar nog niet bent aangeland best moeilijk is om te beantwoorden, maar wel relevant is om over na te denken.     

Laatst was ik voor een presentatie in een woongemeenschap voor ouderen; mensen die elkaar allemaal goed kennen. Grappig was dat de voorbereiding op het levenseinde een soort collectieve belevenis werd. ‘Nou Jan, voor jou wordt het wel tijd dat je wat gaat regelen’, zei iemand tegen zijn buurman. Iedereen moest lachen. Maar het mooie is wel dat iedereen aan het denken wordt gezet en dat het er met elkaar over kan gaan.

Zo ongedwongen zijn onze lezingen zeker niet altijd. Ik kom ook wel in Alzheimercafés. Daar heb je te maken met mensen voor wie de materie veel urgenter is. Sterker nog: soms is de eigen regie pakken al bijna niet meer mogelijk, zeker niet als daar niet al eerder over is gesproken met naasten en met de huisarts. Is er al sprake van ernstige  verwardheid, of van afasie, dan wordt het echt ingewikkeld om een euthanasiewens nog  ingevuld te krijgen. Dan zie je soms pure wanhoop, ook bij naasten.

Ik verbaas mij er sowieso over dat mensen de zaken vaak zo op hun beloop laten. In het hospice in Utrecht zie ik mensen binnenkomen die nog steeds niet voorbereid zijn op hun overlijden. Je verkeert dan al in de laatste honderd dagen van je leven en hebt nog niet nagedacht hóe te sterven. Terwijl de uitvaart al wél tot in detail is geregeld. Mensen denken dan dat ze op het allerlaatste moment nog wel even snel euthanasie kunnen regelen, zonder zich te hebben verdiept in de procedure die daarvoor doorlopen moet worden.

In het hospice zie ik de grote waarde van palliatief verpleegkundigen. Zij zijn vaak degenen die het gesprek op gang krijgen: wat wil je nog wel, wat wanneer niet meer? Vragen die gesteld moeten worden, liefst voordat die kwesties urgent worden. Je zou willen dat dit niet alleen in handen is van zorgprofessionals. Met de presentaties die we verzorgen vanuit de NVVE pogen we mensen te stimuleren deze vragen vroegtijdig aan te gaan, keuzes te maken over het levenseinde en die ook met de huisarts te bespreken en vast te leggen in de verklaringen. Hiervoor is veel belangstelling, maar er is ook nog veel werk aan de winkel.  •

Joop Kools

NOG VEEL WERK AAN DE WINKEL