‘Ik roep weleens tegen mijn patiënten: je mag ook nog steeds gewoon doodgaan, he?! En dan vragen ze mij tegenwoordig: “Hoe ga je gewoon dood? Hoe doe je dat?”'

Marieke Dijkzeul stopte als SCEN-arts

FOTO: SUSHILLA KOUWEN

MARIEKE DIJKZEUL: 

'Ik krijg een soort onbehagen als ik het gevoel krijg dat niet alles geprobeerd is om iemand comfortabel te krijgen'

Dijkzeul komt nog even terug op de veranderde tijdgeest. ‘Er wordt steeds vaker een appel op ons gedaan om in te grijpen’, vertelt ze. ‘Niet alleen door de patiënten zelf, maar ook door familie. Als ik bijvoorbeeld bij een sterfbed ben en in mijn ogen ligt de patiënt er heel rustig bij maar de mevrouw haalt reutelend adem, dan vinden naasten dat tegenwoordig al snel ondraaglijk. Dan willen ze dat ik iets doe, ook al is die ademhaling heel normaal voor iemand die aan het sterven is. Natuurlijk is zoiets moeilijk om te zien als je moeder vroeger een vitale vrouw was en is het intens om twee weken naast het sterfbed van je moeder te zitten. Maar dat wachten heeft ook een functie. Sterven kost tijd. Maar het lijkt soms alsof de maatschappij daar geen geduld meer voor heeft. Palliatieve sedatie en euthanasie worden door al die haast en de angst voor lijden zo een optie. En niet de noodrem zoals het volgens mij ooit is bedoeld.’ 

Dijkzeul schenkt verse koffie in en zegt: ‘Ik roep weleens tegen mijn patiënten: je mag ook nog steeds gewoon doodgaan, he?! En dan vragen ze mij tegenwoordig: “Hoe ga je gewoon dood? Hoe doe je dat?” Mensen zijn een sterfbed niet meer gewend, willen het lijden voorkomen en het liefst uit de weg gaan. Dan vertel ik dat we het vroeger ook heel vaak zonder sedatie of euthanasie deden. En dan vertel ik hoe zo’n sterfbed eruitziet.’ 

Dijkzeul was een paar dagen eerder bij een congres waar longarts Sander de Hosson, voorvechter van goede palliatieve zorg, sprak. ‘Daar ging het er ook over dat mensen tegenwoordig zo comfortabel mogelijk willen sterven. Misschien hebben wij als palliatieve specialisten dat ook wel een beetje veroorzaakt omdat we het in de palliatieve zorg altijd hebben over ‘comfort’ en ‘zo comfortabel mogelijk’. Misschien moeten we sterven herdefiniëren. Want er is geen sterfbed zonder lijden. Zonder verdriet over het verlies van je gezondheid, je leven, je partner en je naasten. Doodgaan is pijnlijk.’•

HEFTIGE GEBEURTENIS

Ook vond Dijkzeul het lastig om haar palliatieve kennis uit te schakelen als zij als SCEN-arts werd ingevlogen. ‘Over het algemeen voldeden de verzoeken absoluut aan de wettelijke zorgvuldigheidscriteria voor euthanasie en waren de regels volstrekt invoelbaar. Maar soms kreeg ik het gevoel dat als er in een eerdere fase andere dingen waren ingezet om een patiënt comfortabel te krijgen, we hier misschien niet hadden gezeten. En dat de patiënt meer tijd had gekregen om afscheid te nemen van het leven. Als er bijvoorbeeld eerder een geestelijk verzorger was ingevlogen om existentiële vragen te bespreken. Of andere pijnbestrijding was ingezet. Maar dat soort gedachten zijn een gepasseerd station als je daar als SCEN-arts zit en dat ging bij mij wringen.’

Ze haast zich om te zeggen dat ze geen oordeel wil vellen over het werk van haar collega’s. ‘Al hebben die drie jaar als SCEN-arts mij wel aan het denken gezet. Want waarom heb ik in mijn hele carrière als huisarts nog maar vier keer een euthanasie verleend en zijn er ook collega’s die er vier per jaar doen? Natuurlijk zal dat te maken hebben met de populatie en de regio waarin je als huisarts werkt. Maar ik ben wel benieuwd waarom de ene huisarts euthanasie een heftige gebeurtenis vindt en de ander minder last heeft van die zwaarte.’ Ze neemt een slok koffie. Relativerend: ‘Een huisarts is ook een mens en ieder mens is natuurlijk anders.’

