FOTO: RENE TEN BROEKE
Roger van Boxtel wordt voorgedragen als nieuwe voorzitter van de Raad van Toezicht van de NVVE.
Als de leden op 20 juni tijdens de Algemene Ledenvergadering instemmen met de voordracht, volgt deze ervaren bestuurder de huidige RvT-voorzitter Job Cohen op. De termijn van Cohen liep af.
Roger van Boxtel was eind vorige eeuw de indiener van het D66-initiatiefwetsvoorstel dat uiteindelijk tot de Euthanasiewet zou leiden. Hij ontwierp de wet samen met wijlen Henk Leenen, D66-partijgenoot en hoogleraar sociale geneeskunde en gezondheidsrecht. Wijlen D66-minister van Volksgezondheid Els Borst verdedigde namens het kabinet-Kok II het voorstel. Zij loodste de ontwerpwet door de Tweede en Eerste Kamer. In april 2002 werd de wet van kracht. Van Boxtel was in het kabinet Kok II minister van Grotesteden- en integratiebeleid.
Na de verkiezingen in 2002 voor een nieuwe Tweede Kamer verliet Van Boxtel de politiek. Van 2011 tot 2015 was hij nog wel voorzitter van de D66-fractie in de Eerste Kamer. Van 2003 tot 2005 was Van Boxtel directievoorzitter Zorg en van 2005 tot 2015 bestuursvoorzitter van zorgverzekeraar Menzis. Van 2015 tot 2020 was hij president-directeur van de NS. Momenteel vervult hij nog enkele toezichthoudende functies. •
Van Boxtel voorgedragen als voorzitter RvT NVVE
Expertisecentrum Euthanasie (EE) slaagde er in 2025 in aan zestien zorgorganisaties een vast aanspreekpunt te koppelen ter ondersteuning van de euthanasiezorg. In totaal hebben nu 21 zorginstellingen een vaste EE-consulent. Zij helpen de zorginstellingen bij het maken van beleid en ondersteunen medewerkers bij euthanasietrajecten. Dat blijkt uit het Jaarverslag 2025 van Expertisecentrum Euthanasie.
Het streven om zoveel mogelijk een vaste consulent te verbinden aan een zorginstelling past in de doelstelling om euthanasiezorg te laten verlenen door eigen behandelaren. Dat is voor de patiënt prettig, omdat die dan niet zijn verhaal steeds opnieuw hoeft te doen. Ook verloopt een euthanasietraject door een eigen behandelaar in de regel sneller, omdat er geen dossiers hoeven te worden opgevraagd en gesprekken opnieuw moeten worden gevoerd.
Het expertisecentrum heeft daarnaast een zogenoemde ‘externe overleglijn’. Zorgprofessionals kunnen telefonisch met EE overleggen in geval van een euthanasieverzoek. Dat gebeurde in 2025 ruim tweeduizend keer. Meestal kunnen artsen na zo’n telefonisch overleg zelf verder. Als dat niet zo is, kunnen zij om een consulent van EE vragen. Dat gebeurt meestal bij de meer complexe euthanasieverzoeken, zoals bij dementie. Een consulent werd in 2025 door een arts 624 keer ingeschakeld; in 2024 was dit nog 587 keer.
De voormalige Levenseindekliniek blijft het vangnet voor mensen die met een euthanasieverzoek niet bij de eigen arts terecht kunnen. In 2025 kwamen er 5.000 euthanasieverzoeken binnen, waarvan er 1.447 werden gehonoreerd. In 2024 was dit respectievelijk 4.782 en 1.412 keer. Bij EE werken 21 consulenten. Tot 2024 werd hun werk vergoed door de Vrienden van Expertisecentrum Euthanasie, sindsdien door zorgverzekeraars.
RTE-CIJFERS
Ook de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE) publiceerden onlangs hun jaarcijfers. In 2025 is 10.341 keer euthanasie verleend; 3,8 procent meer dan in 2024. Het aantal euthanasiemeldingen afgezet tegen het totaal aantal overlijdens in Nederland was in 2025 6 procent. Dat was in 2024 5,8 procent.