STEUN EN KRITIEK

De column bleef niet onopgemerkt. Op LinkedIn kreeg ze steun van collega’s en specialisten in de palliatieve zorg. Op Bluesky kreeg ze kritiek en werd ze weggezet als conservatief en tegenstander van euthanasie. In haar eigen blad suggereerde een collega dat ze wellicht niet geschikt was als SCEN-arts. ‘Die laatste reactie in Medisch Contact vond ik wel een leuke. Want inderdaad: misschien past het werk als SCEN-arts gewoon niet bij mij.’

Dijkzeul vertelt dat zij 23 jaar geleden huisarts werd en zo’n negen jaar geleden de kaderopleiding palliatieve zorg is gaan doen. ‘Voor mij was de opleiding tot SCEN-arts een paar jaar later een logische vervolgstap. Ik had het idee dat ik zo het hele palet rondom het einde van het leven compleet zou krijgen. Ik vind dat levenseinde namelijk een van de mooiste stukjes van mijn vak. Je hebt prachtige gesprekken met mensen die aan het einde van hun leven zijn gekomen. Je volgt samen een heel bijzonder pad. En je kunt veel voor je patiënten betekenen.’

Maar al snel wordt het Dijkzeul duidelijk dat haar rol als SCEN-arts een heel andere is dan die zij gewoon is. ‘In de drie opleidingsdagen werd vooral gehamerd op de juridische kaders. Want dat is natuurlijk wat je in de praktijk doet: als SCEN-arts check je of aan alle wettelijke zorgvuldigheidseisen is voldaan.’ Dijkzeul kon daar moeilijk aan wennen. Ze miste de gesprekken met de patiënten die een euthanasieverzoek hadden. Miste ook het diepere contact met de naasten. ‘Soms had ik wel mooie gesprekken, maar veelal kwam ik in kamers waar iedereen alleen maar gespannen zat te wachten tot ik alle vinkjes zou aanvinken en mijn handtekening ging zetten. Ik had daar moeite mee. Was gewend om mensen te leren kennen. Te snappen waarom ze vanuit hun eigen overtuiging met het verzoek voor euthanasie kwamen. Te kunnen invoelen waarom het voor hen echt genoeg was.’

'Er is geen afscheid zonder verlies, rouw of pijn. Dat kunnen we bij het einde nu eenmaal niet voorkomen’, zegt Dijkzeul. Stellig: ‘En toch is dat wat iedereen wil.’ De Gelderse wijt dat aan de tijdgeest en zij trekt een vergelijking met de geboortezorg. ‘Twintig jaar geleden kreeg je gewoon een kind. Tegenwoordig heeft iedereen een bevalplan en vindt men het onmenselijk om te baren zonder pijnstilling. Ik zeg daarmee niet dat het vroeger beter was, maar het lijkt alsof we ongemak tegenwoordig liever uit de weg gaan. Bang zijn geworden voor controleverlies. Meer angst hebben voor het onbekende.’ 

Dijkzeul maakt koffie en vertelt dat zij die ochtend een flink eind heeft hardgelopen door het bos. Haar huis grenst aan de Veluwe. Ze werkt in het nabijgelegen Apeldoorn als huisarts en palliatief kaderarts. Ook schrijft ze een column voor Medisch Contact, een vakblad voor artsen. Begin dit jaar besprak ze daarin het ongemak dat zij steeds vaker voelde als zij als SCEN-arts werd ingeroepen (SCEN staat voor Steun en Consultatie Euthanasie Nederland. Als een arts euthanasie verleent, eist de wet dat een onafhankelijke arts, de SCEN-arts, checkt of alles volgens de voorwaarden gebeurt). Het viel haar bijvoorbeeld op dat de ene huisarts vaker een euthanasie uitvoert dan de ander. Ze schreef: ‘Een deel komt ongetwijfeld door de populatie, is patiëntafhankelijk. Maar een deel is zeker ook dokterafhankelijk. (…) Ik merk dat de ene dokter makkelijker tot euthanasie overgaat dan de andere’. 

En: ‘Ik krijg een soort onbehagen als ik het gevoel krijg dat niet alles geprobeerd is om iemand comfortabel te krijgen, misschien door eigen discomfort, of misschien soms door minder op de hoogte te zijn van palliatieve mogelijkheden. En dan ontneem je iemand ook tijd als je te vroeg overgaat tot euthanasie. Tijd met naasten, tijd voor afscheid: dierbare, niet in te halen, onvervangbare tijd’.

‘Alsof men geen geduld heeft voor het sterven

Huisarts en palliatief kaderarts Marieke Dijkzeul is voorlopig SCEN-arts-af en of ze terugkeert in die rol weet ze nog niet. Na drie jaar ging het steeds meer knellen. ‘Iedereen wil een zo comfortabel mogelijk sterfbed’, zegt ze. ‘Daarom wordt tegenwoordig eerder een beroep gedaan op zowel palliatieve sedatie als euthanasie. Maar er bestaat geen sterfbed zonder lijden.’  • Marloes Elings 

Marieke Dijkzeul stopte als SCEN-arts

‘Alsof men geen geduld heeft voor het sterven’

FOTO: SUSHILLA KOUWEN

Huisarts en palliatief kaderarts Marieke Dijkzeul is voorlopig SCEN-arts-af en of ze terugkeert in die rol weet ze nog niet. Na drie jaar ging het steeds meer knellen. ‘Iedereen wil een zo comfortabel mogelijk sterfbed’, zegt ze. ‘Daarom wordt tegenwoordig eerder een beroep gedaan op zowel palliatieve sedatie als euthanasie. Maar er bestaat geen sterfbed zonder lijden.’  • Marloes Elings 

'Er is geen afscheid zonder verlies, rouw of pijn. Dat kunnen we bij het einde nu eenmaal niet voorkomen’, zegt Dijkzeul. Stellig: ‘En toch is dat wat iedereen wil.’ De Gelderse wijt dat aan de tijdgeest en zij trekt een vergelijking met de geboortezorg. ‘Twintig jaar geleden kreeg je gewoon een kind. Tegenwoordig heeft iedereen een bevalplan en vindt men het onmenselijk om te baren zonder pijnstilling. Ik zeg daarmee niet dat het vroeger beter was, maar het lijkt alsof we ongemak tegenwoordig liever uit de weg gaan. Bang zijn geworden voor controleverlies. Meer angst hebben voor het onbekende.’ 

Dijkzeul maakt koffie en vertelt dat zij die ochtend een flink eind heeft hardgelopen door het bos. Haar huis grenst aan de Veluwe. Ze werkt in het nabijgelegen Apeldoorn als huisarts en palliatief kaderarts. Ook schrijft ze een column voor Medisch Contact, een vakblad voor artsen. Begin dit jaar besprak ze daarin het ongemak dat zij steeds vaker voelde als zij als SCEN-arts werd ingeroepen (SCEN staat voor Steun en Consultatie Euthanasie Nederland. Als een arts euthanasie verleent, eist de wet dat een onafhankelijke arts, de SCEN-arts, checkt of alles volgens de voorwaarden gebeurt). Het viel haar bijvoorbeeld op dat de ene huisarts vaker een euthanasie uitvoert dan de ander. Ze schreef: ‘Een deel komt ongetwijfeld door de populatie, is patiëntafhankelijk. Maar een deel is zeker ook dokterafhankelijk. (…) Ik merk dat de ene dokter makkelijker tot euthanasie overgaat dan de andere’. 

En: ‘Ik krijg een soort onbehagen als ik het gevoel krijg dat niet alles geprobeerd is om iemand comfortabel te krijgen, misschien door eigen discomfort, of misschien soms door minder op de hoogte te zijn van palliatieve mogelijkheden. En dan ontneem je iemand ook tijd als je te vroeg overgaat tot euthanasie. Tijd met naasten, tijd voor afscheid: dierbare, niet in te halen, onvervangbare tijd’.

STEUN EN KRITIEK

De column bleef niet onopgemerkt. Op LinkedIn kreeg ze steun van collega’s en specialisten in de palliatieve zorg. Op Bluesky kreeg ze kritiek en werd ze weggezet als conservatief en tegenstander van euthanasie. In haar eigen blad suggereerde een collega dat ze wellicht niet geschikt was als SCEN-arts. ‘Die laatste reactie in Medisch Contact vond ik wel een leuke. Want inderdaad: misschien past het werk als SCEN-arts gewoon niet bij mij.’

Dijkzeul vertelt dat zij 23 jaar geleden huisarts werd en zo’n negen jaar geleden de kaderopleiding palliatieve zorg is gaan doen. ‘Voor mij was de opleiding tot SCEN-arts een paar jaar later een logische vervolgstap. Ik had het idee dat ik zo het hele palet rondom het einde van het leven compleet zou krijgen. Ik vind dat levenseinde namelijk een van de mooiste stukjes van mijn vak. Je hebt prachtige gesprekken met mensen die aan het einde van hun leven zijn gekomen. Je volgt samen een heel bijzonder pad. En je kunt veel voor je patiënten betekenen.’