Euthanasie wordt in veruit de meeste gevallen verleend als gevolg van lichamelijke aandoeningen waardoor er ondraaglijk en uitzichtloos wordt geleden: in 2025 in ruim 85 procent van de euthanasiemeldingen. Het hoogste aantal meldingen komt uit de categorie 70-80 jaar: 3.346. In de categorie 80- tot 90-jarigen waren er 3.258 meldingen (zie de infografiek).
NVVE-bestuurder Fransien van ter Beek is niet verbaasd over de nieuwste RTE-cijfers. ‘Elk jaar stijgen de cijfers iets, steeds met enkele tienden van een procent. Van 2023 naar 2024 steeg het van 5,4 naar 5,8 procent van het totaal aantal overlijdens. In 2025 nam het toe tot 6 procent. De trend laat zien dat de mogelijkheid van euthanasie steeds meer geaccepteerd en gebruikt wordt. Dat vinden wij belangrijk. Mensen moeten, als zij dat willen, zélf kunnen beslissen over de manier waarop zij sterven.’
INJECTIE OF DRANKJE
Opvallend is verder dat elk jaar minder mensen kiezen voor hulp bij zelfdoding. Onder de euthanasiewet zijn er twee mogelijkheden voor een zelfgekozen levenseinde. Een arts kan actief het leven beëindigen door een injectie toe te dienen (levensbeëindiging op verzoek) of de patiënt een drankje aan te reiken (hulp bij zelfdoding). In 2025 kozen 175 mensen voor dit laatste, neerkomend op 1,7 procent van het totaal. In 2018 was dit nog 3,4 procent.
Van ter Beek: ‘De indruk van de NVVE is dat artsen nogal eens automatisch kiezen voor de injectie, terwijl er ook veel te zeggen is voor het drankje. Dat kan voor de arts minder belastend zijn. De patiënt doet het helemaal zelf en het kan dierbaren sterken in de overtuiging dat hun geliefde dit echt wil. Wij hebben geen mening over wat de beste manier is. Wél vinden wij het belangrijk dat er goede voorlichting is en dat arts en patiënt samen kiezen wat in het specifieke geval de beste keuze is.’ •
Vast aanspreekpunt van EE voor zorgorganisaties
FOTO: RENE TEN BROEKE
Roger van Boxtel wordt voorgedragen als nieuwe voorzitter van de Raad van Toezicht van de NVVE.
Als de leden op 20 juni tijdens de Algemene Ledenvergadering instemmen met de voordracht, volgt deze ervaren bestuurder de huidige RvT-voorzitter Job Cohen op. De termijn van Cohen liep af.
Roger van Boxtel was eind vorige eeuw de indiener van het D66-initiatiefwets-voorstel dat uiteindelijk tot de Euthanasiewet zou leiden. Hij ontwierp de wet samen met wijlen Henk Leenen, D66-partijgenoot en hoogleraar sociale geneeskunde en gezondheidsrecht. Wijlen D66-minister van Volksgezondheid Els Borst verdedigde namens het kabinet-Kok II het voorstel. Zij loodste de ontwerpwet door de Tweede en Eerste Kamer. In april 2002 werd de wet van kracht. Van Boxtel was in het kabinet Kok II minister van Grotesteden- en integratiebeleid.
Na de verkiezingen in 2002 voor een nieuwe Tweede Kamer verliet Van Boxtel de politiek. Van 2011 tot 2015 was hij nog wel voorzitter van de D66-fractie in de Eerste Kamer. Van 2003 tot 2005 was Van Boxtel directievoorzitter Zorg en van 2005 tot 2015 bestuursvoorzitter van zorgverzekeraar Menzis. Van 2015 tot 2020 was hij president-directeur van de NS. Momenteel vervult hij nog enkele toezichthoudende functies. •
Van Boxtel voorgedragen als voorzitter RvT NVVE
Expertisecentrum Euthanasie (EE) slaagde er in 2025 in aan zestien zorgorganisaties een vast aanspreekpunt te koppelen ter ondersteuning van de euthanasiezorg. In totaal hebben nu 21 zorginstellingen een vaste EE-consulent. Zij helpen de zorginstellingen bij het maken van beleid en ondersteunen medewerkers bij euthanasietrajecten. Dat blijkt uit het Jaarverslag 2025 van Expertisecentrum Euthanasie.