Maar al snel wordt het Dijkzeul duidelijk dat haar rol als SCEN-arts een heel andere is dan die zij gewoon is. ‘In de drie opleidingsdagen werd vooral gehamerd op de juridische kaders. Want dat is natuurlijk wat je in de praktijk doet: als SCEN-arts check je of aan alle wettelijke zorgvuldigheidseisen is voldaan.’ Dijkzeul kon daar moeilijk aan wennen. Ze miste de gesprekken met de patiënten die een euthanasieverzoek hadden. Miste ook het diepere contact met de naasten. ‘Soms had ik wel mooie gesprekken, maar veelal kwam ik in kamers waar iedereen alleen maar gespannen zat te wachten tot ik alle vinkjes zou aanvinken en mijn handtekening ging zetten. Ik had daar moeite mee. Was gewend om mensen te leren kennen. Te snappen waarom ze vanuit hun eigen overtuiging met het verzoek voor euthanasie kwamen. Te kunnen invoelen waarom het voor hen echt genoeg was.’

HEFTIGE GEBEURTENIS

Ook vond Dijkzeul het lastig om haar palliatieve kennis uit te schakelen als zij als SCEN-arts werd ingevlogen. ‘Over het algemeen voldeden de verzoeken absoluut aan de wettelijke zorgvuldigheidscriteria voor euthanasie en waren de regels volstrekt invoelbaar. Maar soms kreeg ik het gevoel dat als er in een eerdere fase andere dingen waren ingezet om een patiënt comfortabel te krijgen, we hier misschien niet hadden gezeten. En dat de patiënt meer tijd had gekregen om afscheid te nemen van het leven. Als er bijvoorbeeld eerder een geestelijk verzorger was ingevlogen om existentiële vragen te bespreken. Of andere pijnbestrijding was ingezet. Maar dat soort gedachten zijn een gepasseerd station als je daar als SCEN-arts zit en dat ging bij mij wringen.’

Ze haast zich om te zeggen dat ze geen oordeel wil vellen over het werk van haar collega’s. ‘Al hebben die drie jaar als SCEN-arts mij wel aan het denken gezet. Want waarom heb ik in mijn hele carrière als huisarts nog maar vier keer een euthanasie verleend en zijn er ook collega’s die er vier per jaar doen? Natuurlijk zal dat te maken hebben met de populatie en de regio waarin je als huisarts werkt. Maar ik ben wel benieuwd waarom de ene huisarts euthanasie een heftige gebeurtenis vindt en de ander minder last heeft van die zwaarte.’ Ze neemt een slok koffie. Relativerend: ‘Een huisarts is ook een mens en ieder mens is natuurlijk anders.’

Dijkzeul komt nog even terug op de veranderde tijdgeest. ‘Er wordt steeds vaker een appel op ons gedaan om in te grijpen’, vertelt ze. ‘Niet alleen door de patiënten zelf, maar ook door familie. Als ik bijvoorbeeld bij een sterfbed ben en in mijn ogen ligt de patiënt er heel rustig bij maar de mevrouw haalt reutelend adem, dan vinden naasten dat tegenwoordig al snel ondraaglijk. Dan willen ze dat ik iets doe, ook al is die ademhaling heel normaal voor iemand die aan het sterven is. Natuurlijk is zoiets moeilijk om te zien als je moeder vroeger een vitale vrouw was en is het intens om twee weken naast het sterfbed van je moeder te zitten. Maar dat wachten heeft ook een functie. Sterven kost tijd. Maar het lijkt soms alsof de maatschappij daar geen geduld meer voor heeft. Palliatieve sedatie en euthanasie worden door al die haast en de angst voor lijden zo een optie. En niet de noodrem zoals het volgens mij ooit is bedoeld.’ 

Dijkzeul schenkt verse koffie in en zegt: ‘Ik roep weleens tegen mijn patiënten: je mag ook nog steeds gewoon doodgaan, he?! En dan vragen ze mij tegenwoordig: “Hoe ga je gewoon dood? Hoe doe je dat?” Mensen zijn een sterfbed niet meer gewend, willen het lijden voorkomen en het liefst uit de weg gaan. Dan vertel ik dat we het vroeger ook heel vaak zonder sedatie of euthanasie deden. En dan vertel ik hoe zo’n sterfbed eruitziet.’ 

Dijkzeul was een paar dagen eerder bij een congres waar longarts Sander de Hosson, voorvechter van goede palliatieve zorg, sprak. ‘Daar ging het er ook over dat mensen tegenwoordig zo comfortabel mogelijk willen sterven. Misschien hebben wij als palliatieve specialisten dat ook wel een beetje veroorzaakt omdat we het in de palliatieve zorg altijd hebben over ‘comfort’ en ‘zo comfortabel mogelijk’. Misschien moeten we sterven herdefiniëren. Want er is geen sterfbed zonder lijden. Zonder verdriet over het verlies van je gezondheid, je leven, je partner en je naasten. Doodgaan is pijnlijk.•