Het streven om zoveel mogelijk een vaste consulent te verbinden aan een zorginstelling past in de doelstelling om euthanasiezorg te laten verlenen door eigen behandelaren. Dat is voor de patiënt prettig, omdat die dan niet zijn verhaal steeds opnieuw hoeft te doen. Ook verloopt een euthanasietraject door een eigen behandelaar in de regel sneller, omdat er geen dossiers hoeven te worden opgevraagd en gesprekken opnieuw moeten worden gevoerd.
Het expertisecentrum heeft daarnaast een zogenoemde ‘externe overleglijn’. Zorgprofessionals kunnen telefonisch met EE overleggen in geval van een euthanasieverzoek. Dat gebeurde in 2025 ruim tweeduizend keer. Meestal kunnen artsen na zo’n telefonisch overleg zelf verder. Als dat niet zo is, kunnen zij om een consulent van EE vragen. Dat gebeurt meestal bij de meer complexe euthanasieverzoeken, zoals bij dementie. Een consulent werd in 2025 door een arts 624 keer ingeschakeld; in 2024 was dit nog 587 keer.
De voormalige Levenseindekliniek blijft het vangnet voor mensen die met een euthanasieverzoek niet bij de eigen arts terecht kunnen. In 2025 kwamen er 5.000 euthanasieverzoeken binnen, waarvan er 1.447 werden gehonoreerd. In 2024 was dit respectievelijk 4.782 en 1.412 keer. Bij EE werken 21 consulenten. Tot 2024 werd hun werk vergoed door de Vrienden van Expertisecentrum Euthanasie, sindsdien door zorgverzekeraars.
RTE-CIJFERS
Ook de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE) publiceerden onlangs hun jaarcijfers. In 2025 is 10.341 keer euthanasie verleend; 3,8 procent meer dan in 2024. Het aantal euthanasiemeldingen afgezet tegen het totaal aantal overlijdens in Nederland was in 2025 6 procent. Dat was in 2024 5,8 procent.
Euthanasie wordt in veruit de meeste gevallen verleend als gevolg van lichamelijke aandoeningen waardoor er ondraaglijk en uitzichtloos wordt geleden: in 2025 in ruim 85 procent van de euthanasiemeldingen. Het hoogste aantal meldingen komt uit de categorie 70-80 jaar: 3.346. In de categorie 80- tot 90-jarigen waren er 3.258 meldingen (zie de infografiek).
NVVE-bestuurder Fransien van ter Beek is niet verbaasd over de nieuwste RTE-cijfers. ‘Elk jaar stijgen de cijfers iets, steeds met enkele tienden van een procent. Van 2023 naar 2024 steeg het van 5,4 naar 5,8 procent van het totaal aantal overlijdens. In 2025 nam het toe tot 6 procent. De trend laat zien dat de mogelijkheid van euthanasie steeds meer geaccepteerd en gebruikt wordt. Dat vinden wij belangrijk. Mensen moeten, als zij dat willen, zélf kunnen beslissen over de manier waarop zij sterven.’
INJECTIE OF DRANKJE
Opvallend is verder dat elk jaar minder mensen kiezen voor hulp bij zelfdoding. Onder de euthanasiewet zijn er twee mogelijkheden voor een zelfgekozen levenseinde. Een arts kan actief het leven beëindigen door een injectie toe te dienen (levensbeëindiging op verzoek) of de patiënt een drankje aan te reiken (hulp bij zelfdoding). In 2025 kozen 175 mensen voor dit laatste, neerkomend op 1,7 procent van het totaal. In 2018 was dit nog 3,4 procent.
Van ter Beek: ‘De indruk van de NVVE is dat artsen nogal eens automatisch kiezen voor de injectie, terwijl er ook veel te zeggen is voor het drankje. Dat kan voor de arts minder belastend zijn. De patiënt doet het helemaal zelf en het kan dierbaren sterken in de overtuiging dat hun geliefde dit echt wil. Wij hebben geen mening over wat de beste manier is. Wél vinden wij het belangrijk dat er goede voorlichting is en dat arts en patiënt samen kiezen wat in het specifieke geval de beste keuze is.’ •
Vast aanspreekpunt van EE voor zorgorganisaties